Verstoorde markt of de beste medicijnenprijs

Zorgverzekeraars wekken weerstand bij hun streven medicijnkosten te verlagen. De apothekers stonden deze week voor de rechter, de producenten van generieke middelen vandaag.

Maar liefst twee rechtszaken werden er deze week over gevoerd. De beslissing van Nederlandse zorgverzekeraars om alleen nog bepaalde – goedkope – medicijnen te vergoeden beroert de gemoederen volop.

Gistermiddag gebood de rechtbank in Den Haag apothekersorganisatie KNMP direct haar campagne tegen zeventien verzekeraars en hun brancheorganisatie te staken. En vandaag was het de Bond van de generieke geneesmiddelenindustrie (Bogin) die in Breda tegen de verzekeraars procedeerde.

In haar campagne betichtte de KNMP verzekeraars van bemoeizucht, omdat ze bepaalde medicijnen van vergoeding uitsluiten als daar een goedkoper alternatief voor is – het zogenoemde preferentiebeleid. Volgens de rechter gingen de apothekers te ver met hun campagne, die hij „onjuist” en „suggestief” noemde.

De zaak waarin de Bogin zich keert tegen de zorgverzekeraars heeft ook alles te maken met het preferentiebeleid. Diverse verzekeraars, waaronder CZ, Delta Lloyd en Menzis, hebben aangekondigd dat ze per 1 maart 2008 een reeks medicijnen toevoegen aan hun preferentielijst. Negen soorten hebben ze volgens de KNMP alle drie op hun lijst gezet.

De Bogin vermoedt dat de verzekeraars onderling iets bekokstoofd hebben. En dat is niet in de haak, vindt voorzitter Frank Bongers. Met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) was immers afgesproken dat het collectieve preferentiebeleid alleen twee cholesterolverlagers en een maagmiddel zou betreffen. Individuele verzekeraars mogen zelf kiezen welke medicijnen ze vergoeden, en onder welke voorwaarden. Maar nu lijkt het individuele preferentiebeleid van verschillende verzekeraars „qua producten en uitvoering wel heel erg op elkaar”, aldus de Bogin.

Ach, zegt Dirk-Jan Westerwoudt namens verzekeraar CZ. „Wie beweert, moet bewijzen. Ik wens de heer Bongers veel succes.” Ook ZN maakt zich niet druk.

Dat meer verzekeraars identieke producten op hun lijstje zetten, kan Bongers zich voorstellen. Maar dat al die lijstjes op dezelfde datum ingaan, kan nauwelijks toeval zijn. Dat ze allemaal een langere preferentieduur willen evenmin. En dat ze alleen het goedkoopste medicijn in z’n soort willen vergoeden, plus medicijnen die minder dan 3 procent duurder zijn, is ook een veeg teken. Tot nog toe gold namelijk een marge van 5 procent. „Dit wekt de gedachte dat het gezamenlijk beleid is.”

En dat steekt de Bogin. Want dit najaar nog is, mét ZN, afgesproken dat het collectieve preferentiebeleid niet zou worden uitgebreid. Dat ligt vast in het Transitieakkoord, waarover apothekers, verzekeraars, medicijnproducenten en het ministerie van VWS langdurig overlegd hebben.

Bongers maakt er geen geheim van dat zijn organisatie tegenstander is van het preferentiebeleid. „Dat verstoort de markt en brengt de continuïteit van levering in gevaar.” Maar het is de trend: om de kosten van de gezondheidszorg in de hand te houden, wordt strenge regulering ingeruild voor meer marktwerking. Dat moet leiden tot meer concurrentie en lagere prijzen. Die overgang vergt tijd, en goede afspraken, vindt de Bogin. En die zijn er. In het Transitieakkoord is immers vastgelegd dat de partijen, ondanks hun uiteenlopende belangen, de komende twee jaar 2,7 miljard euro op de geneesmiddelenvoorziening besparen.

Wat de zorgverzekeraars nu doen – voor meer producten scherpere voorwaarden stellen – is tegen het zere been. „Ze nemen een voorschot op het uiteindelijke doel, gereguleerde marktwerking. Ze gaan te hard”, vindt Bongers. Daarom moet de Bredase rechtbank hen terugfluiten. „Als één partij beweegt, heeft dat gevolgen voor allemaal. Iedereen moet zich houden aan letter en geest van het Transitieakkoord.” Anders heeft het geen zin afspraken te maken. Bongers: „Ook ZN heeft getekend. Aan een uitgebreider preferentiebeleid doen we niet mee. Dan maar geen akkoord, geen afspraken over geleidelijke prijsverlagingen. Dan maar een normale markt. Maar dan lopen ook de besparingsdoelstellingen gevaar.”

Zo’n normale markt, met écht vrije concurrentie, zou onder een normaal marktregime moeten komen. En dan kan, in de optiek van de Bogin, samenspannen van zorgverzekeraars niet meer door de beugel. De manier waarop zij nu optreden, met 70 procent van de Nederlandse patiënten als drukmiddel, zou in elke andere branche misbruik van machtspositie heten. En Zorgverzekeraars Nederland is dan een kartel.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit stemde twee jaar geleden in een ‘voorlopige zienswijze’ in met de huidige praktijk, juist om meer marktwerking mogelijk te maken. Wat de Bogin betreft gaat die zienswijze op de schop. „Maar dat vergt een andere procedure”, zegt Bongers. Hij wacht eerst op de rechtbank in Breda.

Lees de pleitnota’s in het kort geding van de zorgverzekeraars tegen de apothekers via nrc.nl/binnenland