Kerststol

Als laatste in deze kerstbakweek een recept voor kerststol. Bak hem gerust dit weekeinde, want hij wordt alleen maar lekkerder van een paar dagen rijpen.

125 g roomboter

350 g bloem + extra

1 theelepel koekkruiden

3 eetlepels witte basterdsuiker

½ theelepel zout

rasp en sap van 1 onbespoten citroen

1 zakje gedroogde gist (7 g)

2 eieren

150 ml lauwwarme m elk

2 eetlepels bruine rum

200 g rozijnen

150 g krenten

50 g gepelde amandelen, grof gehakt

50 g oranjesnippers en sukade, fijngesneden

250 g amandelspijs

extra nodig: schone theedoek, deegroller, bakplaat bekleed met bakpapier, plantenspuit

Smelt 75 g boter. Zeef de bloem, koekkruiden, basterdsuiker en het zout boven een kom. Voeg de citroenrasp en gist toe en maak in het midden een kuiltje. Breek hierboven een ei en schenk er de boter, melk en rum in. Roer dit alles met een houten lepel tot een plakkerig deeg.

Bestuif het werkvlak en je handen royaal met bloem en kneed hierop het deeg tien minuten. Trek het deeg steeds uit en vouw het weer dubbel, tot het soepel is en niet meer aan je handen plakt. Leg het deeg terug in de kom, leg er een vochtige theedoek over en laat het deeg op een warme plaats ongeveer drie kwartier rijzen. (Bijvoorbeeld in de oven die je op de laagste stand hebt voorverwarmd en, zodra je het deeg erin hebt gezet, weer uitzet.)

Klop het tweede ei los in een kommetje. Prak de helft ervan door het amandelspijs en maak op smaak met citroensap. Bestuif het werkvlak opnieuw met bloem en druk het gerezen deeg een beetje platter. Leg de rozijnen, krenten, amandelen, oranjesnippers en sukade in het midden van de deeglap en vouw het deeg eromheen. Kneed de vulling gelijkmatig door het deeg en vorm er een ovaal van. Bestuif de deegroller met bloem en rol het deeg aan een van de lange kanten wat uit, zodat je een dik deel en een dun deel krijgt.

Vorm een worst van het amandelspijs en leg dat in het midden van het deeg, precies waar het dikke deel in het dunne deel overgaat. Vouw nu de dikke deeghelft over het spijs, zodat de vorm van een kerststol ontstaat. Leg het brood op de bakplaat en laat het, afgedekt met een vochtige theedoek, nog eens drie kwartier na rijzen.

Verwarm de oven voor op 220 graden. Smelt de rest van de boter. Bestrijk het deeg met boter en besproei het met behulp van een plantenspuit met water. Bak de stol in 35 – 40 minuten goudbruin en gaar.

Zet de oven uit maar laat het brood nog vijf minuten staan. Leg de kerststol op een rooster, bestrijk hem nogmaals met gesmolten boter en bestuif met een dikke laag poedersuiker.

Praat mee over kerstgebak op nrcnext.nl/uitenthuis/koken