Na twaalven kijkt Holleeder strak

Ontspannen kwam Willem Holleeder vanochtend de rechtszaal binnen. Ondanks de dreiging van een forse gevangenisstraf, was er reden voor optimisme.

Het is even na tienen als Willem Holleeder de rechtszaal van de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp betreedt. De Heinekenontvoerder is als altijd gekleed in een zwarte pantalon, en een licht gekleurd overhemd met daarover een half open geritste zwarte trui. Zijn leesbril hangt losjes aan zijn trui.

Holleeder oogt ontspannen. Hoewel hem zo vlak voor de feestdagen een forse gevangenisstraf boven het hoofd hangt, heeft hij reden tot optimisme. Donderdag oordeelde de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming dat Holleeder niet langer onder het zware bewakingsregime (ebi) mag worden gedetineerd.

Rechtbankvoorzitter Rino Verpalen begon vanochtend iets voor half elf met het voorlezen van de vonnissen in de zaak van Holleeder en zijn acht medeverdachten in een bomvolle rechtszaal waar bij lange na geen plaats was voor alle belangstellenden die zich in Osdorp hadden gemeld. Holleeder en zijn medeverdachten worden beschuldigd van afpersing van vier vastgoedhandelaren waaronder Willem Endstra en Kees Houtman, die beiden om het leven zijn gebracht.

De rechtbank wees het verweer af dat weduwe Maria Houtman rancuneus was in haar verklaring tegen Holleeder en twee medeverdachten die ook betrokken waren bij de afpersing van Kees Houtman. „De verklaringen zijn voldoende betrouwbaar, toetsbaar en zeker niet intern tegenstrijdig.”

De rechtbank oordeelde dat de verdachten Richard G. en René van D. schuldig aan de afpersing van Kees Houtman en het witwassen van de daarmee verkregen gelden. Ook zijn zij schuldig aan het lidmaatschap van een criminele organisatie.

Vlak voor dit oordeel gaf de rechtbank het Openbaar Ministerie een gevoelige tik op de vingers. De Turkse verdachten Senol T. en Ozan T. (geen familie) werden volledig vrijgesproken. Zij werden verdacht van het afpersen van de zakenman Wijsmuller.

Rond twaalf uur nam de spanning in de rechtszaal nadrukkelijk toe toen de rechtbankvoorzitter Verpalen begon met de behandeling van de Endstra-zaak. Na het jolige begin zat Willem Holleeder strak voor zich uit te kijken toen de rechter oordeelde dat de achterbankgesprekken die Willem Endstra voerde met de inlichtingen dienst van de Amsterdam politie bruikbaar zijn voor het bewijs.