Boslust – Esbeek

In de nederzetting Boslust wordt de geplande route, tussen de verspreide huizen en weiden door naar het bos, direct onderbroken door twee ongeplande sloten. Ze snijden het pad aan stukken. Die dingen zie je niet op een kaart. Nu ja, wij zagen het niet. Gelukkig staan de sloten droog. We steken ze over en ook de provinciale weg die onlangs tussen die twee sloten werd geopend.

Het heeft dan eindelijk gevroren. Vorst is een feest. Onder mijn schoenen knispert dor blad alsof het zilverpapier is. Rijp effent de bermen, rupsband-moddersporen veren als stopverf. Wandelen wordt vanzelf stoer bewegen, want wie treuzelt krijgt het koud.

Aan de hemel is een blauw vlies gespannen. Het land ziet bleek van de kou. En het bloost, nu het wordt verwarmd door een zon die omhoog klauwt tussen wolken met randen van geplette aalbes. Hij zal niet hoger komen dan de toppen van de bomen die hier stukjes weidegrond omgorden. Zware pluiskoeien wonen daar, en paarden met baardvlas op hun kinnen – het zonlicht kietelt ertussen, en door hun wimpers. Weidedieren kunnen er in de regen verslagen bijstaan, maar deze kou verwelkomen ze, zo te zien: ze knikken met hun koppen, grazen, kuieren.

Het bos bestaat vooral uit doorzicht tussen dennen- en beukenstammen en breekbare eikjes, elzen en berken. Nu en dan ontstaat er onverwachts een plaatje. Bijvoorbeeld als er een rijtje crossfietsers passeert, of als er onverhoeds een strogeel moeras tussen het hout schemert.

„Net een kijkdoos, zo’n bos”, stelt kameraad Laura vast, „bomen geven diepte”.

In het veld aan de andere kant van het pad onderscheid ik geen diepte maar breedte, met leegte en norse struiken. De vennen zijn gesealed met een geplooide laag dun ijs. Daaronder stel ik me kikkers voor, ze slapen in de modder, hun harten staan bijna stil.

Allemaal romantische verbeelding, ik besef het. De passerende bejaarde meneer met grijze hoed, kraalooghondje en één koude traan onder zijn rechteroog, is dat niet. Die is aandoenlijke realiteit.

Het pad duikt tussen het leren blad van de rododendrons die hier de bermen bezetten. Er zijn ook vrachten afgetakelde varens, dorre varens zijn armoeiïg.

Bij de Rovertse Leij, een beek met grote lussen, merkt kameraad Laura op dat ze hier nu wel eens een muskusrat zou willen zien. Zo’n rat zou het heerlijk hebben, onder die afgekalfde, met halmen overhuifde wallekanten.

Man weet: „Muskusratten zijn dol op pastinaak”. Kameraad Laura: „Pastinaak smaakt nergens naar”. Man lepelt een recept op.

Ik zie een roodborst. Zijn ronde voorkant is een lantaarn.

17 km. Kaarten 42, 43 en 44 (plus variatie op stafkaart i.v.m. aan- en aflooproute) uit Grenslandpad. Uitg. LAW, Amersfoort 2004. Geen openbaar vervoer. Tel. regiotaxi: 013 5499999.