Anoniem aan de telefoon

Dobberend op een boot voor de kust van Kroatië kreeg Frank Buunk een telefoontje van een veilinghuis uit Australië. Dat is waar ook, besefte de eigenaar van kunsthandel Simonis & Buunk, hij had zich opgegeven voor een telefonische bieding op een veiling van negentiende eeuwse schilderijen. Vijf minuten later mocht Buunk zich de eigenaar noemen van een zeegezicht van Jan H. B. Koekkoek.

Alleen bij écht grote veilingen, hooguit tien keer per jaar, verschijnt Buunk nog in de zaal. Verder doet de kunsthandelaar vooral zaken aan de telefoon, net als veel collega’s. Laatst nog had Buunk in zijn kantoor in Ede nog drie veilinghuizen tegelijk aan de lijn: in Berlijn, Kaapstad en Amsterdam, een heel gedoe met drie telefoons.

Bij de grote Nederlandse veilinghuizen begon het telefonisch bieden twintig jaar geleden als een voorrecht voor grote klanten. Inmiddels is het heel gebruikelijk dat honderden bieders op afstand meedoen aan een veiling.

Bij Christie’s Amsterdam is hoofd client services Paulina Cramer verantwoordelijk voor de telebieders. In de veilingzaal zijn 32 vaste lijnen beschikbaar. Klanten die belangstelling hebben getoond voor een bepaald nummer, worden vijf lots van te voren opgebeld. „Onze medewerkers zijn vanaf dat moment de oren, ogen en stem van de klant”, zegt Cramer. Door zijn paddle, het bordje met nummer, in de lucht te steken laat de medewerker aan de veilingmeester weten dat hij een bieder aan de lijn heeft.

Pas als de zaal is uitgeboden kijkt de veilingmeester naar de medewerkers met een telefoon aan een oor. Cramer: „Dan vraag ik aan mijn klant: ‘Er is 11.000 geboden. Wilt u bieden?’ Als ik dan een duidelijk ‘ja’ hoor ga ik aan de slag.” Om eventuele misverstanden later te kunnen oplossen, neemt het veilinghuis alle gesprekken op.

Cramer spreekt zes moderne talen. En voor de vele Chinese telebieders die zich tegenwoordig melden, kan ze een beroep doen op collega’s in Londen die Kantonees of Mandarijn beheersen. „We krijgen bieders van alle soorten en maten aan de lijn. Ik herinner me een klant vanaf een boot bij Patagonië. En vaak mannen vanuit de auto. Tunnels vormen bij autobellers een hele uitdaging.”

Telefonisch bieden heeft meer dan alleen praktische voordelen, zegt Buunk. „In de zaal houden handelaren elkaar goed in de gaten. Telefonisch ben je lekker anoniem. Dan kan het weleens gebeuren dat iets voor een gezellige prijs gaat.”

Bovendien kan hij telefonisch ‘snel schakelen’, zegt Buunk. „Bij schriftelijke biedingen staat alles vast, kan het gebeuren dat ik niks krijg. Telefonisch kan ik opschakelen naar hogere biedingen. Op het moment suprême weet ik ook vaak pas wat ik echt wil bieden.”

Telebieden heeft ook nadelen. Buunk: „Je hebt geen oogcontact met de veilingmeester. En je merkt niet dat bij een bepaald lot drie handelaren als een raket tegelijk een vinger in de lucht steken. Zoveel interesse kan interessante informatie zijn.” Bij belangrijke biedingen heeft Buunk daarom vaak ook nog telefonisch contact met iemand in de zaal die niet bij het veilinghuis werkt.

Volgens Cramer heeft Christie’s sinds vorig jaar een biedmethode die veel nadelen van telefonisch bieden opheft: online bieden. Het grote voordeel? Cramer: „Achter je pc kan je de veilingmeester zien.”