Kom op, laten we iets nieuws doen

„Ik bespeur een toenemend gevoel van onvrede over het feit dat het er bij de publieke omroep steeds meer om lijkt te gaan of er voldoende publiek bereikt wordt en nauwelijks meer om de vraag welke publieke waarde er met de programmering gediend is”, schrijft NCRV-journalist Aart Zeeman in zijn pamflet Tot zover Darfur. Ja, die onvrede bespeur ik ook. Het waarderingscijfer dat vroeger aan de kijkcijfers verbonden was, is al lang weg, ook Zeeman noemt dat nog. Het is eigenlijk wel een dapper pamflet, dat boekje van hem, dat ik, omdat er, behalve de mooie IKON-documentaire That’s life echt geen bál op de televisie was, met een half oog naar het scherm eindelijk eens las. Dacht dat het helemaal over Darfur ging, maar eigenlijk gaat het vooral over het gebrek aan belangstelling voor buitenlands nieuws en bij uitbreiding, het gebrek aan belangstelling voor programma’s waar ‘de kijker’ níet bij voorbaat al om vraagt.

Het rare is bovendien dat uit onderzoek blijkt dat ‘de kijker’ helemaal niet minder dan vroeger is geïnteresseerd in buitenlands nieuws. En het andere rare is dat buitenlands nieuws ons, met de huidige mondiale samenhang, the global village, vaak nog meer aangaat dan vroeger. En toch zie je er weinig van op de televisie. Hoe kan dat?

Zeeman is niet te flauw om de hand in eigen boezem te steken en daar wel enige gemakzucht of desinteresse aan te treffen, maar meer nog is ook hij meegesleept in het denken over kijkcijfers. Onthullend is wat hij schrijft over ‘de piekmeter’. De piekmeter meet van minuut tot minuut hoe groot de belangstelling is van de kijkers. Noodweer in Nederland: piek! De minister-president over iets persoonlijks: piek! De minister president over zijn beleid: dal. Bij veel redacties, ik praat gewoon nog even Zeeman na, wordt op gebak getrakteerd als ze gepiekt hebben.

Drie keer raden wat voor programma’s je daarvan krijgt.

Het kan natuurlijk beter. En beter betekent niet per se: minder kijkers. Yvon Jaspers, de presentatrice van Boer zoekt vrouw, een van de best bekeken programma’s op de Nederlandse televisie, zei laatst dat dat succes kwam omdat ze helemaal niet met kijkcijfers bezig zijn, maar met die boeren. „Het is écht”, zei ze. Daar kon ze best eens gelijk in hebben. Authenticiteit werkt. Dat zie je ook aan Matthijs van Nieuwkerk, je hebt het gevoel: zo is die man écht. En dan is het niet gênant of raar. Maar als je zo’n olijke muis met een niet aflatende grinnik ziet, of een poppetje in tv-glamourkleertjes, dan zakt de moed alweer in de schoenen.

Kunnen we niet één net reserveren voor écht iets anders? Geen reclame, geen kijkcijfers, hooguit meten hoeveel bezoekers het net over de hele avond heeft getrokken, cumulatief, en tevreden zijn met 500.000. Elke schrijver zou drie gaten in de lucht springen als zoveel mensen zijn of haar boek lazen, en behalve de Telegraaf heeft geen krant zo’n oplage, dus écht zielig is het niet. Dan bijzondere dingen doen. Dingen zoals Wim Kaijzer ze vroeger wel deed – waar is die toch gebleven? – of hele leuke dingen zoals de Avond van de Nationale Filmquiz in september, en dans en koken op normale tijden en wetenschappers die uitleggen waar ze mee bezig zijn en wat dat ertoe doet, en goede buitenland-reportages, maar ook lol trappen en gezellig zingen.

En dat net mag het drie jaar proberen, kijken hoe het gaat. En het mag niet door een bestaande netmanager gemanaged worden – frisse ideeën. Aart Zeeman mag er wel op, die gaat die reportages maken.

Leuk idee? Hallo daar? Minister Plasterk? Leuk hè?

Vanavond trouwens niet vergeten naar de Duitse zender ZDF te kijken. Daar hebben ze, ook laat weliswaar, om kwart over elf, het leukste kookprogramma dat ik ooit heb gezien: Johannes B. Kerner. Vijf koks staan daar tegelijk te koken, ze beoordelen elkaar ook, je kunt dankzij natuurfilmachtig camerawerk precies zien wat ze doen, ze zijn grappig om niet te zeggen geestig en je leert ervan. Dus. Zulk soort programma’s. Vanavond maken ze een kerstmenu. Mit viele leckere Rezepte!