Een man die wil eten is weerloos

Mama heeft papa veroverd door te koken. In tijden van grote schaarste in Jeruzalem, in 1946, had zij toch eieren bij het ontbijt en braadde een kip en maakte kreplach en knisjes – mama weet van koken en van wat dat met mannen doet. Het maakt ze afhankelijk, én het verstopt hun aantrekkelijkheden in een veilige laag spek. Alleen de vrouw die hem heeft vetgemest ziet nog wat daaronder schuil gaat.

Dan verschijnt Edna Boem ten tonele, de Hongaarse buurvrouw. En die ziet ook, dwars door papa’s vet heen ‘de mooie, vergeten Mosje’. Ze vraagt hem om werkzaamheden bij haar thuis te komen verrichten, ze betaalt er goed voor. En daar laat ze het niet bij: ‘Op een dag had Edna het gewaagd voor papa een reusachtige sandwich klaar te maken, met scherpe Hongaarse worst’. En nog een paar dagen later smeert ze scherpe zechoeg op die worst. En nog een dag later serveert ze hem geroosterde harten, levers en maagjes, scherp gekruid. En dan is het begonnen.

In David Grossmans De grammatica van het gevoel (1991, ook verschenen als De uitvinder van geheimen) wordt met enorme wellust, smaak en accuratesse beschreven hoe de buurvrouw om papa werft. Hij komt dagelijks bij haar om grote muren te slopen, hij beukt en slaat en maakt stof, en mama voelt aan alles dat er iets niet klopt. En op een dag, als mama staat te koken komt er ‘een nieuwe, vreemde geur in haar neus’. De geur voert haar regelrecht tot onder het raam van Edna Bloem. Daar staat ze dan ‘de levende grafsteen van haar ongeluk’ want ‘een dergelijke geur zat alleen maar in het eten als de kokkin ook zichzelf kookte en in haar pannen de geheime muskus van haar verlangen strooide’.

Dit gaat over koken. Met hart en ziel, en voor lichaam en geest. De strijd brandt los. Mama begint heel subtiel haar kookstijl te veranderen. Ze ‘leerde druivenbladeren vullen met gepeperde rijst’, ze begint haar schotels mooi op te maken, en vlijt wel eens een garnaaltje op de rand, gewoon voor het oog. ‘We zijn immers geen beesten’ zegt ze.

Papa eet goed van haar middageten. En daarna gaat hij naar Edna Bloem. En daar krijgt hij weer te eten: ‘gestoofde aubergines in tomatensaus waarin teentjes knoflook glinsterden als pareltjes’ en ‘zachte kalfstong […] gekruid op Hongaarse wijze’.

Mmmm! Zelfs als je geen heel dikke man te veroveren hebt, krijg je er zin in. Lekker verleidelijk koken. Mannendingen. Pittige en glinsterende, knapperige en kruidige gerechten. Eens zien hoe zo’n man daartegen bestand is.

David Grossman: De uitvinder van geheimen. Cossee, 447 blz. Alleen nog tweedehands leverbaar.

Het recept voor de Hongaarse kalfstong is te lezen op www.nrc.nl/boekenblog