Bezuiniging wekt woede op

Critici spreken van de „grootste slachting ooit”, nu 194 Britse instellingen hun subsidie verliezen. De Arts Council wijst de kritiek van de hand. „We hadden nog nooit zoveel geld.”

Floris van Straaten

Het wordt een zwarte Kerst voor veel Britse culturele instellingen. Immers, internationaal bekende organisaties als de London Mozart Players en het homoseksuele kunstfestival Queer up North uit Manchester dreigen hun subsidie te verliezen.

De afgelopen dagen viel bij deze en 192 andere kunstinstellingen een brief in de bus. Daarin schreef de Britse Arts Council, de belangrijkste verstrekker van subsidies aan de kunst, dat ze het in het nieuwe jaar zonder subsidies moeten stellen – of met beduidend minder geld.

Voor Queer up North betekent de korting dat de medewerkers de deuren moeten sluiten, zo verklaart artistiek directeur Jonathan Best somber door de telefoon. „We zijn heel kwaad.”

De Arts Council staakt de jaarlijkse subsidie van 98.000 pond (137.000 euro) aan het festival met ingang van april. De subsidie maakte bijna een derde van de begroting van Queer up North uit. De reden? Het festival zou onvoldoende bezoekers trekken.

Onzin, stelt Best. De Arts Council baseert zich volgens hem op onjuiste statistieken. Zo is het aantal bezoekers sinds vorig jaar juist gestegen, zegt hij, van 5.500 tot 23.000 mensen. Best wil dan ook beroep aantekenen tegen het besluit van de raad.

De London Mozart Players, gespecialiseerd in kamermuziek, moeten het vanaf april eveneens zonder subsidie stellen, jaarlijks 165.000 pond. Dat komt neer op zo’n 15 procent van de begroting. De Council zegt met dat geld liever regionale ensembles te steunen. „Dit is een bijzonder ernstige ontwikkeling voor ons orkest”, zegt Jo Towler. Zij roept de hulp van parlementariërs in om de bezuiniging tegen te houden.

Critici hebben de aangekondigde kortingen al „de grootste slachting onder kunstinstellingen” genoemd sinds de oprichting van de Arts Council, in 1940. De raad zelf wijst die kritiek van de hand. „We hebben juist meer geld dan ooit tevoren van de regering voor kunst gekregen”, aldus woordvoerder Emma Russell. In totaal kan de Arts Council in de komende drie jaar circa één miljard pond (1,4 miljard euro) verdelen. Dat is een fractie meer dan in de voorgaande periode.

Wel erkent Russell dat de raad dit jaar strenger heeft geselecteerd. „We kunnen onze fondsen gelijk over alle kandidaten verdelen. Maar dat leidt tot karigheid voor iedereen. In plaats daarvan hebben we ervoor gekozen organisaties te steunen waarvan we het gevoel hebben dat ze de kunsten in het land een impuls kunnen geven. Zulke instellingen willen we helpen zich volledig te ontplooien.”

Het is een opvatting die in Nederland wordt gedeeld door twee toonaangevende kunstfondsen, de Mondriaanstichting en het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). Ook zij pleitten dit jaar voor meer geld voor minder kunstenaars. Hun voorstel stuitte echter in Nederland op veel kritiek.

Tot de gelukkigen in Groot-Brittannië behoren onder meer het onlangs heropende Round House Theatre in de Londense wijk Camden, met gevarieerde, multiculturele programma’s. Met een miljoen pond verdubbelt dit theater zijn subsidie ten opzichte van vorig jaar. Ook het Royal Opera House Covent Garden, de Royal Shakespeare Company en het Londense South Bank Centre, waar veel klassieke muziek en theater wordt geboden, krijgen meer subsidie van de Arts Council.

Een ander operagezelschap, English National Opera, eveneens uit Londen, behoudt zijn subsidie à 17,5 miljoen pond. Het bedrag is echter voor het komende jaar bevroren omdat de Arts Council matig te spreken is over de artistieke kwaliteit van het gezelschap.

Sommige critici menen dat de Arts Council de instellingen in de Britse hoofdstad Londen meer geld geven dan die in de provincie. Maar woordvoerder Emma Russell bestrijdt die visie. „We hebben volop aandacht voor wat er in de regio gebeurt. We staan open voor iedereen die bij ons een verzoek indient.”