Ik voel me geen Belg, maar West-Europeaan

De muzikale bloei van bands in België ontstond niet dankzij de politieke chaos.

Integendeel, de scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië is een struikelblok.

Een nieuwe golf met veelbelovende popbands zorgt voor muzikale bloei in België. Maar bands als Dez Mona, Fixkes en The Tellers worstelen met de politieke crisis in hun land. „Wallonië doet niet mee.”

De Belgische staat ligt op zijn gat, de Belgische popmuziek floreert. Uit Vlaanderen en Wallonië komen de laatste tijd oorspronkelijke en verrassende groepen. Zo is er, na de muziekrevolutie die dEUS middenjaren negentig veroorzaakte, sprake van een ‘tweede Belgische golf’. Dez Mona, Fixkes, The Tellers, Ginzu, Girls In Hawai, Maskesmachine – ze zijn bizar (Dez Mona, Maskesmachine), spelen lieflijk rockliedjes (Tellers), Vlaamse luisterpop (Fixkes) of rock (Girls In Hawai, Ginzu). Anders dan de populaire groepen Goose en Vive La Fête zijn ze niet internationaal doorgebroken, maar ze komen eraan.

Deze muzikale bloei ontstond niet dankzij de politieke chaos in België. Integendeel, ook voor popgroepen is de scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië – tussen Vlaams- en Franstalig – een struikelblok. Vlaamse bands kunnen voor optredens niet terecht in Wallonië, vice versa; in het kleine land bestaan twee autonome radioafdelingen: een voor de Waalse muziek (Pure FM) en een voor de Vlaamse (Studio Brussel, ofwel StuBru); het Vlaamse publiek wil geen Engelstalige bands die zingen met een Frans accent en het Waalse publiek interesseert zich niet voor Vlaamse groepen.

Gregory Frateur, zanger van het Antwerpse Dez Mona, zegt erover: „Als wij zeggen ‘We spelen veel in België’, dan bedoelen we in Vlaanderen. Wallonië doet niet mee. Als Belgen kunnen wij dus niet het hele land bereiken.”

Volgens François Gustin, bassist van The Tellers uit het Franstalige Brussel, is het „vooral een stomme taalstrijd”. „Speciaal voor oude mensen”, zegt hij. „Jonge mensen spreken onderling gewoon Engels als het met Frans of Nederlands niet lukt.”

Sam Valkenborgh, zanger van Fixkes, uit Antwerpen, zegt: „De culturele scheiding is bizar. Als wij in Vlaanderen optreden met een Waals voorprogramma, komt niemand naar dat voorprogramma kijken. Voor mij is Wallonië het buitenland; ik kom zelden voorbij Brussel.”

De muzikanten voelen zich geen ‘Belg’. Valkenborgh: „Ik voel me West-Europeaan.” En François Gustin, Frans sprekende bassist in een Engelstalige band, met een Spaanse moeder, zegt: „Ik beschouw mezelf als onderdeel van een globalised culture.” Maar Gregory Frateur, uit Antwerpen, vindt de verbroken band met Wallonië een ‘gemis’. „Als mens voel ik me dichter bij de Walen dan bij de Nederlanders, ook al spreken wij dezelfde taal. De Vlaming heeft van nature iets wantrouwigs en dat merk ik in Wallonië ook. In Nederland zijn de mensen zo open. Als wij daar optreden staan ze te springen van enthousiasme, of ze vinden het niks, en dat moet dan ook gezegd worden. De Belg is gereserveerd. Daar herken ik me beter in.”

Op een grauwe maandagochtend haalt Frateur (28) me op van station Antwerpen-Centraal. Hij draagt een koffiebruin pak, het haar glad naar achter gekamd en een das losjes over een schouder; met een sigaret erbij kan hij zo voor film-noir-acteur doorgaan. Wij rijden naar Kontich, een kleine plaats buiten Antwerpen. Daar, achter de haarproductenopslag van broer Frateur, heeft Dez Mona een studio waar de muzikanten net begonnen zijn aan de nieuwe, derde cd, die gepland staat voor 2009. Achter een computerscherm zit contrabassist Nicola Rombaud (30): „Ik kom zo, even de clicktrackskes vastleggen”, zegt hij.

Dez Mona is een popgroep die voortdurend van gedaante verandert. Ten tijde van de eerste cd was Dez Mona een duo: Frateur, begeleid door Romboud op contrabas. Voor de tweede werd met een accordeonist en een drummer een band geformeerd. Op deze onlangs verschenen cd, Moments of Dejection or Despondency, heeft Dez Mona zich ontfermd over de West-Europese muzikale erfenis: Kurt Weil, de Franse chansons en bonkige zeemansliederen. Te midden van de kreunende instrumenten glanst het stemgeluid van Frateur. Die stem ademt, dijt uit en krimpt, soms teer en vrouwelijk, soms ruig als een roofdier. Frateur ‘ontdekte’ zijn stem toen hij tien jaar geleden als zanger met een dj op houseparty’s optrad. „Iemand zei dat ik een rare stem had, en dat ik eens moest luisteren naar avant-gardezangers als Meredith Monk, Koichi Magikami en Phil Minton. Daarvan raakte ik zwaar onder de indruk. Ik ben workshops gaan volgen bij deze mensen. Zij leerden me een andere manier van zingen. Het ging er niet meer om of een noot vals of zuiver is, maar hoe je op zoek gaat naar emoties in jezelf. Het gaat om het hele lichaam, niet alleen de stem. Ze zeiden: ‘Druk uit met uw stem wat u in uzelf vindt. Vindt u rust? Vindt u schreeuwen? Vindt u een kopstem, een keelstem? Gebruik het.’ Dat was een ontdekking. Ik heb het nachtleven vaarwel gezegd en me op die manier van zingen gestort.”

Frateur doet denken aan Gavin Friday, bekend als soloartiest en daarvoor als zanger van de Ierse band Virgin Prunes. De gelijkenis zit in de theatrale manier van zingen, en de gebaren. Een live concert beschouwen de bandleden als een „ritueel”. Alle muzikanten dragen hetzelfde pak (ontworpen door de Vlaamse modeontwerpster Veronique Branquinho), er branden kaarsen en Frateur beweegt als een sjamaan. Over die bewegingen schreef De Morgen: „Dez Mona is een belofte. Als de zanger zijn academische gesticuleer zal afleren, kan het iets worden.”

„Voor mij horen die bewegingen en gebaren vanzelfsprekend bij de muziek”, zegt Frateur. „Ik had er nooit bij stilgestaan dat dat storend kon zijn. Tot die man dat schreef. Toen ben ik het juist nog meer gaan doen.”

Een paar uur later, in Brussel, hangen de leden van The Tellers in stoelen thuis bij bassist François Gustin, in de wijk Etterbeek. Ze zijn net terug van twee weken durende tournee door Scandinavië, Duitsland, Oostenrijk. Zanger Ben Baillieux-Beynon (21) wijst op zijn wang: „Kijk, puistjes. Het is moeilijk om gezond te leven, on the road.”

Hier in Brussel is de spraakverwarring compleet. Manager Philippe Decoster spreekt Engels, Frans en Nederlands door elkaar om voor iedereen verstaanbaar te zijn. Baillieux-Beynon spreekt – en zingt – mooi Engels dankzij een Welshe moeder, maar gitarist Charles Blistin beheerst uitsluitend de Franse taal. Deze Blistin is het muzikale brein achter The Tellers. Maar hoewel hij voornamelijk luistert naar de muziek van Jacques Brel, Serge Gainsbourg en Georges Brassens, klinken The Tellers zuiver Brits: de liedjes op hun debuut-cd Hands Full Of Ink neigen naar de rammelige flair en de zonnige gitaarloopjes van The Libertines, of The Thrills.

Al wonen ze in het – officieel – Vlaamse deel van Brussel, The Tellers horen bij het Franstalige deel van België. Dus zijn hun problemen omgekeerd aan die van Dez Mona. Manager Decoster: „Het is voor ons moeilijk de singles gedraaid te krijgen op Studio Brussel, de Vlaamse zender. Terwijl Pure FM, de Waalse zender, de groep juist heeft omarmd; ‘onze band’, zeggen ze daar.”

„We beginnen langzaam door te breken in Vlaanderen”, zegt Baillieux-Beynon. „Het is raar: in ons eigen land is dat lastiger dan in het buitenland.” Een paar dagen later is Sam Valkenborgh, zanger van Fixkes, in Amsterdam om interviews te geven over zijn debuut-cd. Fixkes zal buiten Nederland en België niet veel publiek bereiken, want de teksten worden in het Vlaams gezongen. Afgelopen februari verscheen Fixkes’ single Kvraagetaan, een eenvoudig en nostalgisch liedje over verkering vragen. Het werd een succes: zestien weken stond het op nummer één van de Vlaamse hitparade. Valkenborgh, die journalist was bij de Gazet van Antwerpen, is afgelopen september met verlof gegaan. Want van de royalty’s van Kvraagetaan moet hij een paar jaar kunnen rondkomen.

Zijn zang in nummers als Dertiger.be en (Ik zen van) Stabroek is ingetogen. Dat komt doordat de muziek bij hem thuis in de huiskamer is ontstaan, zegt hij. „Voor de buren kon het niet zo hard.” Bovendien vraagt soms het onderwerp om stilte. „Een nummer als (Ik zen van) Stabroek gaat over de tristesse van een man die ’s nachts thuiskomt uit het café en daar zo’n ongrijpbare griet heeft ontmoet. Het is midden in de nacht, overal stil. Die sfeer wil ik in de muziek uitdrukken.”

Valkenborgh is de leider van de band. Hij vertelt de vijf andere muzikanten wat ze moeten spelen. Op plaat is de muziek ingehouden. „We zijn met zijn zessen omdat ik er piano, percussie, marimba en akoestisch gitaar wilde kunnen gebruiken. Ze zijn om de beurt te horen, zodat alles ‘klein’ blijft. Live mogen de muzikanten showen. Een beetje.”

De politieke situatie van dit moment raakt de Belgische muzikanten, aldus Valkenborgh. „Toen de regeringsvorming stagneerde kwam er een oproep van een organisatie van Franstalige kant om een petitie te ondertekenen. Het was een ‘pro-Belgische’ petitie, speciaal van muzikanten. Ik heb niet getekend. Ik ben wel politiek bewust, maar als muzikant ben ik zo onbewust mogelijk. Ik vind deze materie bovendien te ingewikkeld om op een sloganeske manier op te lossen.” Op ‘01-10’, het popfestival dat zanger Tom Barman van dEUS vorig jaar oktober had georganiseerd als gebaar tegen de opkomst van het Vlaams Belang, trad Fixkes wel op. „Want dat overstijgt de politiek”, zegt Valkenborgh.

Ondertussen worden er meer pogingen ondernomen om de twee landsdelen op cultureel niveau tot elkaar te brengen. In Brussel werd afgelopen februari het festival ‘Brussel Bravo!’ georganiseerd, waar cultuurhuizen uit Vlaanderen en Wallonië zich konden presenteren.

Dez Mona speelt live vaak samen met Waalse bands. Gregory Frateur: „Als we in Wallonië spelen, is de Waalse band het hoofdprogramma en zijn wij support act, en in Vlaanderen doen we het andersom.”

Concerten: Dez Mona: 24/12 Paradiso, Amsterdam. The Tellers: morgen Burgerweeshuis, Deventer, 0/1, Eurosonic, Groningen. Fixkes:vanavond, Mezz, Breda.