‘We leveren melk zonder prijs af te spreken’

Zuivelcoöperaties zeggen te streven naar een goede melkprijs voor de boer. Maar op het land meent een groeiend aantal boeren dat ze vooral aan hun eigen winst denken.

werknemer van Friesland Foods in Nijkerk- 20-12-2007 - Foto Eric Brinkhorst Brinkhorst, Eric

De zuivel is een vreemde sector in onze economie. „Wij leveren onze melk aan de fabriek zonder dat we weten wat we ervoor terug zullen krijgen”, legt melkveehouder Geert Kroes uit. „Zegt u tegen uw werkgever: ik doe m’n werk wel en zie maar wat je er later voor wil betalen? Maar zo gaat het dus wel met onze melk”, zegt het bestuurslid van de Dutch Dairymen Board, een vereniging die streeft naar een betere melkprijs.

De twee grootste zuivelverwerkers van Nederland willen fuseren om de internationale positie te verstevigen, zoals ze zelf zeggen, en te groeien in Europa, Azië en Afrika. Deze bedrijven, Friesland Foods en Campina, zijn als coöperaties formeel eigendom van de boeren. Een belangrijk deel van deze boeren blijkt zich nu om heel andere zaken druk te maken dan, bijvoorbeeld, expansie in Azië.

Melk gaat over drie schijven voor het bij de consument komt: boer, fabriek en detailhandel. Alleen de boer blijkt er niets aan te verdienen, zo berekende het Landbouw Economisch Instituut (LEI) eerder dit jaar. Het rendement op eigen vermogen van een boer is slechts 0,5 procent, aldus het LEI. De zuivelfabriek verdient al iets meer: 19,1 procent. Terwijl het hoogste rendement ligt bij de supermarkt: 22 procent.

Iedereen verdient dus goed aan de melk, behalve de boer zelf. Toch belijden bestuurders altijd weer hun goede bedoelingen ten aanzien van de boeren. „We hebben de ambitie om de beste melkprijs aan onze leden uit te betalen”, zei Sybren Attema, voorzitter van de coöperatie Friesland Foods, gisteren tijden de persconferentie waar de fusie werd aangekondigd. Volgens Kees Wantenaar van Campina hadden zijn ledenraden gisterochtend dan ook „overwegend applaus gegeven” bij het horen van het voornemen om te fuseren.

Ook in de top van de boerenlobby, de Land- en Tuinbouworganisatie, is men enthousiast over de fusie. „Vroeg of laat is dit nodig om een goede positie op de afzetmarkt te houden”, zegt Siem Jan Schenk, voorzitter van de vakgroep rundveehouderij van de LTO. Het doel is een „sterkere positie op de internationale markt” waarbij de fusie zal helpen door een „forse kostenreductie”. En uiteindelijk gaat het ook Schenk om „een goede melkprijs en een zo hoog mogelijk inkomen van de melkveehouders”.

Om dit te bereiken zou echter de hele structuur van de sector moeten worden omgekeerd, stelt Geert Kroes, zelf melkveehouder in Persingen, nabij Nijmegen. „De fabrieken betalen nu een voorschot”, legt Kroes uit, „en achteraf krijgen we te horen wat de definitieve prijs is.” Zijn organisatie streeft in Europees verband naar een omkering: „We moeten van tevoren afspreken voor welke prijs we onze melk de komende maanden leveren. Zo gaat het in elke sector.”

Maar als boeren via coöperaties de eigenaren van de fabrieken zijn, ofwel hun eigen afnemers, dan zouden ze dat toch zelf moeten kunnen veranderen? „Formeel besluit de ledenraad van een coöperatie”, erkent Kroes, zelf een van de 7.000 leden van Friesland Foods, „maar de directie doet de voorstellen. Als wij naar een ledenvergadering gaan, wordt gepresenteerd wat zij willen. Uiteindelijk hebben wij niks te zeggen.”

Om deze situatie te veranderen hebben een groot aantal boeren zich verenigd in de Dutch Dairymen Board, onderdeel van een Europese beweging. Hoeveel leden er in Nederland zijn houdt men voor zich. Wel wil Kroes kwijt dat de Europese beweging bijna een kwart van de totale melkproductie in de EU voor haar rekening neemt.

Dutch Dairymen Board:www.ddb.nu