Rode kerst

„En, hoe ga jij het kerstreces in, qua PvdA?” vroeg ik mijn vrouw.

Ze reageerde alsof een giftige pijl haar onverwacht tussen de schouderbladen had getroffen. Even zocht ze steun bij een stoel en ging toen zitten. „Hoezo?”

„Wordt het een rode kerst, of is de liefde tussen jou en de partij bekoeld?”

„Waar leid je dat uit af?” Het klonk geprikkeld, maar zo klinken mensen die ergens op betrapt worden wel vaker.

„Ik hoor je er zo weinig meer over. De laatste keer dat Wouter Bos een groot interview in Nova gaf, zat jij de kruiswoordpuzzel van Vrij Nederland op te lossen.”

„Een leuke literaire puzzel”, zei ze met een effen gezicht. „Ik vond Wouter wel erg brave, saaie antwoorden geven. En dan dat jongetjesgedoe over Feyenoord, wanneer leren jullie mannen dat nou eens af?”

„Maar hij doet het toch niet slecht op Financiën?”

„Sinds wanneer heb jij verstand van geld? Wie doet hier de geldzaken? Ik weet alleen dat hij een afwezige partijleider is. Het integratiedebat laat hij helemaal aan Ella Vogelaar over, een prima mens, maar ze kon wel wat meer steun uit de top krijgen.”

„Maar Bos kan zich toch niet steeds overal mee bemoeien?”

„Hij zal wel moeten. Nu is er weer hommeles in de Amsterdamse PvdA. De filmer Eddy Terstall, een warhoofd en een van de grootste onruststokers in de PvdA, is daar weer bij betrokken. Wouter is bevriend met hem, hij wilde hem zelfs in de Tweede Kamer hebben, dus het wordt tijd dat hij er eens wat aan doet.”

Na deze harde woorden leek het me, ook met het oog op een zo vredig mogelijk kerstfeest, verstandig wat rustiger vaarwater op te zoeken. Dus begon ik maar over Lilliane Ploumen, de nieuwe voorzitter van de PvdA.

„Je spreekt uit: Ploemen, niet Plaumen”, verbeterde mijn vrouw me. „Bijna niemand weet dat nog en dat komt omdat die mevrouw, net als Wouter, zo onzichtbaar en onhoorbaar is als een schim in de nacht. Het opmerkelijkste dat ze heeft gezegd is dat ze graag de religie terug heeft in de partij.”

„Jullie hebben dezelfde achtergrond!” juichte ik vals. „Katholicisme en het Zuiden! Wat wil je nog meer?”

Ze wist dat ik haar op de kast wilde jagen, maar toch ging ze er voor zitten.

„Dat geloof ligt al eeuwen achter me”, zei ze geërgerd. „Daarvoor ben ik niet bij de PvdA gegaan. Als Ploumen dat terug wil, moet ze naar het CDA gaan, net zo goed als Terstall en zijn rechtse vriendjes naar de VVD of de PVV moeten als ze zo dol zijn op de ideeën van Henk Kamp.”

Dit ging helemaal de verkeerde kant op. Wat had ik ontketend? Wat door mij bedoeld was als een evenwichtig gesprek over de PvdA bij het al bijna knapperende kerstvuur, ontaardde in bittere polarisatie.

„Herken je je nog wel voldoende in de PvdA?” vroeg ik.

Ze stond op en liep naar het raam waar ze nogal lang naar buiten bleef staren.

„Nog wel”, zei ze vlak, „maar als ik eerlijk moet zijn: alles wat de PvdA in de Kamer tegen Wilders had moeten zeggen, werd niet door Tichelaar gezegd, maar door Pechtold.”

Tichelaar, verdomd, wat je ook van mijn vrouw mag zeggen, en dat is érg veel, het was toch goed dat zijn naam dit jaar op de valreep toch nog één keer werd genoemd.