Kwaliteit in goedkoop jasje

Mijn vrouw is laat voor haar avonddienst, licht gestresst. Meteen als ik binnenkom en de kinderen heb ‘overgenomen’, stapt zij de deur uit. En dan staat daar die nieuwe auto, een die ze niet kent. Belangrijkste, leg ik vlug uit, is de vreemde manier waarop de motor start: koppeling intrappen en loslaten, en daarna op een knop drukken.

Ze stapt in, start, en trapt het gaspedaal in zoals ze gewend is in onze ‘Gezinsauto van het jaar 2002’. De auto maakt drie sprongen door de straat en dan slaat de motor af. De auto staat diagonaal. Ik zie haar mond bewegen, er wordt daarbinnen vast gevloekt, maar ik hoor gelukkig niets.

Tien minuten later, ik sta net in de pasta te roeren, gaat de telefoon: „Wat een fijne auto! Nu merk ik pas wat snel optrekken is. Hij ligt zo stabiel op de weg. En hij ruikt zo lekker!”

Dat lekker ruiken betekent gewoon: hij ruikt niet vies. Als je een auto gewend bent waar de lucht van wagenzieke kinderen niet meer uit te krijgen is, ruikt elke nieuwe en dus schone auto ‘lekker’. Maar qua motor heeft ze een punt. „Let je wel op de snelheidslimiet”, zeg ik toch maar even. Ik wil de Toyota Verso liefst zonder deuken weer inleveren bij die vriendelijke importeur.

Bij weinig andere producten spelen vooroordelen zo’n belangrijke rol als auto’s. Japanse merken hebben dertig jaar last gehad van het roestige imago dat ze hadden verworven in de jaren zestig. Nadat de meeste autofabrieken in dat land dit probleem in een paar jaar hadden verholpen, veranderde nauwelijks iets aan de aversie tegen Japanse auto’s.

Ondertussen wordt twintig jaar de toptien van meest degelijke auto’s bepaald door Japanners, de slechtste tien auto’s zijn steevast voor Europeanen. In het ‘Tevredenheidsonderzoek’ dat in oktober werd gepubliceerd in Autoweek, staan vijf modellen van Toyota, onder meer de geteste Verso.

Andere klacht van Japanhaters was het saaie design. Daarin is iets minder veranderd. Toyota nam Europese ontwerpers in dienst en verplaatste fabrieken naar Europa, maar de uitstraling van Japanse auto’s is nog steeds niet geweldig. Ook niet die van de Verso.

Deze Toyota heeft dus een sterke dieselmotor, een uitstekende kwaliteit en een prijskaartje van 33.350 euro. Maar van de buitenkant is hij onopvallend: ik schatte hem op het eerste gezicht op 16.000 à 18.000 euro. Ja, zegt de importeur dan: zijn inruilwaarde blijft na een aantal jaren hoog. Logisch, als hij zo duur is.

De Toyota Verso is een prima auto die je waarschijnlijk weinig in de steek laat. Vooral de motor is sterk en soepel, zeker voor een diesel. Daar heb je ook wat aan, omdat de auto met al die pk’s vast op de weg blijft liggen in bochten en bij inhaalmanoeuvres. Op de andere punten doet hij het gemiddeld. Ik was na het inleveren van de deukloze Verso al na vijf kilometer weer helemaal tevreden met de bijna zes jaar oude gezinsauto die elf mille goedkoper is.

Frits Baltesen

Frits Baltesen is redacteur economie en rijdt in een Peugeot 307.