Negen jaar cel voor Willem Holleeder

Willem Holleeder is vanmiddag veroordeeld tot een onvoorwaardelijke celstraf van negen jaar. Hij is schuldig bevonden aan afpersing van vastgoedhandelaren Endstra, Friedlander en Houtman.

De rechtbank achtte bewezen dat Holleeder leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie die zich richtte op de afpersing van Kees Houtman. Ook medeverdachten Richard G. en René van D. zijn schuldig bevonden aan afpersing van Houtman en het lidmaatschap van deze criminele organisatie en het witwassen van uit afpersing verkregen 1 miljoen euro.

Uit het dossier rijst volgens de rechter het beeld op dat Holleeder eerst bevriend was met Endstra maar naarmate de tijd voortschreed steeds meer eisen ging stellen. Holleeder intimideerde zijn oude vriend. „De rechtbank rekent het Holleeder zwaar aan dat hij zijn vriendschap met Endstra heeft misbruikt om hem grote bedragen af te persen”, zo verklaarde rechtbankvoorzitter Verpalen. „Afpersing is een ernstige afbreuk aan de rechtorde met grote gevolgen voor het slachtoffer.” Dat had Holleeder kunnen weten gezien zijn betrokkenheid bij de Heinekenontvoering.

De Joegoslaaf Maruf M. werd schuldig bevonden aan betrokkenheid van afpersing van Willem Endstra op het kantoor van advocaat Bram Moszkowicz. Ook achtte de rechtbank aannemelijk dat door Endstra 10 miljoen gulden is betaald als gevolg van deze bedreiging.

Maike D., de voormalige vriendin van Holleeder, heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan het witwassen van uit criminele activiteiten verkregen vermogen. Dat geldt ook voor Marcel K., die door justitie werd omschreven als de boekhouder van Holleeder. Volgens de rechtbank is witwassen een ernstig delict dat een bedreiging vormt van de legale economie.

Volgens de rechtbank is er geen sprake geweest van een criminele organisatie die zich zou hebben gericht op afpersing van Endstra. De rechtbank sprak Holleeder vrij van betrokkenheid van witwassen van door Endstra betaalde gelden aan vastgoedhandelaar Jan-Dirk Paarlberg. Volgens de rechtbank is er onvoldoende bewijs dat geld door bedreiging is afgegeven.

Al acht de rechtbank bepaalde financiële transacties waar K. bij betrokken is geweest opmerkelijk.

Reportage: pagina 3