Lucratieve haarhandel

Een wekelijkse zoektocht naar de grenzen van de goede smaak

Van de grote Nederlands dichter Willem Bilderdijk (1756-1831) is een hoop haar bewaard. In het aan hem gewijde museum in Amsterdam ligt voldoende voorraad om de kussens van een tweezitsbank te vullen. Ik keek er ooit naar en voelde meteen mijn eigen haar prikken. Als ervaringsdeskundige kan ik melden dat zoiets wijst op afschuw. Mensen die haar van grote of geliefde doden bewaren… Een wonderlijke smaak. Ik krijg er een wee gevoel bij. Mooie haarbewaar-verhalen zijn er intussen wel. Lees Russel Martins Beethovens Hair (2000) er maar op na. Martin volgde een bewaarde haarlok van de componist, die een ware odyssee beleefde. We komen er mee in het leven van de componist Johann Adam Hiller (1728-1804) terecht, ontmoeten in diens omgeving Berlioz, Mendel-sohn, Liszt, Chopin. Een van de volgende hoofdstukken brengt de Beethovenlok op het Deense eiland Sjaelland in 1943, op het bloedstollende moment dat de dorpelingen met grote moed een enorme hoeveelheid joden naar Zweden loodsen. Tenslotte gaan we via Sotheby’s naar Amerika, waar de in totaal 582 haren nauwkeurig worden verdeeld tussen de twee kopers uit de wetenschap, luisterend naar de bloemrijke namen Ira Brilliant and Che Guevara (geen familie). Beide heren behoorden tot een coterie van maniakaal geïnteresseerde Beethoven-bewonderaars, en stortten zich op de sectie van de haarlok. Hun geluk kon niet op toen ook nog een paar haarzakjes bleken meegenomen.

Nu ik dit opschrijf begint het weer, zelfs bij de wetenschappelijke achtergrond van Guevara en Brilliants aankoop: mijn haar prikt. Steken op de hoofdhuid kreeg ik bij het recente nieuws dat een Lennon-lok onder de hamer kwam. De Beatle had deze ten tijde van de rolprent ‘Help’ (1965) geschonken aan zijn kapster Betty Glasow, die ook alle geheimen van de overige Beatle-kuiven kende (George Harrison had a very dry scalp…). Betty wilde van dat haar af. Begrijpelijk. Ze deed dus een geldelijk beroep op de internationale gemeenschap van haarverzamelaars. En met succes. De Lennon-lok werd geveild voor 48.000 dollar. De koper (hij had telefonisch meegeboden) wenste onbekend te blijven. Ook begrijpelijk. Je loopt niet graag te koop met eigenaardige liefhebberijen, zou je denken.

Bilderdijk, Beethoven, Lennon – haar. Het kan altijd erger. Een paar dagen na de spekverkoop door Betty Glasow bleek een voormalig CIA-agent, de Cubaan Gustavo Villoldo, in zijn maag te zitten met een haarlok van Che Guevara – de echte ditmaal. Villoldo had de grote revolutionair zelf mee helpen omleggen, het haar had hij meegenomen om te bewijzen dat Che Guevara eindelijk het leven had gelaten. Tevens meende hij in die haarlok (8 centimeter lang) ‘een der symbolen van de revolutie’ te hebben afgeknipt. Geloven we dat, of was het een verkooppraatje? De 71-jarige Villoldo had een mager pensioentje en dacht zeven miljoen dollar te vangen. Het zag er hoopvol uit, zelfs de regering van Venezuela toonde belangstelling. Heritage Auction Galleries te Dallas waar een en ander plaatsvond, had ervaring op dit gebied: men had eerder dit jaar lokken van Elvis Presley en Marilyn Monroe van eigenaar doen verwisselen, en van Abraham Lincoln zelfs tweemaal (drie strengen voor 11.000 dollar, een flinke lok voor 21.000). Villoldo had zich rijk gerekend, maar het bieden op de Guevara-lok staakte op 119.000 dollar. Dat viel tegen. De koper heet Bill Butler, een boekhandelaar nabij Houston, Texas. Hij gaat het Guevara-haar in zijn zaak aan de muur hangen. Ik zie het voor me. Komt er een klant binnen, Butler wijst naar de ingelijste lok: „Kijk eens… Je raadt nooit van wie dat is!”

Butler zegt dat hij Guevara bewondert als een der grote revolutionairen van de vorige eeuw. Salestalk, opnieuw. A lot of his writings are still worth reading today, zei Butler tegen een krant. Wedden dat hij die writings voor een straf prijsje ter verkoop aanbiedt? De Che-lok is een lokkertje, ter vermeerdering van zijn handel.

Er mogen mooie verhalen aan het haar van een beroemde dode kleven, mooie bedragen ook. Maar het blijft restmateriaal van een lijk.