Niet alleen aan Glenn, ook aan zijn moeder wordt gewerkt

Wachtlijsten in de jeugdzorg worden met veel geld bestreden. Maar tegelijkertijd groeit de vraag. „Familierelaties worden steeds complexer.”

Engelengeduld hebben zijn medewerkers. Al is een jongen nog zó lastig, loopt hij alsmaar weg, is hij agressief, gebruikt hij drugs, ze blijven het met hem proberen. Maar er komt een moment dat ze beslissen: dit kan zo niet langer, hij moet naar een gesloten tehuis waar hij niet kan weglopen. En daar stuiten ze dan op de wachtlijst. Van soms wel anderhalf jaar. „Dat is heel zwaar voor onze medewerkers en de jongeren”, zegt Rob Stevens, sectormanager bij jeugdzorginstelling OCK Het Spalier in de bossen bij Santpoort.

Dinsdag nam de Eerste Kamer een wetswijziging aan die volgens kinderrechters en medewerkers in de jeugdzorg de wachtlijsten alleen maar zal doen groeien. De 4.000 kinderen die nu in een jeugdgevangenis zitten bij gebrek aan opvangplekken, worden de komende twee jaar stapsgewijs overgeplaatst naar een gesloten tehuis. Slachtoffers van loverboys (die zich gedwongen prostitueerden), licht verstandelijk gehandicapten of jongens die zo agressief zijn dat ze niet thuis konden wachten op een geschikte plek. Vrijwel alle politieke partijen vinden dat deze kinderen naar een plek moeten waar ze horen: niet een gevangenis – tussen veroordeelde delinquenten – maar naar een gesloten of open tehuis.

Probleem zijn alleen die wachtlijsten. Er bestaan maar 769 plekken in gesloten tehuizen, al zullen dat er volgens minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) in twee jaar 1.375 worden. Maar ook voor de crisisopvang of een open tehuis, zoals Het Spalier, moeten jongeren lang wachten.

Neem Glenn (14, bleek gezichtje onder een wollen hiphopmuts). Hij moest twee maanden in een particulier opvangtehuis wachten tot hij in Santpoort terecht kon. De relatie met zijn moeder was onhoudbaar geworden, zeven maanden geleden. Als zijn half-broertjes en -zusjes bij hun vader logeerden in het weekend, ging zijn moeder weg. Glenn ging dan thuis zitten blowen met zijn vrienden. Woedend werd hij als zijn moeder er wat van zei, het ontaardde in schelden en slaan.

De provincies en het rijk hebben dit jaar geïnvesteerd in meer opvangplekken, maar de wachtlijsten verdwijnen niet. De vraag naar jeugdzorg neemt namelijk toe. Eén oorzaak is dat rechters kinderen sneller tijdelijk uit huis plaatsen om te voorkomen dat ze ernstig worden mishandeld of vermoord door hun ouders, zoals dat de peuter Savanna overkwam.

Er zijn ook diepere oorzaken van de groeiende vraag naar jeugdzorg, zegt Stevens die 32 jaar in die branche zit. Familierelaties zijn complexer dan vroeger; per jaar hebben ongeveer 50.000 kinderen ermee te maken dat hun ouders uit elkaar gaan. „We hebben hier kinderen van wie de ouders de scheiding over hun kop uitvechten. En er zijn stiefouders. Steeds meer ouders gaan met een ander samenwonen en kiezen voor elkaar, niet voor de kinderen. Als dat te bont gaat, belanden die kinderen hier.”

Bovendien staat de opvoeding in veel Nederlandse gezinnen al lange tijd op losse schroeven, zegt Stevens. „Er is geen duidelijkheid meer. Van moeder mag een kind dit, van vader dát. De kinderen die hier belanden zijn in de war.”

Dat geldt zeker voor Glenn. Zijn ontsporing begon in de havo-brugklas: hij zat steevast in het straflokaal. Daar leerde hij grote jongens kennen. Hij spijbelde steeds vaker, soms schreef zijn moeder briefjes dat hij ziek was zodat hij in bed kon blijven liggen. Over huiswerk hadden ze het nooit. Hij werd van school gestuurd. Op zijn tweede school schakelden leraren jeugdzorg in.

Het grootste verschil tussen thuis en zijn leven in dit tehuis is dat de regels hier helder zijn, zegt Glenn. Als hij om negen uur in bed moet liggen, dan moet hij om negen uur in bed liggen. Anders haalt hij zijn ‘punten’ niet. Kinderen moeten punten halen in Het Spalier en hoe meer ze er halen, hoe meer vrijheid ze verdienen. Deze regels hebben hem zo geholpen, dat hij nu elke ochtend om half zes opstaat om te werken in de bakkerij in het dorp.

De meeste jongens en meisjes die in Het Spalier wonen (van dertien tot achttien jaar) leven volgens een strak regime. Opstaan, douchen, ontbijten, naar school. Na school krijgen ze een kop thee. Van kwart over vier tot kwart over vijf maken ze huiswerk. Dan hebben ze een kwartier pauze. Van half zes tot kwart over zes eten ze met de leiding. Tot zeven uur hebben ze een taak: de wc schoonmaken, dweilen.

Goedkoop is het niet. Alleen al in de sector Oudere Jeugd van Het Spalier werken 78 professionals op 150 jongeren. Die wonen hier gemiddeld anderhalf jaar, wat de provincie voor de duurste behandelvariant 75.000 euro kost per kind. Ze krijgen psychische hulp, hun ouders ook. Verder moeten ze naar school of werken.

„Niemand komt hier juichend binnen”, zegt Stevens. „Dit is geen thuis, wij zijn passanten in het leven van een kind. Daarom werken we hard aan de band met de ouders, want wat er ook is gebeurd: je ouders blijven je ouders. De meeste ouders werken mee, die zien in dat ze het niet alleen aankonden.”

Glenn leert zijn driften bedwingen. Als hij woede voelt opkomen, loopt hij een rondje buiten en rookt hij een sigaret. Drie keer per week bespreekt hij zijn vorderingen met zijn mentor. Twee maanden geleden stortte hij in en werd hij weer heel boos. Maar sinds negen weken gaat het uitstekend – hij logeert nu maar twee weekenden per maand bij zijn moeder in plaats van elk weekend.

Hij wil naar haar terug, al is onduidelijk wanneer dat gebeurt. „Er wordt ook aan mijn moeder gewerkt.”

Naschrift (10 november 2017): De achternaam van Glenn is om privacyredenen uit dit artikel geschrapt. Zijn naam is bekend bij de redactie.