Vergeten ondernemers

Er is veel te weinig aandacht voor ondernemers in probleemwijken, zoals hier in het Amersfoortse Kruiskamp Foto Chantal Spieard Wijkagenten Kruiskamp allochtone ondernemers Spieard, Chantal

Slechts zes van de veertig probleemwijken besteden expliciet aandacht aan ondernemerschap en wijkeconomie. Dat concludeert sociaal geograaf Nathan Rozema na een analyse van alle wijkactieplannen. Zijn onderzoeksbureau Labyrinth is gespecialiseerd in multiculturele vraagstukken en wijkeconomie. „Ik schrok er van. Als je de term ‘krachtwijk’ serieus neemt, mag je de kleine ondernemers niet missen. Dat zijn nou de mensen die kansen in de wijk willen benutten.”

Minister Vogelaar (Wonen, PvdA) vroeg de betrokken gemeenten hun wijkplannen op te stellen aan de hand van vijf pijlers: wonen, werken, leren, integratie en veiligheid. Volgens Rozema richten de gemeenten zich te veel op het aantrekken van grote bedrijven met veel werkgelegenheid, en zouden ze juist energie moeten steken in kleine zelfstandigen in de wijk. „Juist de kleine bedrijven bepalen het imago van de wijk.”

Waarom vindt u in deze wijken ondernemerschap zo belangrijk?

Rozema: „Allereerst stimuleren ondernemers werkgelegenheid en economische groei in de wijk. Daarnaast hebben ze een direct belang bij een goede wijk. Ze zorgen voor sociale controle op straatniveau. Zij zetten zich in voor een aantrekkelijk winkelcentrum waar geen rottigheid is. En ondernemen werkt emanciperend. Veel hoog opgeleide allochtone jongeren willen iets beginnen in een wijk. En dan niet de zesde shoarmazaak, maar in zakelijke dienstverlening. Geef ze die kans dan ook.”

Waarom is er in de plannen dan weinig aandacht voor?

„Ik denk dat veel gemeenten zich heel strikt aan de opdracht van Vogelaar hebben gehouden. Er werd niet om een kopje ‘ondernemen’ gevraagd, dus dat staat ook niet in het plan. Ze hebben bovendien niet met ondernemers gesproken. Die kwamen namelijk niet op de wijkbijeenkomsten. De ondernemers zijn heel moeilijk te bereiken, want ze werken meestal van acht tot acht om geleend geld terug te verdienen. Ze gaan niet zomaar in op een papieren uitnodiging van de gemeente om te vergaderen. Je moet hen heel persoonlijk benaderen.”

U vindt dat het geld te vaak naar bestaande professionele welzijnsorganisaties gaat...

„Ik zie dat in de wijk waar ik zelf woon, Kanaleneiland. Daar wordt al jaren veel geld ingepompt. Maar er verandert nauwelijks iets. Er is een apparaat rond jongeren en wijken gebouwd en iedereen die in dat veld werkt, is afhankelijk van die problemen. Welzijnsorganisaties zijn vol goede bedoelingen, maar ze hebben geen baat bij het oplossen van de problemen. Je beloont ze voor onopgeloste problemen. Laat de bewoners zelf aan hun problemen werken. Dat is voor gemeenten een gok, want het zijn niet de professionele organisaties die ze kennen. Maar die hebben hun kans gehad. Bewonersinitiatieven krijgen nu vaak maar een kruimel van het totale bedrag. Ik houd mijn hart vast of ze hun enthousiasme wel volhouden.”

Zijn er wijken die het wel goed aanpakken?

„De gemeente Den Haag steekt er met kop en schouders boven uit. In de wijk Transvaal bouwen ze voort op wat de wijk al biedt. Het moet een multicultureel winkelgebied worden, er komt een bazaar, en voor ondernemers komt er een bedrijfsverzamelgebouw en hulp voor starters. Dat is het meest concrete wat we hebben kunnen vinden in alle veertig wijkplannen. De rest blijft daar ver bij achter.”

nrc.next volgt de ontwikkelingen in de probleemwijk Kruiskamp: nrc.nl/kruiskamp