Tijd voor eigen Europees Ruslandbeleid

Europa moet een eigen relatie met Rusland opbouwen. Dat kan omdat beide een gedeelde geschiedenis hebben. Maar wees niet naïef, schrijft Adriaan van der Staay.

Het onvermogen van de Verenigde Staten zich in te leven in gevoelens van andere werelddelen komt ook tot uiting in de relatie tot Rusland. Het lijkt erop dat Rusland voor de VS niet bestaat als een gelijkwaardige gesprekspartner, en in hoofdzaak een rol speelt in de eigen verbeelding.

Zo heeft men daar enige tijd Rusland gezien als de overwonnen vijand en zichzelf een rol van overwinnaar toegedicht. Het is waarschijnlijker dat de Sovjet-Unie te gronde ging aan interne problemen en aan twijfels omtrent wat het beste zijn zou voor de Sovjet-Unie zelf.

Enige tijd heeft men de Russische situatie door de bril van de Wereldbank bekeken, en het land behandeld als een soort failed state die van de grond af moest worden opgebouwd naar Amerikaans neo-liberaal model. De Russen kwamen met een eigen koers, die niet neoliberaal was, maar nationalistisch.

De Amerikaanse president heeft de president van Rusland in de ogen gekeken en ontwaarde niet veel meer dan een aspirant-lid van zijn Texaanse club. Hij zag niet in te maken te hebben met de vertegenwoordiger van een geopolitieke grote mogendheid, een soort lid dat minder gemakkelijk te balloteren valt.

Uitspraken van Poetin worden weggewuifd als voor „binnenlands gebruik”, alsof het om de Amerikaanse presidentsverkiezingen ging en geen serieus onderdeel was van Poetins buitenlands beleid. Men zit nu met het resultaat.

Nu Rusland bezig is zich als een Gulliver te ontdoen van de vele knellende banden die het Westen het land voor en na de val van de Sovjet-Unie omlegde, is het niet te vroeg om ons als Europeanen af te vragen of het verstandig is het Amerikaanse leiderschap in deze te volgen. De reactie van Amerika is weinig vruchtbaar gebleken.

De hubris die de Amerikaanse elite sinds enige tijd heeft gekenmerkt, verleidde het land ertoe voor zichzelf andere maatstaven aan te leggen dan voor Rusland. Ze heeft unilaterale gedachtegangen in de internationale politiek geïntroduceerd, ter vervanging van multilaterale, bijvoorbeeld op militair gebied, waarvan de gevolgen nu merkbaar worden.

Wat Amerika meent te mogen, blijkt Rusland niet ontzegd te kunnen worden. Als Amerika eenzijdig op Europees grondgebied wapensystemen tegen het terrorisme wil vestigen, is niet goed in te zien waarom Rusland dat bijvoorbeeld niet zou doen in ‘zijn’ Europa of Zuid-Amerika. Als de Amerikaanse president een loopje neemt met het volkenrecht of internationale verdragen, is niet goed in te zien waarom de verkozen leider van de Russische natie niet ook een dergelijke vrijheid zou hebben. Het Amerikaanse beleid biedt voor Europa geen voorbeeld van prudente politiek.

In deze situatie is de vraag interessant hoe een eigen Europese houding tegenover Rusland eruit zou zien. Zo’n zelfstandige politiek is gediend met een basaal besef dat Rusland en Europa geschiedenis delen. Niet meer dan met Amerika, maar ook niet minder.

Voor deze gezamenlijke geschiedenis kan men onder meer terecht bij Martin Malia, auteur van Russia under Western Eyes uit 1999. Dit boek waarschuwt trouwens uitdrukkelijk Europa voor het gevaar Rusland te zien als een projectie van onze vrees en hoop, en niet als een zelfstandige machtsfactor, grenzend aan Europa, met een eigen binnenlandse dynamiek. Bovendien een directe buur en niet, zoals de Verenigde Staten, van Europa gescheiden door een oceaan.

Wat valt over die gezamenlijke geschiedenis te zeggen? Het recente verleden leert dat Rusland, net als Europa, het slachtoffer is geworden van het ineenstorten van een Europacentrisch Westen. Rusland en Europa werden tijdens de Tweede Wereldoorlog grondig verwoest en hadden een lange fase van wederopbouw nodig. Amerika niet.

Tijdens deze naoorlogse fase verplaatste zich het machtscentrum van Europa naar de Verenigde Staten. Terwijl Amerika een mondiaal machtssysteem opbouwde, faalden intussen de Europese en even later de Sovjet-Russische mondiale ambities.

De terugtrekking van Europa uit Azië en Afrika door dekolonisatie is gevolgd door een terugtrekking van koloniaal Rusland uit grote delen van Azië en Europa. Deze mondiale posities van Europa en Rusland werden maar ten dele door de Verenigde Staten overgenomen.

De Koude Oorlog maakte het proces van machtsverschuiving minder zichtbaar omdat die de Verenigde Staten en Europese bondgenoten gezamenlijk stelde tegenover het toen nog steeds mondiaal agerende sovjetrijk. Toen de sovjetdreiging verdween, werden de ongelijke machtsposities van Europa en de VS pas goed zichtbaar.

Na de val van de Sovjet-Unie bestond even de illusie dat Rusland de weg van Europa zou volgen en niet meer zou worden dan de zoveelste bondgenoot van het hegemoniale Amerika. Het meest kenmerkende van de periode-Poetin is dat dit een illusie is gebleken.

Rusland is terug als zelfstandige geopolitieke factor met een eigen agenda. Europa is daar nog mee bezig. Het is nuttig te bedenken dat Rusland een lange traditie kent van denken in geopolitieke termen over de eigen positie. Europa, verdeeld in zichzelf, heeft een dergelijke traditie nauwelijks.

Een ander stuk van de gezamenlijke geschiedenis is de geschiedenis van Europa als drijvende kracht achter veranderingen binnen Rusland. Van Peter de Grote tot Lenin hebben Russische leiders naar Europa gekeken om te bepalen wat voor Rusland vooruitgang betekenen kon.

Daardoor is Rusland in de laatste eeuwen sterk ‘ver-Europeest’, zoals Europa ‘ver-Amerikaanst’ is. Het besef om bij innovaties voortdurend onder invloed te leven van een buitenlands machtscentrum, roept geen dankbare gevoelens op.

Rusland stoort zich, ook als dit tegen het welbegrepen eigenbelang ingaat, aan superioriteitsgevoelens van Europeanen, zoals Europeanen zich storen aan vergelijkbare gevoelens bij Amerikanen.

Het is van belang deze asymmetrie in het oog te houden als men zijn houding tegenover Rusland bepaalt. Het gevoel van eeuwenlange inferioriteit op bepaalde gebieden kan zich omzetten in een behoefte zich te doen gelden.

De openlijke steun van Europa aan bepaalde, ook door sommige Russen gewenste ontwikkelingen, kan voor hen een doodskus betekenen in een klimaat van irrationele geldingsdrang. Het kan in het belang van Europa zijn in deze niet naïef op te treden.

Als politieke eenheden die moeten pogen in deze nieuwe situatie grond onder de voeten te krijgen en een geopolitieke koers uit te zetten, vertonen Rusland en Europa zekere overeenkomsten. In beide gebieden bestaat onzekerheid over de positie van het centrum. Het bewind in Moskou heeft moeite een nieuwe stabiele positie tegenover de Russische bevolking in te nemen, en zoekt legitimiteit in het scheppen van steeds nieuwe externe dreigingen. Rusland en Europa hebben beide moeite te bepalen wat hun uiteindelijke buitengrenzen zijn.

Ook Brussel zoekt legitimiteit tegenover de Europese bevolking, maar juist zonder externe gevaren met name te noemen. Wat mogelijk wijs is, maar het nadenken niet kan vervangen. Het is niet moeilijk deze externe gevaren te onderkennen. Zij hebben de naam van zelfzuchtige agenda’s van verwante machtscentra in de vorm van Rusland en de Verenigde Staten.

Zolang een geopolitiek machtsevenwicht niet gevonden is tussen een post-imperiaal Rusland, een centripetaal Europa en een Amerika dat zijn unilaterale missiedrift beteugelt, dreigen onopgeloste tegenstellingen de onderlinge verhoudingen bij voortduring in gevaar te brengen. Alle drie de machtscentra moeten leren hun geldingsdrang onder controle te houden.

Er kan weinig twijfel bestaan aan de gezamenlijke geopolitieke plaats van de Verenigde Staten, Europa en Rusland. Zij vormen qua geografie en historie de voornaamste zwaartepunten van het ‘uitgebreide Westen’.

Welke wegen in politiek opzicht deze drie centra ook zullen gaan (en ze zijn per definitie verschillend), ze hebben veel gemeen. Ze hebben alle drie een open grens naar het zuidelijk halfrond en zijn tezamen wereldomspannend. Zij kunnen in vraagstukken van energie, bewapening, terrorisme of migratie winnen bij samenwerking.

Zij zullen te maken krijgen met een China dat terugkeert tot een wereldpositie als een grotendeels autarkisch rijk, en een minder autarkisch India dat intensieve banden met het Westen onderhoudt, maar opnieuw een zelfstandig geopolitiek zwaartepunt vormt.

Bij het scheppen van een nieuw evenwicht op wereldschaal is het van belang dat Rusland én Europa én Amerika elkaar zien als natuurlijke bondgenoten. Tot, uiteraard, het tegendeel zich zou bewijzen.

Adriaan van der Staay is ex-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en voorzitter van de Commissie Cultuur en Ontwikkeling van het Prins Claus Fonds.