Golf van arrestaties in Syrië

In Syrië hebben de autoriteiten een nieuw offensief gelanceerd tegen de oppositie.Verscheidene opposanten zijn gevangen gezet. En er woei al geen liberale wind.

Een golf arrestaties onder oppositie-activisten heeft in Syrië de laatste weken weer duidelijk gemaakt hoe de regering van president Bashar al-Assad over democratisering denkt.

Op 1 december kwamen 163 sympathisanten van de ‘Verklaring van Damascus voor Nationale Verandering’ uit 2005, die oproept tot opheffing van de staat van beleg en vrijheid van meningsuiting en politieke organisatie, bijeen en richtten een Nationale Raad op. Dat was een stap te ver voor de autoriteiten, die sinds 9 december tientallen deelnemers voor ondervraging hebben opgepakt. Zeker zeven leidende dissidenten zitten nog vast. Onder hen zijn Akram Bunni, die al 17 jaar gevangenis achter de rug heeft, diens broer Walid Bunni, de schrijver en journalist Ali Abdallah en de gynaecologe Fidaa Horani.

De Verklaring van Damascus werd indertijd gelanceerd door een groot aantal seculiere politieke groepen, waaronder communisten, nationalisten, liberalen en Koerden. De fundamentalistische Moslimbroederschap maakt er geen deel van uit, maar steunt haar vanuit haar hoofdkwartier in Londen. Het seculiere Ba’athbewind in Damascus heeft het speciaal gemunt op de Broederschap. Op lidmaatschap van deze partij staat de doodstraf in Syrië.

Er is duidelijk sprake van een offensief tegen de oppositie, maar het is niet zo dat er de voorgaande periode een liberale wind woei. De nieuwe arrestanten voegen zich in de gevangenis bij, onder vele anderen, de ondertekenaars van de Verklaring Beiroet-Damascus van 2006, waarin „definitieve erkenning” van de onafhankelijkheid van Libanon wordt geëist. Dit is een heel gevoelige zaak voor het Syrische leiderschap, dat Libanon eigenlijk als onderdeel van Groot-Syrië beschouwt. Syrië onderhoudt dan ook geen diplomatieke relaties met Libanon. Een broer van de Bunni’s, de mensenrechtenadvocaat Anwar, en de schrijver Michel Kilo zijn als ondertekenaars van deze verklaring tot respectievelijk vijf en drie jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Reporters zonder Grenzen meldde eerder deze maand dat de regering daarnaast het tempo heeft opgevoerd waarin zij websites blokkeert die (potentiële) opposanten op ideeën zouden kunnen brengen of de communicatie binnen de oppositie kunnen vergemakkelijken. Er zijn nu ongeveer 110 websites geblokkeerd, van Syrische mensenrechten- en andere oppositiesites tot internationale sites als Amazon.com, Hotmail en het ‘vriendennetwerk’ Facebook, waarvan oppositieactivisten volgens The New York Times gebruik maakten voor discussies over president Assad. Een internet ‘zwart gat’ noemt Reporters zonder Grenzen Syrië.

Het huidige offensief tegen de oppositie begon kort na Syriës deelneming aan de grote conferentie in Annapolis, die de Amerikaanse regering eind november organiseerde om een nieuwe ronde van Israëlisch-Palestijnse vredesonderhandelingen te lanceren. Damascus’ aanwezigheid in Annapolis gold als doorbreking van het internationale isolement waarin het Westen onder Amerikaanse aanvoering Syrië had gedrongen als straf voor onder andere inmenging in Libanese zaken. Die concessie was bedoeld om Syrië los te weken uit zijn alliantie met Iran. De islamitische republiek wordt als nóg bedreigender en een nog sterkere stoorzender in het Midden-Oosten dan Syrië gezien.

Sommige analisten denken dat die (voorlopig eenmalige) concessie de Syrische regering heeft aangemoedigd de oppositie nu extra hard aan te pakken. Maar het is waarschijnlijker dat zij op de enige manier die zij kent reageert op een uitdaging, namelijk de grote bijeenkomst van de ondertekenaars van de Damascus Verklaring.