Minder wapens, meer plaats voor vluchtelingen

Het ministerie van Defensie bestelt voor 500 miljoen euro vier patrouilleboten bij Nederlandse maritieme bedrijven.

Het contract is vanochtend getekend. Schelde Marinebouw, onderdeel van de Nederlandse scheepsbouwer Damen en Thales Nederland, producent van onder meer radarsystemen, gaat voor 500 miljoen euro vier ‘oceaangaande patrouilleboten’ bouwen voor Defensie.

Het eerste schip moet eind 2010 in dienst worden genomen, het laatste in 2012. De schepen moeten vooral worden ingezet voor humanitaire missies in de derde wereld. Met de aanschaf van de boten steunt Defensie de Nederlandse maritieme industrie. De vraag is of dat nodig is. „De orderboeken puilen uit”, zei oud-staatssecretaris Cees van der Knaap (CDA) recentelijk.

De lichtbewapende schepen zijn vooral bedoeld voor missies als hulp bij natuurrampen, operaties tegen drugssmokkel en het beveiligen van vaarroutes tegen piraterij. .

De naam patrouilleboot doet weinig recht aan de schepen die 500 ton zwaarder zijn dan de M-fregatten die ze vervangen. Die grootte is vooral ingegeven door de eis om honderd vluchtelingen op te kunnen vangen en om ver van de thuisbasis te kunnen opereren. De boten zijn voorzien van de modernste radarsystemen en andere sensoren van Thales Nederland. Twee van de boten worden gebouwd op de Roemeense Galtaz-werf van Damen Shipyards, dat tevens eigenaar is van Schelde Marinebouw in Vlissingen.

De order is echter nadrukkelijk ook bedoeld om de industrie een plezier te doen – en tegelijkertijd de nationale maritieme expertise te behouden waarvan ook de marine profiteert. Volgens Lex Hendrichs, directeur van de Defensie Materieel Organisatie (DMO), zijn met de order 1.500 manjaren gemoeid. „Het gaat om werkgelegenheid bij Schelde Marinebouw, maar ook om toeleveranciers zoals Thales.” Bovendien, zegt Hendrichs, gaat het om een innovatief ontwerp voor een volgende generatie schepen.

Het Nederlandse Marinebouw Cluster (NMC), waarin onder andere Thales Nederland, Imtech Marine & Offshore, Damen Shipyards en Schelde Marinebouw zijn vertegenwoordigd, luidde in 2004 de noodklok over een dreigend gat in de orderportefeuille. De export van marineschepen liep matig en grote materieelprojecten van de Koninklijke Marine waren niet te verwachten.

Twee studies naar de ‘marine van morgen’, een van instituut Clingendael in opdracht van het NMC en een van Defensie zelf, brachten verlichting: er zou in de toekomst emplooi zijn voor vier humanitaire schepen. Als toch ooit van dat soort schepen nodig zijn, redeneerde het NMC, waarom deze dan niet wat eerder gekocht? Ze konden dan een gelijk aantal M-fregatten vervangen. Die laatste waren vooral ontworpen om op volle zee de strijd aan te gaan met de sovjetmarine. De M-fregatten waren duur in operationele kosten. Met de opbrengst van die M-fregatten konden meteen de patrouilleboten worden gefinancierd. Defensie ging akkoord.

Intussen plaatst Defensie ook kanttekeningen bij de hulpbehoevendheid van dit maritieme cluster. Hendrichs: „Het gaat intussen inderdaad veel beter met de scheepsbouw.”

Het opveren van de Nederlandse marinebranche was voor de intussen afgetreden staatssecretaris Cees van der Knaap reden om hard uit te halen naar de maritieme industrie. „De industrie voorzag lege scheepswerven en lege orderportefeuilles”, aldus Van der Knaap in een speech die hij begin november hield voor de Stichting Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieopdrachten (NIID). „Nu zijn we een paar jaar verder en de orderboeken van de scheepswerven puilen uit en de prijsstijgingen zijn niet gering. Dat heeft Defensie dus geweten.” We hebben keihard moeten onderhandelen, foeterde hij, „om de prijs van de vaartuigen enigszins in de buurt van het budget te krijgen”. De kostenoverschrijdingen noemde hij „exorbitant”. Meer kostenoverschrijdingen sloot hij niet uit.

Het harde onderhandelingsgedrag van de industrie zou volgens Van der Knaap niet stroken met de vermeend zieltogende status. De industrie probeerde Defensie allerhande onnodige scheepsaccessoires in de maag te splitsen. „Het heeft me aardig wat moeite gekost om de industrie ervan te overtuigen dat we echt relatief simpele schepen wilden hebben en geen nieuwe fregatten of korvetten onder een andere naam.”

Volgens een ingewijde staan de zware woorden van de staatssecretaris echter „niet los van het stadium waarin de onderhandelingen tussen Defensie en de industrie in november verkeerden. Die waren nog niet afgerond, dus hij liet de industrie een waarschuwend geluid horen.” Daarbij moet wel worden vermeld dat de onderhandelingsruimte van Defensie aanzienlijk was verminderd doordat de vier M-fregatten al waren verkocht. Er was haast gemoeid met de aanschaf van nieuw varend materieel.

Binnen de marine zelf vallen hier en daar eveneens afkeurende geluiden te beluisteren over de constructie om fregatten in te ruilen voor patrouilleschepen: „We ruilen Ferrari’s in voor Golfjes.” Ook de lichte bewapening is onderwerp van kritiek. Zo zijn de schepen niet voorzien van een Goalkeeper-snelvuurkanon dat aanvallen met antischipraketten kan tegenhouden. Het was zo’n raket van Chinese makelij die in juli 2006 een Israëlisch korvet voor de Libanese kust beschadigde.

Maar, stelt de Marine, als het te gevaarlijk wordt, gaat een zwaarbewapend LCF-fregat ter bescherming mee. En anders zijn de patrouilleschepen nog altijd uitgerust met passieve verdedigingsmaatregelen, zoals de ‘misleidende verlichting’. Daarmee is in het donker het marineschip niet te onderscheiden van een vissersschip of een kustvaarder.