Machtsspel rond gijzelaars FARC

Voor de gijzelaars van de Colombiaanse rebellenbeweging FARC is een vrijlating voor de Kerst nog „een droom”.

Een dag nadat de Colombiaanse rebellenbeweging FARC verklaarde drie gijzelaars te willen vrijlaten, onder wie de campagneleidster van de ontvoerde presidentskandidate Ingrid Betancourt, eisen de rebellen in ruil voor vrijlating van de overige gijzelaars het aftreden van de Colombiaanse president Uribe en zijn regering. De harde opstelling wijst erop dat een akkoord tussen FARC en de Colombiaanse regering over vrijlating van de gijzelaars nog ver weg is. Intussen wordt de internationale druk op de Colombiaanse regering rond het machtsspel over vrijlating van de gijzelaars steeds groter.

De drie gijzelaars, Clara Rojas, haar driejarige zoon en voormalig congreslid Consuelo Gonzales zouden met de FARC op weg zijn naar Venezuela, schrijft de Colombiaanse krant El Tiempo, om nog voor Kerst te worden vrijgelaten en over te worden gedragen aan de Venezolaanse president Hugo Chávez.

De FARC wil in ruil voor de gijzelaars dat 500 rebellen die gevangen zitten vrijkomen. Gisteren zei Frankrijk bereid te zijn tot het opnemen van FARC-rebellen. De Franse president Nicolas Sarkozy heeft de bevrijding, met name die van de Frans-Colombiaanse politica Ingrid Betancourt, tot een prioriteit gemaakt. Hij zei „de droom” te hebben haar voor de Kerst vrij te krijgen. Familieleden van Betancourt halen regelmatig het nieuws met hun hartstochtelijke oproepen tot haar vrijlating.

Begin deze maand vroeg de Colombiaanse regering of Sarkozy met de FARC wilde onderhandelen. Aanvankelijk reageerde hij gereserveerd. Maar een dag later richtte Sarkozy zich – buiten de Colombiaanse regering om – in een tv-uitzending direct tot de FARC. Sarkozy gaf de voorkeur aan het nemen van eigen initiatief.

Niet lang daarvoor was de Venezolaanse president Hugo Chávez immers door zijn Colombiaanse ambtgenoot Uribe ontslagen als bemiddelaar. Chávez, populair bij de FARC vanwege zijn anti-Amerikaanse houding, had buiten Uribe om contact gezocht met de Colombiaanse legerleiding. Bogotá had genoeg van zijn luidruchtige diplomatie. Hij zou te druk zijn met het opvoeren van zijn eigen politieke nummertje.

Beide presidenten leden hierdoor gezichtsverlies. Voor tegenstanders van Uribe was dit het bewijs dat hij geen zaken wil doen met FARC. Chávez werd een kans ontnomen zich te profileren als internationaal staatsman. Familieleden van de gijzelaars die hun hoop hadden gevestigd op een vrijlating voor Kerst hebben een terugkeer van Chávez veelvuldig bepleit. De FARC liet gisteren weten dat de wil tot vrijlating van de drie gijzelaars „een compensatie” was voor Chávez.