Moslims als cartooneske barbaren portretteren mag wel

Afgelopen weekeinde besloot Sooreh Hera dat ze haar fotoserie Adam en Ewald, zevendedagsgeliefden niet in het Gemeentemuseum Den Haag wil ophangen. Als museumdirecteur Wim van Krimpen haar meest provocerende beelden uit die serie niet wilde tonen, dan maar helemaal geen expositie, zo vond ze. Dus ging de tentoonstelling 7-up, met werk van pas afgestudeerde kunstenaars, zaterdag zonder Hera’s omstreden foto’s van start.

Op dezelfde dag opende in hetzelfde Gemeentemuseum een andere jonge kunstenaar zijn eerste museale tentoonstelling. Door alle media-aandacht voor Hera was zijn debuut een beetje ondergesneeuwd geraakt. Ten onrechte, want Aaron van Erp (1978) mag niet voor niets in zijn eentje zeven museumzalen met zijn schilderijen vullen. Van Erp geldt, zeker sinds Charles Saatchi vier van zijn doeken kocht, als een grote belofte. En hij blijkt, net als Hera, niet bang om wat olie op het vuur te gooien.

Een van de schilderijen op zijn expositie heeft als titel De verschrikkelijke hordes wilde barbaren die Nederland onder de voet lopen na de laffe moord op Professor Pim (2002). Het is een portret van de dode Pim Fortuyn, die met zijn kenmerkende kale kop en rokende sigaar in een plas bloed op de grond ligt. Hij wordt bestormd door drie mannen met baarden, tulbanden en sabels die ezelachtige paarden berijden. Zij zijn de barbaren, zoveel is zeker. Moslims zouden dit werk dus als beledigend kunnen opvatten. Toch heeft Van Krimpen het zonder aarzelen opgehangen.

Het lijkt me niet gemakkelijk om in deze tijd museumdirecteur te zijn. Want wanneer is kunst een provocatie? Waar ligt de grens? Foto’s van homo’s die maskers dragen met een afbeelding van de profeet Mohammed gaan blijkbaar te ver. Maar moslims als cartooneske barbaren portretteren mag weer wel. Vorige week zag ik in Galerie De Praktijk in Amsterdam een geweldige tekening van Jonas Ohlsson, van een aantal als hardrockers uitgedoste mannen. Radical Islam was de titel van dit werk. Zou Van Krimpen dat durven tonen in zijn museum?

Het scheelt wanneer er humor in het spel is. Humor kan pijnlijke onderwerpen bespreekbaar maken – al schieten grappen soms toch in het verkeerde keelgat, zo bewezen de Deense cartoons. Misschien liggen Hera’s foto’s wel zo gevoelig doordat ze zo bloedserieus zijn. De boodschap ligt er bij haar fotoserie zo dik bovenop dat die eerder een politiek manifest is dan een kunstuiting. Hera heeft het onrecht waartegen ze strijdt in Iran zelf meegemaakt. Dan is het moeilijker om te relativeren.

Dat humor een belangrijk wapen kan zijn, bewijst Erik van Lieshout met zijn nieuwe film Homeland Security, sinds vorige week te zien in De Hallen in Haarlem. Daarin gaat de kunstenaar op een roadtrip door Israël en probeert op eigen houtje de Gazastrook te bereiken. Onderweg jaagt hij met zijn ongezouten commentaren zowel joden als Palestijnen op stang. Maar steeds komt hij ermee weg. Dat komt door de enorme grijns waarmee hij zijn oneliners afvuurt. Op Erik van Lieshout kan niemand boos worden.