‘Toneel als gebed, een lied’

Een kerkdienst in een Siberische keuken inspireerde Lotte van den Berg tot ‘Winterverblijf’, een voorstelling over de schoonheid van het pogen tot geloven.

„In Siberië was het te koud om de kerk te verwarmen. Dus hielden de gelovigen hun diensten in de keuken, rond de kachel. Ze stonden te bidden, te prevelen, te zingen. En ondertussen werd er in de pap geroerd, kwamen er borden op tafel. Het was zo menselijk wat daar gebeurde, zo volkomen vanzelfsprekend. De eenvoud van dat ritueel heeft mij diep, zeer diep geraakt.”

Het banale en het verhevene zijn voortdurend met elkaar in dialoog, vindt regisseur Lotte van den Berg (1975, Groningen). Dat ontdekte ze pas goed tijdens haar reis door Siberië die zij een paar jaar geleden maakte. Zij wilde haar ervaring in de keukenkerk aanvankelijk niet vertalen naar toneel. „Ik wilde me daar niet bezig hoeven houden met wat kan ik wel, wat kan ik niet gebruiken.” Toch maakte ze bij het Antwerpse Toneelhuis Winterverblijf: een voorstelling over geloven. Of beter, over de schoonheid van het pogen te geloven.

Sinds haar debuut in 2001 maakt Lotte van den Berg verstilde, trage voorstellingen zonder woorden, zonder duidelijk verhaal. Vaak op locatie, vaak met amateurs, omdat die sneller de ‘pure’ anti-speelstijl die zij verlangt, bereiken. In een Antwerps huis van bewaring maakte ze Begijnenstraat 42, met echte gevangenen, in Berlijn maakte ze Stillen, op een vloer van dertigduizend glycerinezeepjes. Op straat in Roosendaal en Wenen maakte ze een voorstelling bij zonsopgang: Het blauwe uur. Nu werkt ze voor het eerst op het grote podium van de schouwburg.

Van den Berg: „Ik wil laten zien dat de basiswaarden van religie dezelfde zijn als die van theater. De gelovige en de acteur willen beiden het verhevene benaderen. Beiden proberen dat via het ritueel. Via het onvermoeibaar herhalen van een gebed, het onvermoeibaar herhalen van een scène, een beweging, een lied.”

Het begin van Winterverblijf: zwak werklicht op het podium. Door de kathedrale adem van de schouwburg lijken de drie acteurs daar klein. Kleiner nog door de dieptewerking van het coulissendecor. Acteur Dirk Roofthooft gaat op een stoel zitten, links op het voortoneel. Hij doet niks, zegt niks. Hij zit en luistert. Uit een geluidsinstallatie klinkt een toespraak: „Het is daarom, dames en heren, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. Ik weet nu dat dat zo is en ik stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik zeg u allen: goedendag! Ik ga...”

Het is de inmiddels historische toespraak die Lotte van den Bergs vader, de beroemde poppenspeler Jozef van den Berg, in 1989 hield in De Singel in Antwerpen. Voor een uitverkochte zaal verklaarde hij dat hij zou stoppen met theater maken, om zijn leven te wijden aan God. „Het publiek verwachtte een voorstelling,” vertelt Van den Berg in de kantine, na een repetitie in Antwerpen. „Dus toen mijn vader zei dat hij niet zou spelen en dat ze hun geld konden terugkrijgen bij de kassa, dachten de mensen dat dat bij de voorstelling hoorde. Ze moesten lachen. En hoe vaak mijn vader er ook op aandrong dat hij het meende, ze bleven lachen. Dat was voor hem het bewijs dat het onmogelijk was om op het toneel de waarheid te vertellen.” Nooit meer stond haar vader op de planken. Hij verliet zijn gezin en werd kluizenaar. Eerst in een fietsenhok. Later in een zelfgebouwd hutje, onder een kweeperenboom.

„In Winterverblijf laat de toespraak een leegte achter. Het is aan mij om die op te vullen. Ik kan en wil daarbij geen antwoord geven op de overtuiging van mijn vader, al probeer ik me daar wel toe te verhouden. Ik probeer niet de waarheid te vertellen, ik probeer iemand een werkelijke ervaring te bezorgen.”

Van den Berg kiest voor het ritueel. Voor de ervaring van de herhaling. „Rituelen hebben een helende werking. Ze veroorzaken een roes, bieden troost. En ze zijn van een menselijkheid, die mij hevig ontroert. Mensen herhalen en herhalen maar, elke dag opnieuw. Maar het is altijd de herhaling van een pogen, nooit van een slagen.”

Midden op het voortoneel herhaalt Roofthooft de toespraak, zoekend naar de balans tussen acteren en acteren dat hij acteert. En ook actrices Marlies Heuer en Marij Verhaevert doorbreken hun luisterende wachten. Beiden met herhalingen die bewust geënt zijn op het theatrale ritueel.

In beeld refereert Winterverblijf niet aan de oorspronkelijke inspiratiebron, de reis door Siberië: „Beelden komen bij mij nooit direct terug. Ik raak geïnspireerd door een omgeving, door een gebaar, en ga dan op zoek naar de abstracte verbeelding daarvan.” Hoorbare verbanden zijn er wel, door de Toevaanse boventoonzang van Saingo Namtsjylak. Zij krijgt een ‘Westers’ tegengeluid in een cantate van Bach, gezongen door Judith Vindevogel. „Het geluid van Saingo is: aarde, lichaam. Terwijl de stem van Judith de ratio, de contemplatie op het hogere vertegenwoordigt. Zoals de acteurs proberen het tastbare en het ongrijpbare te laten samenkomen in hun rituele herhalingen, zo proberen de zangeressen dat ook.”

Langzaam bezinkt het. Een lied zingen, een kruis slaan, een boterham met pindakaas eten, theater maken, voor Van den Berg is het allemaal niet zo verschillend: „Misschien is elke handeling die je met aandacht uitvoert wel een gebed, een poging je te verbinden met de wereld om je heen.”

Tournee: t/m 13 febr. Info 0032-3-2248844 of www.toneelhuis.be.