Een praktijk die structureel niet klopt

Justitie luistert soms gesprekken af die geheim moeten blijven. De selectie doet justitie zelf. Een structurele fout, vindt hoogleraar strafrecht Paul Mevis.

De blunder van het Amsterdamse parket in de Hells Angels-zaak roept vragen op over bedrijfsvoering van het Openbaar Ministerie, beroepsethiek en het recht op een eerlijk proces. Gisteren verklaarde de rechtbank het OM ‘niet ontvankelijk’ in de strafzaak tegen 22 verdachten van geweld, drugshandel en wapenbezit. Daarmee is de kans dat zij worden veroordeeld sterk gereduceerd. De officier van justitie bleek ten onrechte afgeluisterde gesprekken tussen verdachten en advocaten niet te hebben vernietigd, zoals de wet voorschrijft. De rechtbank sprak van „ernstige, grootschalige en herhaaldelijke inbreuken door het OM op de regelgeving die het verschoningsrecht moet waarborgen”. Daarmee ondergraaft de officier „het vertrouwen van de burger dat wat hij in vertrouwen met een advocaat bespreekt ook geheim blijft”.

Het Openbaar Ministerie kondigde gisteren aan dit vonnis in hoger beroep aan te vechten. Het landelijk Openbaar Ministerie erkent dat er een fout is gemaakt. Is dit een incident of een structureel probleem? Het antwoord lijkt te zijn: allebei.

De Rotterdamse hoogleraar strafrecht Paul Mevis wijst erop dat er een structureel probleem is met de regels die de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënt en advocaat moeten waarborgen. „Als je een tap hebt waar een advocaat op te beluisteren valt, dan moet iemand selecteren of dit wel of niet onder de geheimhouding valt. Die selectie ligt bij justitie. Dat is gek, dat zit structureel fout. Justitie selecteert zelf wat justitie wel en wat justitie niet mag weten.”

In de praktijk komt het dan ook geregeld voor dat het Openbaar Ministerie nalaat dergelijke gesprekken te vernietigen. Mevis spreekt van „tientallen zaken” waarin de rechter met grote regelmaat moet oordelen over afgeluisterde gesprekken met advocaten.

Het komt vaker voor dat de rechter zo’n zaak doorstreept. Onlangs verklaarde de rechtbank Rotterdam een strafzaak niet ontvankelijk omdat de politie na een afgetapt gesprek met een advocaat de gezochte verdachte arresteerde op de stoep van het advocatenkantoor. De betrokken advocaat, mr. Frank van Ardenne, zegt dat het „er sterk op lijkt dat dergelijke praktijken schering en inslag zijn”. De enige manier waarop advocaten erachter komen dat ze worden afgetapt, is als het Openbaar Ministerie zichzelf per ongeluk verraadt. Namelijk door per ongeluk tapverslagen aan het strafdossier toe te voegen.

Pleidooien, onder meer van het College Bescherming Persoonsgegevens in 2003, om advocatenkantoren technisch te beschermen tegen aftappen, heeft het OM altijd afgewezen. Het wil geen ‘vrijplaatsen voor criminelen’.

Van Ardenne is over deze kwalificatie nog steeds geërgerd. „Ze vinden het gewoon interessant om onze gesprekken te horen.” De consequentie is dan wel, meent hij, dat de regels die er dan zijn om geheimhouding te waarborgen, tot in de puntjes worden nageleefd. „Als je dat niet doet, dan is een niet-ontvankelijkverklaring, hoe ernstig de verdenking ook is, onvermijdelijk en terecht.”

Alleen al dit jaar oordeelden hof of rechtbank in drie zaken dat er sprake was van zo’n ‘grove veronachtzaming’ van het belang van zijn cliënt dat het OM niet ontvankelijk werd verklaard.

Mevis: „Pas als advocaten gaan doorvragen, ontdekken ze hoe ver het Openbaar Ministerie is gegaan”, zegt hij. Hij denkt niet dat het „opzettelijk de boel aan het flessen is”. Maar hij ziet zoveel zaken waarin justitie te ver is gegaan „dat het wel erg opvallend is. Het is een praktijk die structureel niet klopt. Dat is een punt van zorg, laat ik het zo maar zeggen.”

De Tilburgse strafrechtgeleerde Theo de Roos neemt ook aan dat het „niet opzettelijk is gebeurd. Dat zou wel zó ongelooflijk dom zijn.” Maar voor de conclusie dat het een incident is, is het te vroeg. „Ik zie het als een kwestie van bedrijfsvoering. Ontbrekende alarmlichten, geen interne checks, een groot dossier, veel hectiek en spanning. Zoiets moet er aan de hand zijn geweest.”

Mogelijk leert het OM niet van eerdere fouten. „Professionals vinden ieder voor zich het wiel uit en blijven het beter weten dan een ander.” Daardoor is de Hells Angelskwestie ook een graadje ernstiger, meent hij. Het OM behandelt immers vaker megazaken waar grote spanning op staat. „Dit soort routines moeten in je kop zitten. Dat kun je niet leren van een organisatiedeskundige of zo.”

De Roos wijst erop dat de zaak in hogere instanties anders kan worden beoordeeld. „Het is best denkbaar dat de Hoge Raad zegt dat er geen sprake is geweest van daadwerkelijke schade aan het verdedigingsbelang. Omdat het bijvoorbeeld inhoudelijk onbenullige taps waren.” Het criterium daarvoor is dat er geen sprake is van een eerlijk proces als er ‘opzettelijk of grof onachtzaam inbreuk is gemaakt op de rechten van de verdediging’. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in de Clickfondszaak waarin het gerechtshof het OM wegens fouten eveneens hard afstrafte. De Hoge Raad redde daarop de zaak.