Wat voelen kreeften als ze levend gekookt worden?

Onder het genot van een broodje krabsalade vroegen Anne van Putten uit Rotterdam en haar collega’s zich af of het wreed is om levend gekookte schaaldieren zoals kreeft te eten. Een prangende vraag voor de culinaire confrontaties met de feestdagen, schrijft ze.

Om een eerste keukenmythe te ontzenuwen: kreeften gillen niet als ze levend de pan in gaan. „Dat kan helemaal niet”, zegt bioloog Gerard Heerebout, lid van de Stichting Keurmerk Zeeuwse Kreeft. „Kreeften hebben geen stembanden en longen. Het gefluit dat je hoort, is de lucht die in het kokende water uit de kieuwkamer ontsnapt.”

Kreeften hebben ook een geheel ander zenuwstelsel dan gewervelde mensen en zoogdieren, vertelt Heerebout. Kreeften hebben geen centrale hersenen, maar een aantal dikkere zenuwknopen in het hoofd en de onderkant van het lichaam. Ze hebben ongeveer 100.000 zenuwcellen en mensen miljarden.

Kreeften hebben wel gevoel. In het Noorse onderzoek Sentience and pain in invertebrates (2005) concludeert zoöloog Lauritz S. Sømme dat kreeften, en ook andere schaaldieren en wormen, heftig kunnen reageren op onaangename prikkels. Ook is bekend dat ongewervelde dieren opiumachtige stoffen in het lichaam hebben die pijn verzachten. Maar dat kreeften en krabben dezelfde pijnervaring hebben als mensen, acht Sømme onwaarschijnlijk.

„De pijn zit vooral tussen de oren van de toeschouwer”, zegt Heerebout op basis van de beschikbare kennis. Ton Dekker, voorzitter van de Visbescherming, concludeert: „Als er zoveel aanwijzingen zijn dat ze gevoel hebben, moet je hun het voordeel van de twijfel geven.”

Zien is geloven, dacht tv-bioloog Midas Dekkers. In het programma Gefundenes Fressen kookte hij ooit een kreeft in een glazen pan. Dekkers: „Zo kon iedereen zien hoe die kreeft worstelend, met bloedstollend geknerp crepeerde.”

Wie kreeft kookt, kan het beest beter eerst verdoven in de vriezer. Dekkers: „En niet als amateur te werk gaan. Een vriend joeg eens een stevige vleespen door het hoofd van een kreeft. Het beestje ontsnapte, en probeerde, al trippelend door de keuken, met één schaar de pen uit zijn hoofd te trekken. Met dat beeld laat ik de mensen graag achter met Kerst.”

Eppo König