Kunstenares wil aanschaf Beckmann

Marlene Dumas schenkt 55.000 euro aan de Vereniging Rembrandt voor de aanschaf van een werk van de Duitse kunstenaar Max Beckmann. Het moet een plaats krijgen in een Nederlands museum.

Het bedrag is het prijsgeld van de Düsseldorfer Kunstpreis die de kunstenares woensdagavond ontving. Dat bevestigt haar assistent Rudolf Evenhuis. Dumas (1953) wil het geld gebruiken voor de aanschaf van een werk uit de Nederlandse periode van Beckmann (1884-1950). De Duitse schilder strandde in 1937 op weg naar Amerika in Amsterdam. Hij bleef daar tot 1947 maar van zijn werk uit die tijd is vrijwel niets in een publieke collectie. „Terwijl hij hier toen meer dan de helft van zijn oeuvre heeft gemaakt”, zegt Evenhuis, die dit jaar een tv-documentaire over Beckmann maakte. Er zijn in totaal drie werken van Beckmann in Nederland. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een belangrijk dubbelportret uit 1941 van de schilder en zijn vrouw en het Haags Gemeentemuseum heeft een café-interieur uit 1944. Het Van Abbemusuem bezit een winterlandschap uit 1930.

Volgens Evenhuis voelt Dumas – die zelf niet bereikbaar was - een zekere verwantschap met de Duitse schilder, al beseft ze dat hun situaties niet vergelijkbaar zijn. Zij is geboren in Zuid-Afrika en kwam na de kunstacademie in 1976 naar Amsterdam. In haar dankwoord in Düsseldorf zei ze volgens Evenhuis dat je als buitenlander altijd gestigmatiseerd bent en altijd een vreemdeling blijft. Evenhuis: „Ze heeft eens gezegd: ‘Ik ben nie van hier niet en ook nie van daar niet. Ik ben geboren in Zuid-Afrika, heb een Nederlands paspoort, door mijn naam denken ze dat ik Frans ben en mijn moeder dacht dat Nederland van België was’.”

Ze haalde in haar toespraak een rede aan die Beckmann in 1938 in Londen hield bij een expositie over wat in Duitsland ‘Entartete Kunst’ was gaan heten. Hij zei dat zwart en wit niet bestaan, dat er alleen nuances zijn. „Niet in zwart en wit denken is ook voor mij essentieel”, zei Dumas in Düsseldorf. „Niet stigmatiseren daar gaat het om. Ik probeer altijd het menselijke te tonen.”

Een Beckmann kost veel meer dan 50.000 euro, weet Jan Maarten Boll van de Vereniging Rembrandt, een instelling die tot doel heeft het Nederlandse kunstbezit te verrijken. „Een werk uit die periode zal niet minder dan een miljoen kosten, maar we hebben zelf wel wat te verspijkeren. We gaan ook bij derden aankloppen. Soms kun je geluk hebben, net als bij Mondriaans Victory Boogie Woogie (waar De Nederlandsche Bank fors aan meebetaalde, red.). Misschien komt iemand laten weten dat hij nog iets heeft.”

Boll vindt het bijzonder dat een van oorsprong buitenlandse kunstenaar dit gebaar maakt voor het Nederlands kunstbezit. „Beckmann is onderdeel van onze culturele identiteit van die periode maar niet goed zichtbaar. Dit past ook in de huidige discussie over de nationale identiteit en de rol van buitenlanders daarin.”