‘Bewind in Peking bepaalt wat IOC besluit’

Tibet blijft vechten voor erkenning als sportnatie. Wat China en het IOC ook beslissen, Tibetanen menen recht te hebben op deelname aan de Olympische Spelen.

Het Tibetaanse Olympisch Comité (TOC) wil dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) voor de Zwitserse rechtbank verklaart waarom een Tibetaans team wordt geweerd van de Spelen in Peking.

Kelsang Gope, lid van TOC, verduidelijkte deze week tijdens een bezoek aan Amsterdam zijn onbegrip voor het besluit van het IOC. „Tibet is geen onafhankelijke staat (want een provincie van China), meent het IOC, en kan daardoor geen olympische status verkrijgen, maar dan meet ze met twee maten. Dat is geen afdoende verkaring voor ons. We stappen desnoods naar de rechter.”

Terwijl buiten het kantoor van het IOC in Lausane begin vorige week zo’n honderd Tibetanen en sympathisanten demonstreerden, spraken Kelsang Gope en voorzitter Wangpo Tethong van het TOC binnen met de bestuursleden van het IOC. Teleurgesteld, maar niet ontmoedigd hoorden ze van vice-voorzitter Thomas Bach dat een Team Tibet (zo’n dertig sporters die buiten Tibet wonen) niet wordt toegelaten.

Hoewel ooit Brits-Indië als kolonie van Engeland, Suriname als kolonie van Nederland en Oost-Timor, Hongkong en andere ‘deelstaten’ wel mochten deelnemen onder olympische vlag verwees Bach slechts naar het olympic charter: niet onafhankelijk, geen deelname.

In het kantoor van de Tibet Support Groep-NL in Amsterdam heersen dezer dagen woede en verbazing. TOC-bestuurslid en coach van het voetbalelftal van Tibet, Kelsang Dhondup, kan zijn emoties niet bedwingen als dit besluit wordt geanalyseerd. „Omdat Peking niet wil, wil het IOC niet. Het IOC durft niet, omdat Peking Tibet niet wil respecteren. Voorzitter Rogge van het IOC, heeft toegezegd dat de mensenrechten gerespecteerd moeten worden door China en dat het IOC daar op toe zal zien. Wat nu gebeurt, is dat Peking bepaalt wat het IOC besluit. Om economische redenen. Het gaat niet om mensenrechten, maar om politiek en geld.”

Dhondup refereert aan een oefenwedstrijd die zijn Tibetaanse elftal in 2001 in Denemarken tegen Groenland wilde spelen. „De FIFA, die ons ook niet accepteert, heeft alles ondernomen om de wedstrijd ongedaan te maken. Onder druk van Peking mocht het duel niet doorgaan. De handelsbetrekkingen tussen China en Denemarken liepen gevaar. De Deense sportartikelenfirma Hummel werd gedreigd met een Chinese handelsboycot.”

Bondscoach Dhondup: „It’s a bloody shame. Hoe China de FIFA en het IOC onder druk zet, is onmenselijk en heeft niets met sportverbroedering te maken.”

Lydia Stilma, directeur van Tibet Support Groep, verwijst naar de toenemende religieuze onderdrukking in Tibet. Sinds de boeddhistische leider in ballingschap, Tenzin Gyatso, de veertiende Dalai Lama, in oktober door de Amerikaanse president George Bush werd onderscheiden met de gouden medaille van het Amerikaans congres, neemt de Chinese repressie in Tibet toe. Zegt ze.

Stilma: „Boeddhistische monniken vierden het eerbetoon aan hun Dalai Lama door muren van hun kloosters wit te verven. Tibetanen gingen in Lhasa de straat op. Een van de mensen die het woord nam werd opgepakt omdat hij de woorden Tibet en Dalai Lama uitsprak. Hij is door de Chinezen veroordeeld tot acht jaar cel. Tibet bestaat niet in China, wie zich uitgeeft voor Tibetaan wordt bestraft. Wie op het Chinese internet Tibet of Dalai Lama intikt stuit op een firewall.”

De Dalai Lama, die sinds 1959 als gewetensgevangene in ballingschap leeft, zegt in een interview in het decembernummer van Wordt Vervolgd, het blad van Amnesty International, dat Tibet deel moet blijven uitmaken van China. „Kleine naties kunnen beter samengaan om economische redenen, zoals in de EU. Alleen dan wordt Tibet economisch en materieel sterker. Chinezen moeten Tibet niet alleen zien als een melkkoe voor inkomsten uit toerisme, maar moeten een holistische benadering voorstaan, kijken naar Tibets culturele erfenis. Tibetaans boeddhisme is het rijkst van al.”

De Dalai Lama verder: „Wat we nastreven is onze spirituele cultuur delen met China. Ons streven is om onderdeel te blijven van de Volksrepubliek maar tegelijk moet de Chinese regering ons een zekere mate van zelfbestuur geven, betekenisvolle autonomie.”

Maar hij zegt ook: „Zolang de huidige ideologie en de grote leugens doorgaan is China een gevaar voor de wereld. Het liegen houdt maar niet op. Richting de buitenwacht is het misschien begrijpelijk, maar tegen het eigen volk? Dat is betreurenswaardig, het is slecht. Ook het eigen volk heeft geen respect voor de leiders.”

Waarom mogen er geen sporters met Tibetaans bloed in ‘Peking’ meedoen? Volgens IOC-vicevoorzitter Bach is de olympische wetgeving in 1996 veranderd en kunnen ‘provincies’ niet meer meedoen. Volgens zijn collega-bestuurslid de Hongaar Pál Schmitt is er wél een mogelijkheid.

Vorige maand organiseerde het Europees parlement een hoorzitting over China en de mensenrechten. Schmitt zei toen dat het IOC niet in een positie is om de situatie van mensenrechten in het land te volgen of druk uit te oefenen op China, maar dat het tijd is voor een politieke verklaring van het IOC.”

Stilma van Tibet Support Groep-NL zegt: „Naarmate de druk toeneemt op het IOC wordt het steeds onrustiger in Tibet. Het lijkt vredig in Lhasa, maar zodra je de naam Dalai Lama uitspreekt ben je verdacht of al gestraft. Wij verwelkomen de Spelen in Peking, want juist daardoor krijgt Tibet aandacht. En dat is nu net wat Peking wil verhinderen.”

Sport in Tibet? Jazeker, want behalve traditionele sporten als paardenraces, polo, boogschieten, worstelen en yakraces is er ook basketbal, cricket, voetbal, atletiek. Sinds 1999 is er een Tibetaanse voetbalbond, niet erkend door de FIFA, en een nationaal elftal. Kelsang Dhondup, de bondscoach, vindt de talenten vooral in de Indiase competities. „Ze zijn Tibetaans en willen Tibetaans blijven en voor hun land spelen. We spelen soms in Italië en Denemarken, als het niet gedwarsboomd door de Chinezen. En we hebben geen sponsors, omdat Tibet maar niet gerespecteerd wordt.”

Mocht Peking 2008 niet haalbaar zijn voor Tibet als deelnemende natie, dan richt het TOC zich op 2012 in Londen. De Dalai Lama zegt: „China zal opener worden. Het duurt hooguit nog een jaar of vijf, tien. De tijd schrijdt voort. In Tibet is nauwelijks verbetering te constateren en ondanks al onze inspanningen is er kritiek. Het zijn vooral de jongeren die gefrustreerd raken door de geringe vooruitgang. Toch blijven we volharden. Tibetanen weten hoe ik erover denk. Als de juiste gelegenheid zich voordoet, ga ik in hongerstaking.”