Recordjaar veilinghuizen in Nederland

De veilinghuizen van Sotheby’s en Christie’s in Amsterdam hebben opnieuw een recordjaar achter de rug. Christie’s loste Sotheby’s in 2007 af als het grootste veilinghuis van Nederland.

Dit blijkt uit mededelingen van Sotheby’s en Christie’s, die gezamenlijk de internationale veilingmarkt domineren. Sotheby’s, dat dinsdagavond het veilingjaar afsloot met de succesvolle veiling van de Noortman-collectie, boekte afgelopen jaar een omzet van ruim 67 miljoen euro, tegen 65,5 miljoen in 2006. Christie’s, dat vandaag zijn laatste veiling had, had een omzet van ruim 72 miljoen euro, tegen 63 miljoen in 2006.

„De omzetstijging is des te opvallender omdat we dit jaar negen veilingen minder hadden dan vorig jaar”, zegt directeur Mark Grol van Sotheby’s. „De gemiddelde waarde per kavel is toegenomen van 8.000 tot 8.800 euro.” Sotheby’s en Christie’s hebben afgelopen jaar de ondergrens voor voorwerpen die op de veiling worden toegelaten, flink verhoogd.

De omzetstijging van beide veilinghuizen was voor een flink deel te danken aan de veilingen van grote privécollecties. Zo bracht de Noortmanveiling bij Sotheby’s 6,1 miljoen euro op, terwijl de collectie van een particuliere verzamelaar uit Hannover 8 miljoen opleverde. „Een van de grootste verrassingen bij Noortman was dat een Inuïtbril die op enkele honderden euro was geschat 16.000 euro heeft opgebracht”, aldus Grol.

Christie’s veilde onder meer de Anton Philips-collectie (opbrengst 3 miljoen) en een deel van de Goudstikker-collectie (1,2 miljoen). „Er zit nog veel groei in de veiling van particuliere collecties”, meent directeur Jop Ubbens. „We verwachten veel van de veiling van een grote Europese verzameling in april.” Sotheby’s veilt in februari de Schiller-David-collectie.