Vrienden kun je zelfs in de supermarkt maken

Eén op de drie jongeren is eenzaam: een cursus vrienden maken biedt uitkomst.

Het blijkt vooral een kwestie van zelfvertrouwen.

„Tijdelijk: drie vrienden halen, twee betalen.” Deze slogan gebruikt Alfred in de Nederlandse film Rent-A-Friend voor zijn vriendenverhuurservice. Al snel krijgt hij aanvragen: een vriend voor de enige Nederlandse fan van het Duitse voetbalelftal, tien vrienden en twee vage kennissen voor een feestje en zestig vrienden voor een reünie. De vraag naar vrienden blijkt enorm.

Wie heeft er nou geen vrienden? Ongeveer één op de drie jongeren van 16 tot 30 jaar voelt zich matig tot sterk eenzaam, bleek vorig jaar uit een onderzoek van TNS NIPO onder 1.108 jongeren. Het Rode Kruis startte daarop de cursus ‘Vrienden maken kun je leren’, in samenwerking met de psychomedische zorginstelling Parnassia. „Het is opvallend hoeveel jongeren zich aanmelden. Een vrouw van 76 meldde zich af omdat ze zich te oud voelde”, vertelt Andrea Zierleyn, één van de trainers.

De beweegredenen om de cursus te volgen lopen erg uiteen. Er is zelfs een deelnemer door zijn eigen vrouw opgegeven. Rutger (33) volgt de cursus sinds oktober omdat hij last heeft van sociale fobie. „Op mijn eenentwintigste ben ik verhuisd, maar ik vind het heel moeilijk mensen aan te spreken. Ik heb dan ook nog niet veel nieuwe kennissen gemaakt.” Ook Marlies vindt het moeilijk contact te leggen. „Ik ben er te verlegen voor”, is haar verklaring.

De cursus bestaat uit zes bijeenkomsten van twee uur. Voor de acht tot twaalf deelnemers is er na de cursus een terugkomdag. „Het is goed om te zien dat er nog meer mensen zijn zoals jijzelf. Triest eigenlijk, maar het gaf me een goed gevoel”, zegt Rutger. „Ik heb aan niemand verteld dat ik deze cursus volg”, bekent Marlies. Praten over eenzaamheid is een taboe, concludeert zij.

Tijdens de cursus praten de deelnemers over de oorzaak van hun eenzaamheid, maar bovenal werken ze aan praktische oplossingen. Op een flip-over schrijft trainster Andrea plekken waar je potentiële vrienden of kennissen kunt ontmoeten. Op het schoolplein, bij vrijwilligerswerk of tijdens het uitlaten van de hond bijvoorbeeld. „De supermarkt”, voegt Marlies aan het rijtje toe. „Soms hebben ze daar zelfs koffieautomaten.”

De deelnemers werken aan hun zelfvertrouwen door de zin “Ik vind het heel goed van mezelf dat...” af te maken. In eerste instantie weet de helft niets te verzinnen. De meeste deelnemers hebben een negatief zelfbeeld. Zij krijgen de tip thuis memootjes met positieve gedachten op te hangen, dat stimuleert het positief denken. „Iemand heeft z’n hele huis volgeplakt”, vertelt Andrea lachend.

Ook het voeren van een gesprek wordt geoefend: de deelnemers moeten om beurten twee minuten praten en twee minuten actief luisteren. Ze hebben al geoefend. Elbert (35) heeft geprobeerd een praatje te maken met een buschauffeur, maar wist niet goed hoe hij moest beginnen. „Ik vroeg me af of er wel een klik was.” De anderen geven hem tips: je kunt niet voor iemand invullen of hij met je wil praten, je moet het gewoon proberen. Rutger heeft een tip van vorige week toegepast. Hij is sinds kort lid van een sportschool en als hij binnenkomt, begroet hij iedereen. Om te laten weten dat hij er is. „Dat werkt heel goed. Sommige mensen groeten gewoon terug, anderen beginnen zelfs een praatje”, vertelt hij stralend.

„Goh, wat jammer dat het straks alweer voorbij is”, verzucht Henny als de bijeenkomst bijna is afgelopen. Het is namelijk de één na laatste les. Hoewel de cursus niet bedoeld is om onderling vrienden te maken, wordt er tussen de laatste les en de terugkomdag toch een extra koffieafspraak gemaakt.

Na de cursus begint het vrienden maken pas echt. Rutger heeft er zin in. „In plaats van contact te vermijden, ga ik het nu opzoeken.” Elbert gaat op boogschieten en Marlies wil vrienden maken in de buurt. „Het is natuurlijk niet de bedoeling, maar het makkelijkst zou zijn een hond te nemen. Of een kind”, grapt ze.