Cash is laatste bastion van privacy

Contant geld is het enige tastbare bewijs dat geld überhaupt iets voorstelt. Mensen letten bovendien veel beter op hoeveel ze uitgeven als ze contanten hanteren.

Maarten Schinkel

Redacteur NRC Handelsblad

Anders nog iets? Nee? Dat is dan, even kijken, een halfje bruin, twee croissants… Komt neer op 23 sigaretten, tien minuten helpen in de bakkerij of die muts die u daar op uw hoofd heeft. Wat, u heeft die muts gisteren zelf geruild voor een heel bruin en drie croissants? Tja, inflatie meneer. We kunnen er ook niets aan doen.

Zonder geld wordt het leven ingewikkeld. Sterker nog: het leven zou nooit ingewikkeld geworden zijn, want de maatschappij zou haar huidige complexiteit nimmer hebben bereikt. Op tal van plaatsen hebben menselijke samenlevingen lang geleden al een intermediair in het leven geroepen om transacties mogelijk te maken die verder gingen dan de traditionele ruilhandel. Een wereld zonder geld is dan ook alleen nog denkbaar in apocalyptische scenario’s waarin een ontredderde mensheid zichzelf na een kern- of natuurramp moet heruitvinden. En zelfs dan zou het creëren van geld vermoedelijk prioriteit zijn.

De trotse eigenaar van alleen een grachtenpand zou in een ruileconomie snel verhongeren. Zijn solvabiliteit kan dik in orde zijn, maar zijn liquiditeit niet. Het verzilveren van zijn pand is zo ingewikkeld en duurt zo lang dat hij het loodje zou leggen op de stoep van de notaris. Koning Midas is er het oude voorbeeld van: schatrijk, maar niet in staat te eten.

Dat wil niet zeggen dat we nu in een wereld leven waar wél geld is. Geld is al grotendeels een abstractie. Vroeger had het een intrinsieke waarde: een muntstuk was het materiaal waard waarvan het was gemaakt. Sinds de negentiende eeuw, en in sommige maatschappijen al veel eerder, is deze vorm van geld vervangen door een fiduciaire vorm: munten, wissels en bankbiljetten waarvan de eigenaar er maar op moest vertrouwen dat de uitgever van dat geld – uiteindelijk meestal de staat – er ver weg in een kluis voldoende goud tegenover had liggen. Die Gouden Standaard sneuvelde in de jaren dertig, en werd na de Tweede Wereldoorlog vervangen door een nieuw systeem. De Amerikaanse dollar werd de maat aller dingen, en andere valuta’s kregen een afgesproken wisselkoers tegenover die munt. De Amerikanen beheerden het goud dat het tegenwicht van al dit uitstaande geld vormde, onder meer in het beroemde Fort Knox, en beloofden dat dollars altijd inwisselbaar waren voor goud.

In de loop van de jaren zestig bleken de VS, door onder meer de kosten van ‘Vietnam’ en de welvaartsstaat die door president Johnson werd uitgebouwd, veel meer dollars te scheppen dan daar goud tegenover stond. Toen verschillende landen hun dollarreserves voor de zekerheid, of uit politieke overwegingen, toch maar begonnen in te wisselen voor het beloofde goud was het met deze Dollarstandaard snel gebeurd. President Nixon verbrak de koppeling van goud en dollar begin jaren zeventig, en daarna wordt het een beetje eng: geld is nu in wezen weinig anders meer dan een collectief geloof. Een biljet van tien euro is tien euro waard omdat iedereen daar op vertrouwt. Meer niet.

Het wordt nog erger. Sinds de girorekening in de jaren zestig breed werd ingevoerd heeft het geldsysteem een vooral giraal karakter. Geld is steeds meer slechts een verzameling nullen en enen in een computer van een bank. En wellicht verdwijnt over niet al te lange tijd zelfs het laatste tastbare bewijs: munten en biljetten, die nu nog grootscheeps in circulatie zijn. Burgers betalen al veel bedragen met hun creditcard en hun pinpas. De toepassing van nieuwe technologieën kan ervoor zorgen dat ook kleinere betalingen elektronisch worden gedaan. De mobiele telefoon lijkt ook deze praktische taak er nog bij te kunnen hebben en kan over niet al te lange tijd geladen worden met geld, zoals een chipknip, of rechtstreeks contact maken met de eigen bank om een betaling te verrichten in winkels, restaurants of stations.

Dat lijkt erg praktisch, maar is het ook wenselijk? Contant geld heeft heel veel nadelen. Het is duur om een geldcirculatie in stand te houden, er is het risico op vervalsingen, diefstal en verlies. Maar cash stelt daar één enorm voordeel tegenover: het is anoniem. Je trekt 200 euro uit een geldautomaat, en niemand zal ooit hoeven weten wat je daar precies mee hebt gekocht. Op het eerste gezicht lijkt dat ook het geval te kunnen zijn met chipknipachtige betalingen of transacties die straks met de mobiele telefoon worden gedaan. Nader bezien is dat uiterst onwaarschijnlijk. De overheid zal in principe willen blijven toezien op transacties, om zwart of crimineel geld te achterhalen. De identiteit van de mobiele telefoon is altijd te achterhalen. Er zal hoe dan ook een systeem komen om, wanneer nodig, transacties te volgen.

De ervaring met privacy in het elektronische tijdperk is tot nu toe dat als iets gevolgd en opgeslagen kán worden, het ook gevolgd en opgeslagen zál worden. Dat u elke dag een pakje sigaretten koopt, of elke week een fles sterke drank, een verslaving aan pijnstillers ontwikkelt of vier avonden in de week in de kroeg hangt, wie uw huishoudelijke hulp is en hoeveel u haar of hem betaalt. Er zijn bedrijven, overheden of verzekeraars die dat heel interessant vinden.

Contanten zijn een van de laatste bastions van de privacy, en de druk is groot om ze uit te bannen. Hoe wenselijk is dat? Cash is het enig overgebleven voelbare bewijs dat geld überhaupt iets voorstelt. Mensen letten bovendien veel beter op hoeveel ze uitgeven als ze contanten hanteren dan als ze elektronisch betalen.

Gelukkig is juist dat tastbare element wellicht de redding van het contante geld. Mensen blijken hardnekkig te houden van zaken die ze kunnen voelen, waarvan het bezit direct merkbaar is. Acht jaar geleden voorspelde menig internetprofeet dat zoiets als een papieren krant snel verdwenen zou zijn. Het is wenselijk dat het met cash, ondanks de druk van de financiële sector om het te laten verdwijnen, net zo zal gaan en we elkaar over twintig, dertig jaar nog steeds met munten en biljetten betalen. Niet uit conservatisme, maar omdat in een moderne wereld zonder geld niets, maar dan ook niets van u nog geheim blijft.