Moskou steekt stokje voor expositie

Roskoeltoera, het Russische Federale Agentschap voor Cultuur en Film, heeft gisteren het uitlenen van 120 schilderijen uit Russische musea aan de Royal Academy of Arts in Londen verboden.

De schilderijen, waaronder werken van Van Gogh, Repin en Matisse, zouden deel uitmaken van de tentoonstelling From Russia: French and Russian Art Masterpieces of 1870-1925 die eind januari moest openen.

De maatregel is een nieuw dieptepunt in een Kleine Koude Oorlog tussen Groot-Brittannië en Rusland. Op 12 december maakte het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken bekend dat de vestigingen van de culturele organisatie The British Council in Sint Petersburg en Jekaterinenburg per 1 januari 2008 hun deuren moesten sluiten, omdat ze zich met politiek zouden bezighouden.

Volgens Roskoeltoera heeft de Britse overheid onvoldoende garanties gegeven dat de kunstwerken in Groot-Brittannië niet in beslag zullen worden genomen. Roskoeltoera zegt te vrezen voor claims van nazaten van de eigenaars van de schilderijen. De kunstwerken,die tegenwoordig in het Poesjkin Museum en de Tretjakov Galerie in Moskou en de Hermitage en het Russisch Staatsmuseum in Sint Petersburg hangen, werden na de Oktoberrevolutie van 1917 door de nieuwe machthebbers geconfisqueerd.

Roskoeltoera ontkent dat politieke overwegingen een rol hebben gespeeld bij het besluit. Maar het heeft zich daarbij wel laten adviseren door juridische experts van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens hen zou Groot-Brittannië in 1978 een verdrag over de bescherming van staatsbezit niet op een juiste manier hebben geratificeerd.

Volgens de Britse ambassade in Moskou zijn alle garanties gegeven dat de kunstwerken niet op last van de Britse rechter in beslag kunnen worden genomen. De ambassade ziet dan ook geen enkele reden voor het geven van extra garanties door de Britse overheid.

Het sluiten van de vestigingen van The British Council en de weigering om de schilderijen uit te lenen lijken nieuwe stappen in het kat-en-muisspel, dat sinds de moord op de voormalig KGB-agent Aleksandr Litvinenko, eind 2006 in Londen, de Russisch-Britse relaties verzuurt. De situatie liep drastisch uit de hand toen de Britten de uitlevering eisten van de Russische zakenman Andrej Loegovoj, die verdacht wordt van de moord op Litvinenko. Diplomaten over en weer werden uitgewezen. Loegovoj is deze maand gekozen tot lid van de Doema. Dat lidmaatschap verleent hem juridische onschendbaarheid.

De Britten nemen sinds eind oktober van elke Rus die het land binnenkomt, vingerafdrukken.