Ik ervaar zelf het verwend worden

Sherita Narain (35) isZwarte Zakenvrouw van het jaar 2007.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Sherita Narain, Zwarte Zakenvrouw van het Jaar 2007 Foto David Galjaard sauna Thermen Holiday in Schiedam Galjaard, David

Sherita Narain (35, Zwarte Zakenvrouw van 2007) was vannacht om drie uur klaar met haar werk. Maar toen was ook alle kerstversiering opgehangen: in de sauna’s, in de salons, in de rustruimten, in de restaurants. Om vier uur was ze thuis. En om negen uur ging de telefoon: iemand die dacht dat ze ochtenddienst had. Ze is nog even blijven liggen, maar niet lang. Toen naar de groothandel, om kerstpakketten samen te stellen voor de pakweg tweehonderdtwintig personeelsleden van ‘sauna & beautycenter’ Thermen Holiday in Schiedam. Geen kant-en-klare pakketten, ook al zagen die er best goed uit. Nee, het wordt een houten doos met Mhai Diva-thee, twee bijzondere bekers erbij die ze nog gaat uitzoeken, mooie lepeltjes, verse bonbons. En alles afzonderlijk ingepakt, zodat het allemaal echte cadeautjes zijn.

De meeste directeuren met tweehonderd man personeel doen dit soort werk niet zelf.

„Vanmorgen pakte ik de muesli uit de kast, ik dacht: wat ligt daar toch achter. Was het een pastapakket van vorig jaar, dat mijn man toen in een kerstpakket had zitten. Dat leg je in de kast en dat vergeet je, want dat is een cadeautje van niks. Zo moet het dus niet. Een kerstpakket is belangrijk.”

Maar toch. U hebt wel meer te doen.

„Ik heb rechten gestudeerd omdat ik een topadvocaat wilde worden, dat had ik in mijn hoofd gezet. Dus ging ik stage lopen bij een groot, gerenommeerd advocatenkantoor. Al na twee maanden wist ik: dit is het niet. En dat kwam door de mentaliteit. Het was daar van: jij bent iemand van de postkamer, jij bent de secretaresse, jij de stagiaire, jij de advocaat, jij de compagnon. In de kantine zat soort bij soort. Ik vond dat zo raar. Waarom zitten ze niet lekker door elkaar heen, dacht ik. Hier is iedereen gelijk. En als je de directeur bent doe je niet alleen grote, maar soms ook kleine dingen.”

Van een advocatenkantoor naar een saunacomplex, hoe gaat dat?

„Via de commerciële dienstverlening, want dat heb ik ook nog gedaan. En dat ging heel goed. Ik had dertig man onder me, een riant salaris, auto van de zaak en elk jaar een bonus. Maar het ging me vervelen. En toen wist ik het even niet meer. Ik ben thuis gaan zitten en dacht: wat is dat nou met mij, waarom ben ik zo onrustig. Toen realiseerde ik me dat ik iets voor mezelf moest beginnen. Ik ben gaan praten met mijn broer, die een financieel adviesbureau had: zullen we samen iets beginnen. Dat wilde hij wel.”

En waarom juist dit?

„Gek genoeg ben ik pas een jaar of tien geleden voor het eerst een sauna ingegaan. Ik leerde mijn man kennen, die sportleraar was en zei: de sauna is gezond. Maar ik vond het niks. Ik zei: ben je gek, daar ga ik niet naar toe, een beetje in mijn blote kont rondlopen zeker. Het heeft wel twee jaar geduurd voordat ik een keer met hem meeging. En toen wist ik meteen: dit is lekker. In een badjas met een boekje bij de open haard. Soms zat ik wel drie uur te lezen: geen zin om een rondje sauna te pakken, maar wel helemaal ontspannen. Lekker wat eten. Een massage. Ik ging steeds vaker. En ik zei tegen mijn broer: joh, ga ook eens mee. Mijn broer vond het ook meteen heerlijk. Dus toen wij vier jaar geleden hier het complex opzetten, hadden we al veel sauna’s van binnen gezien. We wisten natuurlijk niet dat we er ooit zelf aan zouden beginnen, maar we keken wel altijd goed om ons heen. Bij die sauna kan je lekker eten, maar is het niet zo goed gesteld met de hygiëne. En daar is het kraakhelder, maar zijn er te weinig faciliteiten.”

En toen?

„Ik herinner me hoe mijn broer en ik hier op een dag stonden toen er nog niets was. Een weiland waar wat paarden graasden, meer niet. Mijn broer zei: we moeten een saunacomplex bouwen waar vijfhonderd gasten terecht kunnen. Ik vond dat veel te veel. Maar hij overtuigde me. Alleen als je het groot opzet kun je alles bieden, zei hij. En dat wilden we. We wilden het beste van alle sauna’s die we hadden gezien.”

Het begon met een gevoel van welbevinden en daarna werd het kantoorwerk?

„Als ik mijn rondes door het complex maak en zie hoe iedereen geniet, ga ik automatisch langzamer lopen. Je ziet de mensen bij de open haard of in de relaxruimte zitten, waar het lekker warm is en naar kruiden ruikt. Dat gevoel van verwend worden ervaar je dan zelf ook. Maar inderdaad, zodra je de deur van het kantoor doorgaat wordt het anders. Hier doe je je werk.”

Dus?

„Toen we vier jaar geleden begonnen was ik heel veel op de vloer. Alles was nieuw en iedereen moest het nog leren. Na een tijdje liep het en dacht ik: nu ga ik op kantoor zitten want vanaf nu moet ik zorgen dat de dingen worden aangestuurd. Ik ben de directeur en ik moet leiding geven. En daarnaast zijn er de managers voor de uitvoering: de beautymanager, de massagemanager, de saunamanager, de food- and beverage-manager. Ik had wel bedacht dat ik daar tussenin wilde zitten. De staf zit op de tweede verdieping, maar ik zit beneden bij de managers. Als iedereen direct bij je naar binnen kan lopen, hoor je meteen wat er aan de hand is.”

Maar het was niet genoeg?

„Ik kwam erachter dat het zo niet werkt. Als er een probleem is, moet je niet tegen de manager zeggen dat hij het moet oplossen. Stel, ik zie dat iemand in de bediening steeds de glazen verkeerd vastpakt en ik zeg dat tegen de manager. Het is maar klein, dus de manager vergeet het terug te koppelen. Dan zie ik het twee dagen later opnieuw en raak ik geïrriteerd. Dat is dus niet slim. Nu zeg ik het eerst tegen de persoon zelf en dan tegen de manager. En omdat ik veel op de vloer ben, vindt niemand dat gek.”

Directeuren zeggen: details zijn voor anderen, ik ben van de grote lijnen.

„Doordat ik nu beter weet hoe ik dingen moet oplossen, ben ik veel ontspannener. Een tijdje geleden bijvoorbeeld, ging het niet goed met de reserveringsafdeling. Er was een achterstand opgebouwd: vijfhonderd, zeshonderd reserveringen op een dag en als er dan een zieke is, gaat het mis. Toen ben ik een paar dagen op die afdeling gaan zitten. Ik heb meegeholpen en zag wat er niet goed ging. En nu is het opgelost. Ik heb me er even mee bemoeid en daarna heb ik het weer overgedragen: zo doe ik het nu. Het is een andere balans tussen kantoor en vloer dan dat ik als directeur alleen maar de lakens uitdeel. Maar ik doe het liever zo dan dat ik me dagenlang rot loop te ergeren.”

Het zijn de details die ontspannen?

„Je kunt het ook aandacht noemen. Aandacht voor de mensen die hier komen en aandacht voor de mensen die hier werken. Toen ik gistermiddag de kerstboom in de hal versierde, hoorde ik achter mijn rug steeds de gastvrouwen aan de balie mensen vragen hoe hun dag was geweest. En dan hoor je die mensen zeggen dat het heerlijk was. Op zo’n moment weet ik dat ik het goed doe.”