De Drentse ja-knikkers zijn niet meer nodig

Een van de grootste Europese olievelden, in Drenthe, ligt al sinds 1996 stil. Nu is oliewinning er toch weer rendabel dankzij nieuwe technieken en de hoge olieprijs.

In heel Schoonebeek staan welgeteld nog drie ja-knikkers. Een daarvan siert het oude dorpsplein en doet dienst als toeristische attractie. Een ander staat eenzaam en werkeloos onder een paar iepen aan de bosrand. Van de derde ja-knikker weet eigenlijk niemand in het dorp nog waar die precies staat.

Ooit was Schoonebeek de spil van de Nederlandse olie-industrie. Tot halverwege de jaren negentig stond het er vol met boorinstallaties, een paar honderd op zijn minst. De ja-knikker was hét symbool van het Drentse landschap en het hoogtepunt van menig schoolreisje. Maar op de drie reeds genoemde na zijn ze allemaal verdwenen. Verscheept naar Venezuela.

Wat er misging? De oliewinning was niet meer rendabel. In 1996 haalde de NAM na bijna vijftig jaar productie het laatste vat uit de grond. Alles bij elkaar had het bedrijf toen al een kwart van de miljard vaten die het veld herbergt gewonnen. Maar hoe leger het veld raakte, des te moeilijker de resterende olie te winnen viel. Lage druk, de stroperige aard van de Drentse olie, en lage olieprijzen zorgden ervoor dat productie niet langer lonend was.

Tot nu. Dankzij nieuwe technieken, en vooral ook door een olieprijs die richting de 100 dollar per vat beweegt, lijkt verdere exploitatie van het Schoonebeekveld weer een optie geworden. De NAM – voor 50 procent eigendom van oliemaatschappij Shell en voor de andere helft in handen van het Amerikaanse olieconcern ExxonMobil – kondigde gisteren aan dat ze in 2010 een reeks nieuwe installaties gereed wil hebben die over een periode van ongeveer 25 jaar nog eens 100 tot 120 miljoen vaten olie uit het veld moeten halen.

Het opslag- en distributiecentrum net buiten het dorp, eens het hart van de oliewinningsactiviteiten maar inmiddels verworden tot een lege binnenplaats met hier en daar een stapel roestige buizen, zal dan weer in gebruik genomen kunnen worden. De met onkruid overwoekerde spoorrails waar de olietrein lange tijd dagelijks zijn rit maakte naar de haven van Rotterdam, hoeft niet te worden opgeknapt, want de nieuwe olie zal per pijleiding naar een raffinaderij in Duitsland worden vervoerd. Die is dichterbij.

Opvallend is dat het besluit nu pas komt. De NAM kondigde in 2004 al aan dat zij het olieveld in Schoonebeek opnieuw in gebruik wilde nemen. Ze zei daarbij dat begin 2007 begonnen zou kunnen worden met de productie. Dat is nu fors later. Waarom de uiteindelijke beslissing zo lang op zich liet wachten, bleef lang onduidelijk. Zowel de NAM, Shell en EBN – het investeringsvehikel van de Nederlandse staat dat een belang van 40 procent in het project heeft – wilden hier de afgelopen maanden niets over zeggen.

Een woordvoerder van de NAM erkende gisteren dat de afwegingen van de betrokken financiële partijen (waaronder de aandeelhouders) een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vertraging. Shell beschikt over verschillende investeringsmogelijkheden, en kiest daarbij voor de meest rendabele projecten. Mogelijk heeft Schoonebeek niet altijd bovenaan het lijstje gestaan.

Dat is opmerkelijk. Op basis van de huidige olieprijs (en die van vier maanden geleden) zou de opbrengst van het veld in de miljarden euro’s lopen. Terwijl de totale investering volgens de NAM „enkele honderden miljoenen euro’s” bedraagt.

Volgens analisten zou de reden achter deze aarzeling zijn dat oliemaatschappijen, gedreven door de rendementseisen van aandeelhouders, liever investeren in projecten van heel grote schaal. Zoals de oliewinning op het schiereiland Sachalin in Siberië, waarin Shell een belang heeft. Schoonebeek mag dan een winbare capaciteit van 100 tot 120 miljoen vaten hebben, op mondiaal niveau blijft het een klein veld. De wereld verbruikt dagelijks zo’n 85 miljoen vaten olie.

De woordvoerder van Shell wil zich hierover niet uitlaten. Volgens hem zouden er geen bijzondere ontwikkelingen zijn geweest waardoor het concern langer dan noodzakelijk zou hebben gewacht met een besluit. „Anders dan de gebruikelijke afweging van projecten in onze portfolio.”