Subtiele wraak op het geloof van de vader

Er schuilt iets raadselachtigs in het succes van Jan Siebelinks roman Knielen op een bed violen, waarvan sinds de verschijning in 2005 meer dan 400.000 exemplaren zijn verkocht. Nu ja, één reden voor het succes staat wel vast. De auteur noemt hem zelf in de buitengewoon aardige documentaire van Pieter Verhoeff het Onzegbare die de NCRV op kerstavond uitzendt: „Misschien is het boek wel héél erg goed geschreven”.

Maar afgezien daarvan? Knielen op een bed violen gaat over een vorm van calvinisme waarmee slechts weinig Nederlanders affiniteit hebben. Een zeer zware vorm, waarin begrippen als voorbeschikking, uitverkiezing en verlossing een grote rol spelen.

Je hoort Siebelink in de film, niet helemaal geloofwaardig, de zwaarte van de gemeente waartoe zijn eigen vader behoorde, vertalen naar hedendaagse begrippen. Verlossing heet dan ‘opvang’, bijvoorbeeld. De geloofsbeleving van zijn vader vertaalt de zoon tot ‘extase’.

Ook oppert de auteur, die nu al bijna twee jaar met zijn succesroman door het land trekt en daarbij – zoals uit de documentaire blijkt – vaak met devote christenen te maken krijgt, dat het succes van zijn roman aantoont dat het geloof nooit uit de Nederlandse samenleving verdwenen is, alle verhalen over ontkerstening ten spijt.

Ik waag dat te betwijfelen. Wanneer een geloofsovertuiging zoals die in Siebelinks roman geschilderd wordt, daadwerkelijk zou aanslaan bij 400.000 Nederlanders, zou de SGP een van de grootste politieke partijen zijn. Je zou trouwens ook met gemak het tegenovergestelde kunnen beweren, zoals literatuurcritica Elsbeth Etty deed bij de première van de film: zij ziet het boek als een aanklacht tegen de calvinistische leerstelligheid, en met name de manier waarop vrouwen er vanaf komen.

Misschien is die mogelijkheid tot meervoudige interpretatie van Knielen op een bed violen nog wel de subtielste wraak van Siebelink op het geloof van zijn vader. Wat immers een gesloten, leerstellig systeem heet te zijn, waarbij de aanhangers bereid zijn de uiterste consequenties van hun theologische inzichten te trekken, blijkt een groot publiekssucces, wanneer de literaire weergave voor meerdere uitleg vatbaar is, en zelfs nog kan dienen als voedingsbodem voor hele vage religieuze gevoelens. Ook dat laat de film zien: lezersavonden met Siebelink, waarop de toeschouwers niet over boek of literatuur, maar over het geloof zelf willen praten.

Er is nog een andere manier, waarop Siebelinks succesroman actueel, en maatschappelijk relevant kan heten. Christendom en calvinisme hebben niet het alleenrecht op leerstelligheid en extatische geloofsbeleving, sommige stromingen in de islam kunnen er ook wat van. Toch is er nauwelijks iemand die in calvinistische groeperingen zoals die waartoe Siebelinks vader behoorde, een serieuze bedreiging van rechtsstaat of democratie ziet. Hoogstens wordt hun houding tegenover vrouwen, of homo’s of vaccinatie van kinderen gelaakt.

Hoewel veel van deze stromingen in wezen theocratisch zijn – en Gods woord boven het recht der mensen stellen – weet iedere Nederlander, boekenlezer of niet, dat deze calvinisten in de praktijk vooral persoonlijk piëtisme nastreven, niet de revolutie. Fascinatie, al of niet met een zekere huiver, en leesplezier zijn het gevolg. Er is eigenlijk geen goede reden om deze lankmoedigheid niet principieel tot niet-christelijke stromingen uit te breiden.