Maria, wil je werken? Sta dan klaar over een uur

De Portugese journaliste Maria do Céu Neves won gisteren een Europese prijs met een verhaal over werken als emigrant in Nederland.

Dit is haar verhaal.

Mijn ervaring als emigrant begon in april. Ik zocht naar advertenties in de kranten en trof vacatures op bijna alle continenten. Veel vroegen expliciet naar mannen. Uiteindelijk koos ik voor InterActief, een Nederlands bedrijf voor tijdelijke arbeid, met kantoren in Portugal.

Ik ging naar een sollicitatiegesprek in Cova da Piedade. Ze wilden mijn leeftijd niet weten, noch mijn opleiding of werkervaring. Ze vroegen of ik drugs of alcohol gebruikte en eisten een doktersverklaring en een bewijs van goed gedrag. Ik zei dat ik wilde werken in een kas of in een fabriek. Ze stuurden me naar Rotterdam. Het vertrek vond plaats op 16 mei. Een reis van 34 uren in een bus.

Woensdag 17 mei, 17.15 uur lokale tijd. Zestien Portugezen staan zwaarbepakt met hun koffers en tassen in het centrum van Rotterdam, dichtbij het Centraal Station. Tien andere Portugezen zijn doorgereden naar Amsterdam. Het is bitter koud. Na een uur arriveert de chauffeur die ons naar het kantoor van het bedrijf zal brengen. De auto heeft slechts vier plaatsen. Er zijn diverse ritten nodig.

Het gaat slecht hier, zegt de bestuurder, een Portugees. Ik zie mensen die al vijftien dagen hier zijn en nog steeds niet werken. Het is het eerste contact met de werkelijkheid. We hopen allemaal dat het met ons anders zal gaan. Door de achterdeur komen we het kantoor binnen. We zetten de bagage weg. Veel bagage. Van kleding tot beddengoed, potten en pannen en eten. Er lopen mensen rond met zorgelijke gezichten en trieste ogen. Ze vragen naar werk. Ze klagen dat de salarisoverzichten slecht in elkaar zitten. Anderen zeggen ons kalm te blijven.

We zijn met vier getrouwde stellen, één van hen al in de veertig, verder nog vier jongeren, een man van tussen de dertig en de veertig, twee andere mannen en ik. We zitten aan een tafel. Een medewerkster van het bedrijf legt ons in het Engels uit wat we gaan doen. Alleen ik en twee jongens die al eens in Engeland werkten, begrijpen het verhaal. Wat de lage graad van opleiding van de hele groep aangeeft.

We tekenen een contract waarvan niemand het flauwste benul heeft van wat erin staat. Het is in het Nederlands en ze geven ons geen kopie. Ze zeggen dat het contract gelijk is aan wat we in Portugal hebben getekend, vijf pagina’s Condições Geraís (Algemene Voorwaarden). Het volstaat de lengte van de zinnen en de cijfers te vergelijken om te begrijpen dat het niet om hetzelfde gaat.

We kwamen op een woensdag naar Rotterdam en de volgende dag (Hemelvaart) is een officiële feestdag. De publieke diensten zijn die vrijdag ook dicht. Hetgeen betekent dat de eerste werkweek als verloren moet worden beschouwd. En dus krijgen we de eerste acht dagen niet betaald. In Portugal was ons gezegd honderd euro mee te nemen voor de eerste dagen. Wie alleen die hoeveelheid had meegenomen moest het dubbele lenen. Of leed honger.

„Jij blijft met Palmira. Zij werkt in nachtdienst en jij werkt overdag. Jullie zitten elkaar niet in de weg en dat is comfortabeler”, zegt de medewerkster terwijl ze me de sleutel van het huis geeft waar ik zal verblijven. Tegen negen uur zet de chauffeur me af bij de deur. Ik loop de houten trap zonder verlichting op. Het ruikt slecht. Ik vrees het ergste, maar gelukkig: het is schoon.

Vijf dagen na aankomst ga ik mijn sofinummer verzorgen en een bankrekening openen, essentieel om legaal te werken. Mij was beloofd dat er meteen werk voor me zou zijn. Dat is niet zo. Maandag haalt de chauffeur me om 7.00 uur op, om me naar de financiële dienst en de bank te brengen. Ik heb geluk, want twee van mijn reisgenoten wachten twee uur tevergeefs op hem.

Om 15.00 uur krijg ik het zo gewenste telefoontje: Maria Neves, wil je vandaag werken? Oké, om 16.15 uur moet je klaarstaan. Ik ga werken voor Prominent, een tomatenfabriek. Werken tussen 17.30 en 05.00 uur leek me aanvankelijk niet slecht. Ik hou niet van vroeg opstaan en je verdient zo meer dan in de dagploeg, hoewel niemand wist uit te leggen hoeveel meer. Maar ik heb me vergist. Het zijn elf uren van staand werk, voortdurend op dezelfde plaats.

‘Zeg altijd sorry als een chef je tot de orde roept en kijk hem nooit recht in de ogen en praat niet met de collega’s’, adviseren mijn collega’s. Je mag geen sieraden dragen in de fabriek. Ik krijg een sweatshirt en een kapje en ze vragen me een persoonsbewijs voor het dagelijks register.

Op de eerste dag moet ik bedorven tomaten selecteren. We werken ons uit de naad om onze plek te behouden. We stoppen om 00.45 uur, wat betekent dat we vijf uur zullen krijgen uitbetaald en niet de 10,5 uur die ons is beloofd. De tweede dag word ik belast met het sorteren van tomaten uit manden om in blikken te doen, de ene wel, de andere niet. De blikken die leeg blijven moeten worden gevuld door een collega verderop, een Turkse. Als ik twee of drie blikken laat schieten op de lopende band en die terug probeer te pakken, staan er al zeven andere klaar. Die vallen op de grond. Ik moet denken aan Charlie Chaplin in Modern Times. Op de derde dag moet ik blikken met tomaten van de lopende band pakken, die wegen (tussen de 505 en 535 gram), er een kaartje op plakken en wegzetten.

Het probleem van de nachtdienst is het overdag slapen, in de regel alleen vanaf 7.30 uur. Vooral als er onder de slaapkamer een garage is die om 8.00 uur opengaat, met fel licht en herrie. Per dag slaap ik niet meer dan drie tot vier uur. De vierde dag word ik wakker met bloedende lippen. Maandag de 28ste ga ik terug naar de fabriek, maar er zijn maar weinig dozen met tomaten om in te pakken. Op dinsdag krijg ik te horen dat ik uit mijn functie ben ontheven, net als mijn collega’s. Waarom wordt niet uitgelegd. Woensdag word ik weer gebeld: Maria, wil je werken voor Prominent II? Donderdag bel ik InterActief en zeg dat ik terugga naar Portugal.

Dit is een ingekorte versie van het artikel waarmee Maria do Céu Neves gisteren de persprijs ‘voor diversiteit - tegen discriminatie’ van de Europese Commissie won. Het artikel verscheen eerder in De Groene Amsterdammer in de vertaling van René Zwaap.

De complete tekst is te lezen via nrcnext.nl/mijnnext