Visquota fors lager in 2008

De quota voor haring en tong worden komend jaar fors verlaagd, maar de visserijsector is toch „opgelucht” over het akkoord dat de Europese visserijministers gisteren hebben bereikt over de visquota voor 2008. De milieulobby daarentegen is „gefrustreerd”, omdat wetenschappelijke adviezen weer niet zijn opgevolgd.

De Nederlandse vissers waren „hartstikke nerveus”, in de woorden van Ben Daalder, voorzitter van de Federatie van Visserijverenigingen, over een voorgestelde reductie van het aantal dagen dat ze op zee mogen zijn. Maar minister Verburg (LNV, CDA) „heeft mooi haar poot stijf gehouden”, concludeerde Daalder na afloop van de onderhandelingen in Brussel.

Vissers zijn niet alleen gelimiteerd in de hoeveelheid vis die ze vangen, maar ook in het aantal dagen dat ze de zee op mogen. In het akkoord is nu wel een reductie van de zogeheten zeedagen opgenomen, maar met een garantie dat er meer dagen beschikbaar zijn als vissers niet genoeg tijd hebben.

„We hebben ingezet op duurzame visserij”, zei minister Verburg na afloop van de onderhandelingen. Concreet voorbeeld hiervan is dat vissers worden beloond voor maatregelen tegen ongewenste bijvangst, die vaak dood weer overboord wordt gegooid.

Ongewenste bijvangst is een doorn in het oog van de milieubeweging. De maatregel hiertegen is dan ook een van de weinige lichtpunten in het akkoord voor Carel Drijver van het Wereldnatuurfonds.

De bijvangst ontstaat doordat kotters tong en schol met sleepnetten vangen, en daarbij alle andere soorten op de bodem ook meenemen. Er zijn experimenten om deze bijvangst te verminderen. „Helaas zijn dergelijke maatregelen niet verplicht gesteld”, aldus Drijver.