Onderschat staatsinvesteerder niet

Je krijgt bijna nooit iets voor niets. Het afgelopen jaar hebben staatsinvesteringsfondsen miljarden uitgegeven aan de aankoop van belangen in grote westerse financiële instellingen. Om dat voor elkaar te krijgen, moesten deze fondsen afzien van claims op bestuurszetels en herhaaldelijk hun politieke neutraliteit betuigen. Toch zijn zulke fondsen niet louter welwillende ‘wereldburgers’. Net als iedere andere belegger zijn ze uit op rendement, maar dat hoeft niet altijd een financieel rendement te zijn.

Tot nu toe lijkt de 60 miljard dollar (41,8 miljard euro) die in grote westerse banken is gestoken vooral bedoeld als passieve belegging. Toch is er geen enkele garantie dat beleggingen als het belang van 5 miljard dollar dat de China Investment Corporation (CIC) heeft genomen in Morgan Stanley, of de deelneming van 10 miljard dollar van de Government of Singapore Investment Corporation (GIC) in de Zwitserse bank UBS, passief zullen blijven.

China Development Bank is tot nu toe de enige die een bestuursvertegenwoordiging in een grote westerse bank heeft gekregen via haar belang in Barclays. Maar het feit dat zij (nog) geen bestuurszetel hebben, zal de staatsinvesteringsfondsen er niet van weerhouden zich op een later tijdstip als activistische beleggers te ontpoppen.

Nu deze staatsbeleggingsfondsen leidende posities hebben opgebouwd, is de realiteit dat zij minder schroom zullen voelen om van hun aanwezigheid blijk te geven. Dat hoeft niet te gebeuren op een schaal die mensen angst aanjaagt. Bankiers verwijzen schertsenderwijs naar UBS als de ‘Union Bank of Singapore’, temidden van speculaties dat de nieuwe grootaandeelhouder zal eisen dat de Zwitsers hun hoofdkantoor naar Azië verhuizen, maar het is twijfelachtig of zulke onbeschaamde eisen ook werkelijkheid zullen worden. In de praktijk zullen de staatsinvesteerders hun strategische rendementen vooral op subtielere manieren proberen te verkrijgen.

Singapore kan bijvoorbeeld de hoop koesteren dat zijn belang in vermogensbeheerspecialist UBS zal bijdragen aan de consolidatie van zijn toch al sterke positie op dit gebied. En Qatar verwacht klaarblijkelijk dat Doha, in ruil voor het zogenaamd ‘beschermen’ van de London Stock Exchange tegen een ongewenste overname, steun zal krijgen in zijn streven om zijn aandelenbeurs te laten concurreren met die van buurland Dubai.

Maar de voornaamste zorg van de staatsinvesteringsfondsen zal het behalen van fatsoenlijke financiële rendementen op hun beleggingen zijn. Als ze daar niet in slagen, zullen ze waarschijnlijk niet zwijgend langs de kant blijven staan. Alleen al de omvang van hun belangen verleent de mening van deze fondsen een zeker gewicht. De Saoedische prins Al-Waleed bin Talal had geen zetel in het bestuur van Citigroup, maar niettemin zocht de voormalige topman Chuck Prince hem een paar keer per jaar op om hem aan zijn zijde te houden. De staatsbeleggingsfondsen beseffen dat ze met hun investeringen soortgelijke macht kopen – het zou dom zijn om te denken dat ze die nooit zullen gebruiken.

Una Galani