Meer meningen op muziek

’Mensch, durf te leven!’ Het oude cabaretliedje is dit seizoen weer helemaal terug. Het is een helder pleidooi voor eigenzinnigheid. Wanneer zingt iemand nu weer eens gewoon wat hij vindt?

Opeens begint Peter Faber te zingen. De hele avond heeft hij in zijn solovoorstelling Faber speelt Fo verhalen van Dario Fo verteld – onstuimige verhalen over levenslust en vrije keuzes. En dan, als hij uitgepraat is, heft hij een lied aan. Het vormt een perfecte samenvatting van alles wat Faber vanavond, op tekst van de barokke Italiaanse theatermaker Fo, heeft uitgedragen. De acteur zuigt zijn longen vol lucht en zet zonder enige begeleiding in: „Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer / en als je straks anders wilt, kun je niet meer / mens, durf te leven!”

Mensch, durf te leven! is niet van Dario Fo, maar zo Nederlands als wat. De trotse tekst en de vurige melodie werden in 1917 geschreven door Dirk Witte. In de later verschenen bladmuziek droeg Witte het op aan de intussen overleden cabaretier Jean-Louis Pisuisse „die dit lied op onvergetelijke wijze vertolkte”. Dat was echter nog vóór de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien gingen er soms jaren voorbij waarin het zelden meer werd gezongen. Hooguit nog wel eens in een programma over historisch cabaret.

Maar dit theaterseizoen is het meest uitgesproken statement uit het Nederlandse amusementsrepertoire weer helemaal terug. Eind oktober ging het liedjesprogramma De kleine man van Jim de Groot en het strijkkwartet Matangi in première. Zonder makkelijke ironie, met hart en ziel, laat De Groot allerlei nummers uit het begin van de twintigste eeuw horen. Mensch, durf te leven! is er een van. Zoals hij het zingt, heeft het nog niets van zijn flair en hartstocht verloren.

Een paar dagen later volgde de première van Wende, de nieuwe solovoorstelling van Wende Snijders. Ze zingt veel Frans, maar wisselt dat repertoire af met liedjes in het Engels, Spaans en Nederlands. En daar is ook Mensch, durf te leven! weer, fel en uitdagend. Zo gingen er binnen één week twee versies in première. De derde, die van Peter Faber, moest toen nog komen. Zijn première volgde in de eerste week van december.

Dit seizoen wordt het nummer zodoende gezongen in drie verschillende voorstellingen die allemaal op tournee zijn tot de komende zomervakantie. Dat is een ongekende score; zo vaak is Mensch, durf te leven! nog nooit gezongen.

Het nummer valt tamelijk exact te dateren. In het weekblad Het Leven van 8 januari 1918 publiceerde Dirk Witte een artikel over zijn samenwerking met Jean-Louis Pisuisse. Witte noemde liedjes als M’n eerste en Het land van Noord-Scharwou die door Pisuisse bekend waren geworden. En „sinds een week” was ook Memento Vivere (de oorspronkelijke titel van Mensch, durf te leven!) „door zijn toedoen ingeslagen”, stelde Witte vast. Waarschijnlijk is het dus eind december 1917 door Pisuisse ten doop gehouden. Een jubileum, kortom: het is nu precies negentig jaar oud. Toch laat die ouderdom zich aan de tekst niet aflezen. In bijna alle andere Nederlandse liedjes uit die tijd komen gedateerde woorden en formuleringen voor, maar in dit nummer niet. Het is glashelder Nederlands dat ook vandaag nog zou kunnen worden geschreven.

Misschien wilde Dirk Witte (1885-1932) met dit nummer niet alleen de toehoorders, maar ook zichzelf moed inspreken. Hij werkte destijds op het kantoor van een Zaanse houthandel en was net getrouwd met een Bussumse rijkeluisdochter – burgerlijker kon haast niet. In de loop van 1918 heeft hij zijn brave betrekking opgezegd, aldus Witte-biograaf Co Rol in het vorig jaar verschenen boekje En nu een gewoon Hollandsch liedje, om tot het gezelschap van Pisuisse toe te treden. Lang heeft dat artiestenbestaan echter niet geduurd; een paar jaar later keerde Witte – wellicht uit geldnood – toch weer terug naar de houthandel. De rest van zijn leven was hij directeur van De Nederlandsche Mijnhouthandel, volgens zijn visitekaartje „inkoopkantoor voor de Staatsmijnen in Limburg”, maar kantoor houdend aan het Damrak in Amsterdam. Zijn bestaan moet veel hebben geleken op dat van de lieden die hij in zijn beroemde lied had opgeroepen de kont tegen de krib te gooien.

Op de grafsteen van Dirk Witte heeft zijn familie het laatste couplet van Mensch, durf te leven! laten beitelen. Die regels staan nog steeds recht overeind. „Wees op je vierkante meter een vorst” is zelfs een gevleugelde zinsnede geworden die een jaar of tien geleden nog werd gebruikt op een affiche van het sportschoenenmerk Nike. Of beter: misbruikt. Nike zou immers maar al te graag de kleur en vorm en snit van ieders schoeisel voorschrijven. Terwijl de tekst het klakkeloze volgen van modes en conventies nu juist zo krachtig afwijst.

Jim de Groot, Wende Snijders en Peter Faber hebben groot gelijk dat ze hun repertoire verrijken met dit indrukwekkende pleidooi voor de vrije wil en de eigen keuze. Zo lang een nummer nog zo onwankelbaar stand houdt, is het onzin het niet meer te zingen. Maar des te meer doet deze opmerkelijke revival het gemis voelen aan ferme standpuntnummers van nu. Waar zijn de liedjesmakers en de zangers van tegenwoordig die zonder omhaal van woorden en zonder ironische uitvluchten voor hun mening uitkomen? Wanneer zingt iemand weer eens gewoon wat hij vindt, zonder relativering of komische omkeringen?

De laatste haarscherpe hartekreet die ik me kan herinneren, is het opzwepende Red mij niet waarmee Maarten van Roozendaal in 2001 de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het jaar won. Met een stem vol haatdragende hoon richtte Van Roozendaal zich tot alle gelovigen ter wereld. Ga gerust je gang, wierp hij hun in het gezicht – hoe mallotig je religieuze rituelen ook mogen zijn, zo lang je mij maar met rust laat: „Laat je baard staan / ach man, laat je baard staan / maar red mij niet / trek een jurk aan / ach man, trek een mooie paarse jurk aan / maar red mij niet.”

Een lied als een levenshouding, dat horen we zelden meer. Een nummer dat uit noodzaak werd geschreven, omdat iemand iets te zeggen heeft. Dit is dus een pleidooi voor meer meningen op muziek. Los van elkaar bewijzen drie artiesten dit seizoen dat er weer volop behoefte is aan gezongen engagement.

Wilt u reageren? Stuur uw brief of pleidooi naar cs@nrc.nl o.v.v. naam, adres en tel.nr.