Aanslag Omagh: verdachte vrij

Een Britse rechter heeft gisteren de hoofdverdachte van de bloedigste aanslag tijdens de decennia lange strubbelingen in Noord-Ierland vrijgesproken. Bij de bomexplosie in de plaats Omagh in augustus 1998 kwamen 29 mensen om het leven.

Nabestaanden van de slachtoffers toonden zich na de uitspraak geschokt dat ruim negen jaar later nog altijd niemand is veroordeeld. Naar wordt aangenomen zat de Real IRA, een afsplitsing van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), achter de aanslag.

Sean Hoey (38), een katholieke elektricien, was aangeklaagd maar volgens de rechter was het onderzoek volkomen ondeugdelijk. Hij stelde dat politiefunctionarissen zich hadden bezondigd aan „opzettelijke en berekenende misleiding”. Hoey werd na vier jaar hechtenis direct vrijgelaten.

Het orgaan dat toezicht houdt op de Noord-Ierse politie heeft vertegenwoordigers van de politie ontboden voor overleg over de zaak. De zaak ligt erg gevoelig in Noord-Ierland, omdat vooral de katholieke minderheid de politie vanouds heeft verdacht van partijdigheid voor de protestantse meerderheid. Sinds dit voorjaar maakt Sinn Féin, de politieke arm van de inmiddels opgeheven IRA, deel uit van een coalitie met protestantse partijen.

Het ‘bewijs’ van de politie berustte vooral op forensisch materiaal. Op bomfragmenten zou een kleine hoeveelheid DNA-materiaal van Hoey zijn aangetroffen.

Het probleem met de bewijsvoering was dat het om zulke geringe hoeveelheden DNA ging dat het volgens veel wetenschappers veel te hachelijk is daaraan vergaande conclusies omtrent de herkomst ervan te verbinden.

Bovendien bleek dat een paar agenten, anders dan zijzelf eerder hadden beweerd, bij het onderzoek niet de vereiste zorgvuldigheid in acht had genomen. Het tweetal had niet de vereiste speciale kleding voor forensisch onderzoek gedragen.

Het wrak van de auto, waarin de bom was geplaatst, had de politie lange tijd laten roesten alvorens het te onderzoeken.