De spelers in vol ornaat

De Appel werkt aan de theatermarathon 'Odysseus' die aanstaande zondag in première gaat.

„Het ligt in de traditie van De Appel dat we pas bij de première weten wat we al die tijd gedaan hebben”, zegt Sacha Bulthuis in de foyer. „De toeschouwers zijn nu opeens je medespelers. Zij lachen waar jij nooit gelachen hebt. En andersom”.

De sfeer in het Appeltheater op maandag 17 december, 16.11 uur, is ontspannen en toch ook geladen. Premièrekoorts? Hubert Fermin: „Pas met publiek erbij besef je welke voorstelling je speelt”. Bij de première is de voorstelling echt af, het is het laatste beslissende moment. Op een gegeven moment hebben de spelers toeschouwers nodig: het isolement van repetitielokaal moet doorbroken worden.

Bij binnenkomst in het theater knipper ik met mijn ogen: dit is de scène ‘Godenberaad’ die ik twee maanden geleden zag in het grauwe duister van het repetitielokaal met acteurs in dagelijkse kleren achter lelijke, houten tafels. Nu zijn de tafels glanzend zwart, er staan chroomstalen, sjieke bureaustoelen. Geert de Jong als Hera, vorstin van de hemel, maakt haar entree; onherkenbaar als Liz Taylor met strakke glitterjurk, zwarte pruik wiebelt ze met haar heupen. De transformatie van Hubert Fermin als zonnegod Apollo tot modekoning Karl Lagerfeld met donkere bril en grijze haardracht is volmaakt. Regisseur Greidanus gaat in vol ornaat als oppergod Zeus de scène in: de machinerie van de marathon begint te draaien.

Kon tijdens de repetitie een stuk hout als zwaard fungeren, nu is het zwaard een blinkend wapen. En er vloeit theaterbloed over de speelvloer. Hugo Maerten als Odysseus zegt over dat kunstbloed: „Als je een aantal voorstellingen hebt gespeeld, blijft er een zweem van die geur om je heen hangen. Dat raak je niet meer kwijt”.

Regisseur Aus Greidanus verheugt zich op de première als het in de kleedkamers en onder de tribunes een gekkenhuis is van verkledingen, pruiken, acteurs die zich schminken en opnieuw schminken voor een andere scène, changementen in het decor. De klemmende vraag is: vieren we een triomf of gaan we ten onder?

Over een paar dagen première, hoogste tijd, de gong zal slaan voor de eerste scène waarin een voedster over Odysseus zegt: „Die komt nooit meer thuis”. Voor spelers en toeschouwers begint een negen uur durende theaterreis.