Toneelrecensent Kester Freriks heeft wekelijks gevolgd hoe ‘Odysseus’ de marathonvoorstelling van toneelgroep De Appel tot stand kwam

Eerste leesrepetitie

[20-08-07, 11.00 uur]

Lokaal 5 van het Appeltheater in de Duinstraat in Scheveningen. Op tafel voor elke speler ligt het gloednieuwe script dat bestaat uit zes delen, voorzien van een hemelsblauwe kaft en een zwarte ringband. Smetteloze exemplaren. De rolverdeling gaat rond: Hugo Maerten vertolkt Odysseus, actrice Geert de Jong is Penelope en in dubbelrol Helena, en Sacha Bulthuis neemt zo’n zes rollen voor haar rekening; behalve slavin en voedster Eurykleia speelt zij ook Hestia en nimf Kalypso. Elf acteurs gaan dag na dag werken aan vijftig rollen.

Eerste repetitie

[wo. 29-08-07, 16.23 uur]

De repetitieruimte. De in carré geplaatste tafels waaraan de acteurs vorige week de tekst lazen, is niet meer in gebruik. Een koffiebekertje hier, een vergeten script daar. De repetitieloods in de Scheveningse duinen herbergt een grote, lege speelruimte. De acteurs dragen dagelijkse kleren. Vier actrices zijn als een koor van furiën geplakt tegen de zijwand. Slavinnen die Odysseus’ zoon Telemachos ontgroenen. Acteur David Geysen zit in het midden, het hoofd gebogen.

De kostuumontwerpster

[ma 10-09-07, 17.08 uur]

„Het lijkt eenvoudig een oud, rafelig kostuum te maken”, zegt ontwerpster Annelies de Ridder van atelier Cavaliera uit Den Bosch. „De mensen denken dat je wat draden uit een stuk stof trekt, en dus heb je rafels. Maar in het theater werkt zoiets niet. Ik maak rafels bestendig. Een kostuum moet lang meegaan.”

De Ridder heeft collages gemaakt, geplakt op kartonnen platen, van tientallen foto’s van mannen en vrouwen, jongens en meisjes uit glossy magazines. Ze zegt: „Ik verzamel alles, dit is uit mijn dossier. Kostuums moeten het karakter van een personage uitdrukken. De Griekse soldaten, op terugreis van Troje, zie ik als Vietnamstrijders die na de oorlog een tijdje op een mediterraan eiland mogen bijkomen, drinkend, zwemmend, omringd door prostituees”.

De decorontwerper

[do 04-10-07, 14.19 uur]

Cirkelzagen snerpen, hamers slaan, bouwstof ligt op de 320 stoelen in de zaal. Twee weken nu werken technici van De Appel aan het decor van Odysseus. De vloer van het theater, een voormalige manege aan de Duinstraat in Scheveningen, moet vijftig centimeter omhoog. Niet om de Hades, de onderwereld, een plek te geven maar om twee verzonken badkuipen te plaatsen van elk vijftienhonderd liter.

Decorontwerper Guus van Geffen zit op de eerste rij, volgt de verrichtingen van de technici. Hij zegt: „Ik teken in mijn hoofd, niet op papier. In mijn hoofd is het makkelijker”. Hoog in de achtermuur is een groot rechthoekig gat geslagen voor een nieuwe nis.

Leegte en verlatenheid zijn de sleutelwoorden voor Van Geffens decor. Daarom neemt hij de volle breedte van het Appeltheater. En het gaat ook de verte in. Dat levert een speelvloer op van 17 meter breed en 22 diep, veel groter dan bijvoorbeeld in de Amsterdamse Stadsschouwburg. „Mijn decor bestaat uit een kale ruimte, waarin licht en een handvol rekwisieten voor atmosfeer zorgen.”

De pruikenmaker

[ma 15-10-07, 12.39 uur]

Toneel is en blijft een kwestie verkleden. Neem de pruikenmaker. Over het hoofd van elke speler trekt Sjoerd Didden een fijnmazig haarnetje van nylon. Met kopspelden in verschillende kleuren zet hij de vorm vast. Vervolgens tekent hij op het netje in viltstift de haarlijn af. Zo legt hij de basis voor de pruik. Didden: „Voor de onaantastbare goden op de Olympus verzin ik pruiken die refereren aan iconen van deze tijd: modekoning Karl Lagerfeld, filmster Liz Taylor, zangeres Marilyn Monroe of de society-ster Paris Hilton. Ik doe mijn inspiratie op uit tijdschriften en historische boeken; ik kijk ook op Google”.

De pruiken worden meestal gemaakt van echt haar, vertelt Didden. „Ik gebruik per pruik ongeveer 100 tot 150 gram. Het haar komt uit India. Ik gebruik haar dat in tempels wordt geofferd en per opbod verkocht, soms met duizenden kilo’s. Dat komt per vrachtwagen naar Nederland.”

De loods

[di 30-10-07, 14.29 uur]

Dit is de elfde week dat De Appel in de loods in de duinen repeteert. De repetities zijn als schietoefeningen in de leegte, tot het raak is. Tekst herhalen, analyseren, mise-en-scène toetsen. Regisseur Aus Greidanus zegt: „Jullie staan op het strand, er klinkt het geruis van de zee”. Maar van zee noch strand is iets te zien. Hermes, vertolkt door Bob Schwarze, zit achter een tafel en laat zijn schoeisel zien. Nu zijn het afgedragen sportschoenen, maar straks in de voorstelling niet: dan glimmen er vleugels aan zijn gouden schoenen.

De emmer

[wo 07-11-07, 14.19 uur]

De scène gaat over de slachting door Odysseus en zoon Telemachos van de vrijers aan het slot van de Odysseia. Eigenlijk zou er een emmer met bloed moeten staan, waarin Geysen als Telemachos zijn handen dompelt. „Maar”, vervolgt de regisseur, „een emmer maakt het te realistisch, jij moet de verschrikking voelbaar maken met taal, met je spel.”

André Hazes

[ma 12-11-07, 15.09 uur]

Odysseus en Penelope delen een bedgeheim. Het heeft met hun huwelijksnest te maken. Odysseus bouwde het eigenhandig. Niemand die het weet. Twintig jaar wacht Penelope op haar zwerflustige echtgenoot. Dan staat hij opeens op de drempel: een tot de tanden gewapende man. In deze scène draait het om ontmaskering en angst. Odysseus zegt vleiend, hoopvol: „Je bent geen seconde uit mijn gedachten geweest”.

„Maar ondertussen ging hij net zo vreemd als prins Bernhard”, verklaart De Jong strijdlustig. Aus Greidanus voegt eraan toe: „En André Hazes en Rachel konden niet zonder en niet met elkaar”. Zo gaat repeteren: treffende vergelijkingen vinden in het werkelijke leven om een rol kracht te geven.

Het theater is af

[ma 19-11-07, 11.19 uur]

Behoedzaam betreden de spelers de nieuwe speelruimte van het Appeltheater. Alles is licht, glanzend, weids. De vloer is betegeld in een mozaïek van zwart-wit. Er zijn balkons, twee verzonken badkuipen. Decorontwerper Van Geffen verplaatst nog een Griekse vaas en met oranje fluweel bekleed meubilair. Vanaf de eerste rij kijkt regisseur Greidanus naar het enorme speelvlak.

De lichtontwerpers

do 22-11-07, 14:39

Technicus en lichtontwerper Henry van Niel spreekt over een sfeer die ‘miesj’ is en over ‘soepig licht’. Wat is dat? „Licht dat geen richting heeft, het is plat”. De lichtontwerpers van De Appel beschikken over honderdvijftig spots in de kap en twaalf lampen die computergestuurd zijn: ze kunnen elke kleur aannemen en in elke gewenste richting bewegen. Van Niel: „Ik vraag me af welk licht in de Hades schijnt. Het is per slot de plek waar we allemaal heen gaan”.

De regieassistente

[di 11-12-07, 11.21 uur]

Regieassistente Jacomine de Visser heeft achttien weken lang zes uur per dag in het donker van het repetitielokaal het ontstaan van de voorstelling gevolgd. Dat is 540 uur. Zij is de trait-d’union tussen alle betrokkenen, maakt roosters voor acteurs, jongens van de muziek, mannen van het decor. Zij souffleert bij de repetities. Zelfs koopt ze met 30 procent korting aardbeirode schoenen voor het beeldschone meisje Nausikaä op wie Odysseus verliefd wordt.

De laatste week

ma 17-12-07, 16.11 uur.

Premièrekoorts? „Het ligt in de traditie van De Appel dat we pas bij de première weten wat we al die tijd gedaan hebben”, zegt Sacha Bulthuis in de foyer. Regisseur Aus Greidanus verheugt zich op de première als het in de kleedkamers een gekkenhuis is van verkledingen, pruiken, acteurs die zich schminken en opnieuw schminken voor een andere scène, changementen in het decor. De vraag is: vieren ze een triomf of gaan ze ten onder? Zondag première, de gong zal slaan voor de eerste scène, waarin een voedster over Odysseus zegt: „Die komt nooit meer thuis”.