Spaghetti en eenzaamheid

‘Spaghetti maken is een delicate onderneming,’ zegt de verteller in Haruki Murakami’s korte verhaal ‘The Year of Spaghetti’, verschenen in The New Yorker (21.11.05). Het is 1971 en geen dag gaat voorbij dat de naamloze ik-figuur géén spaghetti eet. De hele lente, de hele zomer, de hele herfst: spaghetti. ‘Alsof het maken van spaghetti een manier was om me te wreken.’

De verteller heeft bij een specialist in keukengerei een kookwekker en pastapan gekocht en heeft zich verdiept in elke vorm van sliert en saus. De geuren van tomaten, knoflook, olijfolie en ui doordesemen zijn appartement. Wanneer hij eet – altijd alleen – stelt hij zich voor dat mensen op zijn deur zullen kloppen. Ze zullen hallo zeggen en aanschuiven: een meisje dat hij op de middelbare school gekend heeft, de acteur William Holden. Maar nee.

Dan gaat de telefoon.

Een meisje wil weten waar haar ex-vriend uithangt, ooit ook een vriend van de verteller. Die beroept zich op de spaghetti die net aan de kook komt. Spaghettislierten zijn gewiekst: je mag ze niet uit het oog verliezen. ‘Als ik ze de rug toekeer glippen ze over de rand van de pot en verdwijnen ze in de nacht.’ Hij wil het meisje eigenlijk niet helpen, want je weet nooit welke geesten uit het verleden je dan binnenlaat.

Voor de meeste spaghetti-liefhebbers zit de magie in de saus. Spaghetti alla parmigiana, spaghetti al carciofi, spaghetti aglio e olio, spaghetti alla carbonare, spaghetti della pina: Murakami’s figuren maken het allemaal. Maar bovenal lijken ze bezeten van het koken van de spaghetti zélf. De slierten moeten beetgaar, al dente, uit de pan komen. Dat dat mislukt in de openingsscène van Murakami’s De opwindvogelkronieken is andermaal aan een ongewenst telefoontje te danken. Het is half elf ’s ochtends: een merkwaardige tijd om spaghetti te maken. Maar we voelen dat het de ik-figuur rust brengt, en misschien zelfs een soort existentiële troost.

‘Kun je je voorstellen,’ vraagt de ik-figuur in de slotzin van ‘The Year of Spaghetti’, ‘hoe verbaasd de Italianen zouden zijn als ze zouden weten dat ze in 1971 eigenlijk eenzaamheid exporteerden?’ Spaghetti is voer voor een man alleen. Het vergt weinig handelingen maar is complex qua timing. Het gerecht is verbonden aan eenzaamheid en zal daarom elke keer subtiel aan het isolement herinneren. Tegelijk schoont het maakproces het hoofd van zware gedachten en gevoelens. Zo is spaghetti gif en tegengif ineen.

Haruki Murakami: De opwindvogelkronieken. Vert. Jacques Westerhoven. Atlas, 890 blz. € 19,–