Weekboek 51

WeekBoek werkt samen met Dirk Leymans http://papierenman.blogspot.com. De berichten zijn daar in uitgebreide vorm te lezen en op nrc.nl/boekenblog

Willem van Nassov Adriaen Th. Key Willem van Oranje Key,Adriaen Thomasz. (1544-1589) William of Orange (1533-1584) Lessing, Erich;Hollandse Hoogte

Vervoort geeft Vrij Nederland weerwoord

In de laatste Vrij Nederland staat een vreemde advertentie: een paginagroot artikel van Hans Vervoort waarin hij weerwoord geeft op een VN-recensie van zijn laatste boek Opwinding, deel 1 van de kantoor-trilogie Het bedrijf. Op 14 november veegde Jeroen Vullings de vloer aan met het boek: ‘Vervoort schrijft veelal als een dorre, door onderzoeksrapporten en cijfers bevangen boekhouder’.

„Hans wilde weerwoord geven,” legt zijn uitgever Vic van de Reijt uit, „maar toen zijn tekst zou worden ingekort en later ook voor die ingekorte versie geen ruimte bleek te zijn, heeft hij voor de advertentievorm gekozen.”

In dezelfde Vrij Nederland stond een tweede forse advertentie voor Opwinding: een romanfragment.

Vervoort schrijft in het advertentie-artikel het niet eens te zijn met de gronden waarop zijn boek is beoordeeld. Het boek, dat is gebaseerd op Vervoorts kantoorervaringen bij de Weekbladpersgroep, zou volgens Vullings geen roman zijn. Vervoort gebruikte die genre-aanduiding juist om te benadrukken dat zijn geheugen de zaken die hij beschrijft vertekend kan hebben weergegeven.

De stunt heeft de schijn van een WPG-onderonsje. Vervoort werkte er van 1975 tot 2000 onder andere als directeur-uitgever. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar valt onder de WPG, en Vrij Nederland wordt door dat bedrijf uitgegeven. Volgens Van de Reijt maakte Vervoorts voormalige functie het er juist eerder moeilijker dan makkelijker op om het stuk geplaatst te krijgen. Wel kreeg Nijgh & Van Ditmar korting op de advertenties. Het zou om ‘enkele duizenden euro’s’ gaan. (RK)

Nieuw licht op auteurschap van het Wilhelmus

Er is een nieuwe kandidaat voor het auteurschap van het Wilhelmus. Volgens neerlandicus René van Stipriaan schreef de rederijker Johan Fruytiers ‘mogelijk’ de tekst van het populaire 16de- eeuwse geuzenlied dat eeuwen later, in 1932, het officiële Nederlandse volkslied werd. Van Stipriaan doet zijn ‘speculatieve hypothese’ in het Journal of Early Modern History (Vol. 11, no. 4-5). In de jaren 1569 en 1570, waarin het Wilhelmus volgens Van Stipriaan moet zijn geschreven, maakte Fruytiers deel uit van een groep geletterde ‘spindoctors’ die Willem van Oranje om zich heen had verzameld. Dat Fruytiers, zo weten we uit zijn overgeleverde poëzie en proza, de voornaamwoorden ‘ghy’ en ‘du’ willekeurig door elkaar gebruikte, is voor Van Stipriaan ook een belangrijk argument om hem als potentiële auteur van het Wilhelmus aan te wijzen. Dat is namelijk een opvallend stijlkenmerk van het Wilhelmus. (RK)

PVV: legaliseer ‘De Ondergang van Nederland’

De Partij voor de Vrijheid wil dat er een einde komt aan het ‘de-facto-verbod’ op het boek De ondergang van Nederland. De PVV pleitte er maandag in de Tweede Kamer voor dat het boek wordt verspreid op alle middelbare scholen van Nederland. Het boek, een omstreden anti-islamitische pamflet, verscheen in 1990 onder het pseudoniem Mohammed Rasoel. Na een klacht van de Anne Frank Stichting werd de schrijver, de in Edam woonachtige variété-artiest Zoka van A., veroordeeld wegens discriminatie. De Amsterdamse tekstwetenschapper Teun van Dijk concludeerde echter op basis van overeenkomsten in stijl dat niet Rasoel de auteur van het boek was, maar Gerrit Komrij. Van A. zou door Komrij zijn ingehuurd om zich als Rasoel uit te geven. De PVV houdt vol dat het nooit duidelijk is geworden wie de schrijver is. Na de uitspraak van de rechter is het boek niet meer in druk verschenen. (RK)

Piet Gerbrandy zou een Mussolini zijn

In Remco Camperts recente bundel Nieuwe herinneringen staat: ‘laat ik niet denken / dat ik examens moet afleggen in de poëzie […] of iets moet bewijzen aan bv. de kogelronde criticus / een van de Mussolini’s van de poëzie / die met die baard en die snor / die zelf gedichten schrijft / die de 18 doden niet goed vindt / zichzelf veel beter / mijn vader twee keer vermoord / de tweede keer vanwege / de heiligheid van de poëzie / en het beter weten’. Die kogelronde criticus moet haast wel Piet Gerbrandy zijn, die ‘De achttien dooden’ een ‘buitengewoon matig gedicht’ heeft genoemd, dat ‘van clichés aan elkaar’ hangt. Gerbrandy herkent zichzelf inderdaad in Camperts kanonnade: „ Wat hij in feite zegt is: wie het waagt deze sacrosancte tekst niet te waarderen, is een fascistische kampbeul. Bovendien lijkt hij te denken dat ik mijn eigen poëzie beter vind dan die van alle andere dichters, wat nergens op gebaseerd is. Volgens zijn redenering zal een dichter die recenseert altijd zijn eigen poëzie als maatstaf nemen. Lees mijn stukken, en je ziet dat dat niet het geval is.” (TJ)

Toneelstuk Verne voor het eerst vertaald

Het Jules Verne Genootschap brengt voor het eerst de Nederlandse vertaling van Vernes toneelstuk De reis door het onmogelijke uit. Twee andere boeken van de Franse schrijver, Meester der wereld en Het bestuurbare eiland, worden opnieuw uitgebracht en zijn daarmee voor het eerst in honderd jaar in het Nederlands beschikbaar. De Reis door het Onmogelijke werd vertaald door Dave Bonte, student Romaanse filologie aan de Universiteit van Gent. De drie nieuwe Verne-titels zijn beschikbaar via Lulu.com, een website die digitaal drukken aanbiedt. (HC)

Website van de week: arnongrunberg.com

Geen haatberichten, geen twijfel aan de geestelijke gezondheid van collega’s, maar vriendelijke observaties over literatuur, films, New York, het leven. Dit is het tweede gezicht van Arnon Grunberg; hij laat het dagelijks zien op zijn Engelstalige weblog. Waarom daar wel? Misschien heeft hij op zijn blog niets te bewijzen. Zelfs de aankondiging, twee maanden geleden, van een nog geheim NAVO- offensief in Uruzgan ging per ongeluk. We lezen over hoe hij een zondagavond op de bank bij zijn moeder in Amsterdam doorbrengt: samen kijken ze naar een Duitse thriller. Gezellig. De man die sinds de A.F.Th.-rel bekend staat als het enfant terrible van de Nederlandse literatuur blijkt een poeslieve intellectueel. (RK)

M.m.v. Hans Cottyn, Toef Jaeger, Reinier Kist en Dirk Leyman