En weer schuurt Lowietje tegen het hek

Waar winden stedelingen zich over op? In Den Haag staat een kerststal met levende dieren. Het publiek verdringt zich, maar de Partij voor de Dieren spreekt er schande van.

Een attractie is de levende kerststal in het Haagse stadhuis zeker. Het publiek verdringt zich om de de dieren en de daklozen die figureren als Jozef en Maria, drie koningen en drie herders. Er wordt gegrinnikt als de kameel eerst ferm wordt geborsteld door een van de begeleiders en daarna toch weer door het stro gaat rollen. „Dat die beesten niet voor jou weglopen, joh”, lacht een bezoeker naar een van de fraai geschminkte figuranten. „Onbegrijpelijk”, antwoordt deze.

De kerststal verbroedert, zegt René van den Berg, een inmiddels gepensioneerde gemeenteambtenaar die het tiendaagse evenement na twaalf jaar nog altijd organiseert. Doel is het stadhuis op te fleuren en iets te doen met de vijftienhonderd daklozen die de stad nog altijd telt. René van den Berg: „Hier komen alle kleuren, rangen en standen samen, arme sloebers en hoogwaardigheidsbekleders.” Schoolklassen komen „met hele pelotons” om het kerstverhaal dat ze op school hebben gehoord, hier in het echt te aanschouwen. Elke dag worden er naast de kerstal concerten gegeven.

Maar er is kritiek. De Partij voor de Dieren vindt het gebruik van dieren zoals in het Haagse stadhuis ronduit verwerpelijk. Tweede Kamerlid Esther Ouwehand: „De dieren worden gebruikt voor menselijk vermaak. Dat tast hun integriteit aan zoals die in de wet is omschreven.” Ze heeft minister Verburg (LNV, CDA) gevraagd wat zij ervan vindt. Esther Ouwehand: „Een kameel hoort niet in een stadhuis te staan. Dat stadhuis is bovendien heel gehorig. En dan ook nog die concerten!” Volgens het Kamerlid dient een levende kerststal geen enkel doel. „Je kunt wel zeggen dat zo’n kerststal verbroedert. Daar kun je gerust daklozen voor inzetten. Maar geen dieren, want die kunnen daar niet zelf voor kiezen.”

De meeste bezoekers zien in het gebruik van levende have geen kwaad. „Ze staan hier goed”, zegt de een. „Hartstikke leuk toch?” zegt een ander. „Het hoort bij Kerst.” Een enkeling vindt het gebruik van dieren „niet meer van deze tijd”. In de stal staan behalve een kameel ook een os en een ezel en zes geitjes.

De dieren worden dagelijks gebracht en gehaald door een dierenverhuurbedrijf uit het Brabantse Gilze. „Wij moeten de laatste jaren steeds vaker uitleggen waarom we dieren gebruiken”, zegt bedrijfsleider Dave van Boxtel. Sommige mensen begrijpen niet dat om dieren te kunnen gebruiken, je van ze moet houden. „Het is een hobby.” Het bedrijf heet De Ark en houdt in Gilze in totaal ongeveer honderd dieren die onder begeleiding kunnen worden gehuurd voor films en fotografie. En voor kerststallen.

Mickel van Leeuwen begeleidt de dieren in Den Haag en houdt toezicht op het publiek. Af en toe staat hij op om Lowietje de os tot de orde te roepen. „Staat altijd te schuren tegen het hek.” De begeleider legt uit dat de dieren zijn voorbereid op het staan in een kersstal met veel rumoer. „Vergelijk ze met politiepaarden.” Hij moet de laatste jaren meer op de mensen letten dan op de dieren. Ze voeren snoepjes. Ze aaien te hard. En sommige jongeren slaan de dieren zelfs „om een reactie uit te lokken”. Er staan in Nederland genoeg kerststallen met dieren die ’s avonds en ’s nachts alleen worden gelaten. Niet doen, zegt Mickel van Leeuwen. „Dan gaat het fout.”

In Den Haag staan de dieren nooit zonder begeleiding. Maar dat is nog geen reden om het maar goed te vinden, zegt de Partij voor de Dieren. Esther Ouwehand: „Er zijn de afgelopen jaren meerdere incidenten geweest doordat de dieren ’s nachts alleen stonden. In Brabant zijn schapen bij een brand gewond geraakt. In Lemmer hebben dronken jongeren de dieren bekogeld. Het is dus onverantwoord om de dieren bloot te stellen aan het publiek. Dat is vragen om incidenten. Maar is het alternatief dan dat de dieren twee keer per dag worden getransporteerd? Dat is óók niet goed. Het hoort gewoon niet.”

De Partij voor de Dieren kreeg deze week antwoord op de vragen aan minister Verburg over de kwestie. „Tegen het gebruik van levende dieren in kerststallen hoeft geen bezwaar te bestaan, mits het gaat om dieren die normaliter onder soortgelijke omstandigheden leven en daaraan zijn aangepast”, schrijft de minister. „De vraag of de huisvesting van dieren die voor deze doelen worden gebruikt, voldoet aan de minimale normen die hieraan gesteld worden, kan ik in zijn algemeenheid niet beantwoorden. Dat zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.”