Naar de gewone Keniaan wordt niet geluisterd

Kenia kiest op 27 december een nieuwe president. De huidige, Kibaki, heeft de vrijheid van meningsuiting vergroot. Dat betekent nog niet dat er ook geluisterd wordt naar alle klachten.

President Mwai Kibaki wordt onthaald door enthousiaste aanhangers in Kitale, het centrum van Trans Nzoia District in het westen van Kenia. Foto Reuters Kenya's President Mwai Kibaki acknowledges cheers from supporters of his Party of National Unity (PNU) in Kitale town, Trans Nzoia District, December 20, 2007. Kenya's opposition hopeful held his lead over Kibaki in two final polls released on Thursday, a week before an election some fear could provoke trouble in one of Africa's most mature democracies. REUTERS/Presidential Press Service/Handout (KENYA). EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. REUTERS

De Keniaanse musicus Eric Wainaina is niet te huur voor de verkiezingscampagnes. „Zowel president Mwai Kibaki als oppositiekandidaat Raila Odinga oefent druk op me uit om te spelen op hun verkiezingsbijeenkomsten. Ik wijs beide kandidaten af, er is veel te veel tribalisme bij deze verkiezingen”, zegt hij in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.

Wainaina is het artistieke, sociale geweten van Kenia, met zijn lied over corruptie Nchi ya kitu kidogo (vrij vertaald: ‘Het land van het smeergeld’) streek hij onder het autoritaire regime van president Moi (1978-2002) het establishment tegen de haren in. Bij een optreden in 2001 trok de toenmalige vicepresident de stekker uit het stopcontact toen Wainaina aan zijn corruptielied begon, waarna de menigte uit volle borst verder zong.

De verkiezingsoverwinning van de oppositie in 2002 moest radicaal een streep trekken onder een periode van 24 jaar wanbestuur en repressie onder Moi. Maar vijf jaar later laat volgens de nieuwe oppositie de „werkelijke verandering” nog op zich wachten. „Er bestaat nu meer vrijheid”, lacht Wainaina, „maar als ik toevallig voor de president speel komt toch een ambtenaar me vragen dat lied over corruptie niet te zingen. Dat is frustrerend, want Kibaki kwam aan de macht met de belofte corruptie uit te bannen.”

Er is wel wat, maar niet veel veranderd in Kenia sinds vijf jaar geleden Mwai Kibaki president werd. Machtsmisbruik is nog steeds aan de orde van de dag, er wordt nog steeds niet geluisterd naar de gewone Keniaan. Kenia’s aanzien als stabiel, democratisch Afrikaans land heeft de roep om radicale verandering niet doen verstommen.

„Ieder verhaal over Kenia moet over corruptie en armoede gaan, mijn lied over corruptie drukt uit wat iedereen voelt”, zegt Wainaina. „De politie hield eens een schoolbus aan om smeergeld van de chauffeur te eisen. Alle kinderen begonnen mijn lied te zingen, waarna de agenten hen dwongen met gespreide armen op de grond te gaan liggen. Dat is Kenia.”

Wainaina heeft er geen woorden voor hoe het kan dat Kamlesh Pattni kandidaat kan staan voor het parlement. Pattni was hoofdverdachte in een corruptieschandaal in de jaren negentig waarbij een half miljard dollar aan de staatskas werd onttrokken. Onder Kibaki werd geen enkele hoge politicus uit de periode van Moi wegens diefstal bestraft. Zijn eigen ministers blijken voor miljoenen dollars te hebben gestolen. John Githongo probeerde als staatssecretaris in de eerste twee jaar van Kibaki’s regering corruptie te bestrijden. Hij woont nu als balling in Londen en zegt telefonisch: „Corruptie heeft onze politiek vernietigd en de Kenianen cynisch gemaakt, parlementsleden veranderden in handelswaar voor de hoogste bieder.”

Een ander lied van Wainaina gaat over de controverse, ontstaan door een relatie tussen een Kikuyu en een Luo, leden van de twee grootste stammen van Kenia. De verkiezingen creëren net zulke tweespalt: president Kibaki is een Kikuyu, Raila Odinga een Luo. „Voor de stadsjeugd is tribalisme een minder groot probleem, want we gaan naar dezelfde scholen en spreken dezelfde talen. Maar op het platteland groei je op met alleen je stamgenoten en spreek je alleen je stamtaal. Politici praten niet over werkelijke zaken maar appelleren louter aan hun stamafkomst om stemmen te winnen. Dat is slecht, een president moet er voor alle Kenianen zijn.”

Ja Kakamega is cabaretier in Kisumu, het centrum van het woongebied van de Luo’s in West-Kenia. „Grapjes maken over oppositiekandidaat Raila Odinga kan hier niet, dan lig ik morgen dood op straat”, zegt hij zonder humor. „Je kunt Raila slechts portretteren als iemand bijna zo groot als God.” Toneelspeler Dancan Bam Ochieng valt zijn collega bij. „Bij een optreden in Kikuyu-gebied steek ik de draak met Raila, in Kisumu doe ik dat met Kibaki. Andersom kan niet.”

De vrijheid van meningsuiting in Kenia is sinds de vorige verkiezingen ontegenzeggelijk toegenomen, vertellen journalisten en artiesten. Onder Moi lagen de media aan banden. Beelden van politieagenten die demonstranten afranselden mochten niet op de televisie. Kritische columnisten verdwenen in het gevang, schrijvers gingen in ballingschap. Nu fungeren de geheime martelkamers van de overheid in Nairobi als een soort bedevaartsoord voor de toenmalige oppositie. Kibaki laat repressie van de pers achterwege en kwam met een veto toen het parlement een wet dreigde aan te nemen met restricties van de persvrijheid.

Maar subtiele beperkingen opgelegd door de staat blijven bestaan. Bam Ochieng trad onlangs op voor een staatsorganisatie voor plattelandsontwikkeling. Kenianen grappen dat deze organisatie alleen uitblinkt in het bouwen van toiletten. Bam Ochieng waagde het een poets te bakken door zich af te vragen of de overheid er niet beter aan deed bewoners voedsel te geven zodat ze tenminste iets te deponeren hebben in de wc’s. Hij werd nooit meer door een overheidsorganisatie uitgenodigd.

Moses Okello leidt een jeugdcentrum in Kisumu. Hij gelooft dat de overheid opener is maar nog steeds niet echt naar de bevolking luistert. „De autoriteiten heersen altijd over ons, ook de afgelopen vijf jaar hebben ze niet geleerd oprecht met gewone Kenianen om te gaan.” Vooral de jeugd krijgt geen stem, volgens Afrikaanse gewoontes mogen jongeren alleen luisteren en gehoorzamen. „Ook binnen onze eigen stamculturen hebben we vrijheid nodig, de ouderen moeten hun macht opgeven.”

Als gevolg van twee bizarre voorvallen heeft Kibaki bij journalisten een reputatie van laakbaarheid. Zijn minister van Veiligheidszaken liet gemaskerde mannen twee jaar geleden de Standard binnenvallen, ze vernietigden computers en staken de oplage van de krant in brand. Nog gênanter was dat zijn vrouw Lucy een andere krantenredactie binnenstormde en een fotograaf in het gezicht sloeg want „jullie journalisten tonen geen respect voor de president”. Er volgden geen berispingen en een proces van de geslagen fotograaf werd geseponeerd, waarmee de indruk bleef bestaan dat de president de invallen goedkeurde.

Tv-producent Mburugu Gikunda is een oude rot. „Ambtenaren worden opgeleid om hun autoriteit te gebruiken, niet om het volk te dienen. Dat is de Keniaanse traditie.” Ook onder Kibaki is de arrogantie van de macht nog lang niet uitgestorven. „Een cameraploeg filmde op een bijeenkomst van Kibaki lege stoelen. Dat kan niet! De reporters zijn verbannen van openbare bijeenkomsten in het presidentiële paleis.”