Wat draait er in het Elysée?

Met de Oscar voor Al Gore heeft Hollywood de eerste stap al gezet. Nu is het nog slechts een kwestie van tijd voor de steeds hechtere relatie tussen showbusiness en politiek wordt bekroond met een krachtig symbool: de jaarlijkse uitreiking van de Oscar voor de meest theatrale politicus van het jaar. De jury van de Palme d’Or in Cannes zal niet achter kunnen blijven, en voor je het weet staat Pieter van Geel met een Gouden Kalf in zijn armen – want in Nederland houden we nu eenmaal van ingehouden spel.

Maar gelukkig hebben we Frankrijk. En Frankrijk heeft Sarkozy. Eindelijk hebben de Franse kiezers dit voorjaar een eind gemaakt aan de opeenvolging van slappe remakes van generaal De Gaulle. Giscard d’Estaing, Mitterrand, Chirac – mannen die stuk voor stuk met groot gewicht de grandeur van La France konden uitdragen, maar ook een type waar je na ruim dertig jaar wel wat op uitgekeken raakt.

En nu blijkt er in het Elysée opeens een remake te draaien van Louis de Funès. Klein mannetje, hyperactief, soms intens gemeen, maar dan weer snel poeslief. Geen groot filosoof, meer iemand die van aanpakken houdt. En die voortdurend en onvermoeibaar bezig is het publiek te amuseren, van minuut tot minuut. Warme gevoelens roept hij niet op, maar het is moeilijk je helemaal aan zijn vreemde charme te onttrekken.

Vulgair? Absoluut. Effectief? Dat moet nog blijken. „Maar voorlopig zitten we in de voorstelling en vermaken we ons”, zei Claude Chabrol deze week in een vraaggesprek met de krant Libération over de ‘mise en scène présidentielle’. De grote filmregisseur doet geen moeite te verhullen dat hij geniet. „Hij voert een voorstelling op en er is altijd iets wat ons verrast.” Zo houdt een politicus de aandacht vast.

Deze zomer kon Frankrijk zich vergapen aan de vakantie van Sarkozy aan een meer in New Hampshire. De Fransen konden er niet omheen: de Président de la République was in Amerika – voor zijn plezier!

Dan waren er de verrassende bijrollen van zijn vrouw Cécilia, eerst als redder van de Bulgaarse verpleegsters die jarenlang in de kerkers van de Libische dictator Gaddafi hadden vastgezeten. En later als de zelfverzekerde vrouw die het vertikte haar vakantie te onderbreken voor een barbecue met de familie Bush, een paar vakantiekolonies verderop.

Een paar maanden later is Cécilia alweer uit het script geschreven, en heeft Sarkozy in Parijs de rode loper uitgerold voor niemand minder dan diezelfde Gaddafi. Die nepfakir, zegt Chabrol bijna met bewondering, alsof hij hem maar wat graag had gecast. „Fantastisch. Met die tent! Hij weet hoe hij een show moet opzetten.”

En toen de Gaddafi-show een wat te sombere toon dreigde te krijgen, omdat niet iedereen in Frankrijk bereid was over het hoofd te zien wat de Libische leider aan akeligs op zijn geweten heeft, ging er onmiddellijk een nieuwe voorstelling in première. De president ging dit weekeinde met zangeres en voormalig fotomodel Carla Bruni op bezoek bij Mickey Mouse. Romantiek in Eurodisney? Keert de liefde terug in het Elysée? Meer in de volgende aflevering. En dit is dan nog maar het eerste seizoen!

Je mag er plezier aan beleven, je mag je er over opwinden, zegt Chabrol, maar „we hebben in elk geval niet de indruk dat we op de rand van de dood balanceren. Voorlopig helpt hij ons de winteravonden door.’’

Maar wat heeft dat allemaal te maken met politiek, en met de redenen waarom de Franse kiezers Sarkozy hebben gekozen? Alles. Geen mens hoeft er na de ontvangst van circus-Gaddafi nog aan te twijfelen dat Sarkozy het nationale economische belang prioriteit geeft boven zijn mensenrechtenbeleid. En hij kan wel twintig toespraken houden over het belang dat Frankrijk zich losmaakt uit zijn culturele isolement en aansluiting zoekt bij Amerika, maar zijn boodschap komt bij de Fransen vast een stuk beter over door de foto’s van zijn zomervakantie, en door zijn jogginguitjes in een sweatshirt van de NYPD, New York Police Department.

Bovendien, de kiezer houdt wel van wat theater, ook al pakt dat niet altijd goed uit. Heel Europa haalde vorige maand opgelucht adem toen bleek dat de Poolse gebroeders Kaczynski de verkiezingen hadden verloren, en althans broer Jaroslaw, de premier, het veld moest ruimen. Maar de schrijver Andrzej Stasiuk schreef dat het ook jammer was dat de voorstelling nu was afgelopen. Als burger had hij vaak zijn vuisten gebald over de politiek van de broertjes, die hij haatdragend, wraakzuchtig, meedogenloos, boosaardig, onbeschaamd en kleinzielig noemt. „Maar een mens is niet uitsluitend burger. Hij houdt ook van theater.” En de waarheid is, schrijft Stasiuk, dat we politici niet kiezen om ons netjes te laten regeren, maar om een theatervoorstelling voor ons op te voeren.”

Dat mag slechts een deel van de waarheid zijn, en het mag pijnlijk zijn, maar het is moeilijk om het helemaal te ontkennen. Wat zou een beetje theater in Brussel geen wonderen doen voor de betrokkenheid van de burger bij de Europese Unie?

Sarkozy zal er niet op wachten. Die is al bezig aan zijn spannende eindejaarsvoorstelling. Zal het onze kleine held lukken nog vóór Kerstmis de gegijzelde politica Ingrid Betancourt uit handen van de Colombiaanse guerrillabeweging FARC los te krijgen?