Helden

‘Kent de heer Wilders het Carnegie Heldenfonds?”, vraagt Hans van Baalen (VVD) dinsdag in het debat over Uruzgan. „Zo ja, dan weet hij dat dat een fonds is dat mensen erkent die niet over hun schouder naar achteren kijken, maar het zélf doen.”

Juist. Nu weten we waarom we nog wat langer in de Afghaanse vuurlinie mogen liggen. Nu weten we waarom de VVD overstag ging en een Kamermeerderheid leverde voor verlenging.

Omdat Hansje van Baalen graag de held uithangt. Al sinds hij marcheerde met de Leidse corpsballen van Pro Patria is dat zijn levensdoel: een held zijn. „U”, vervolgt hij tegen Wilders, „U bent géén held!”

Het woord is een rode lap, en pompt het gif van testosteron en adrenaline in de lijven van de oppositieleiders. „Wij zijn heel grote helden”, verdedigt Wilders zich, terwijl SP’er Jan Marijnissen al bij de microfoon staat: „Meneer Wilders is geen held. Ik ben geen held, en meneer van Baalen: u bent ook geen held.”

Dan moet je net Hansje van Baalen hebben. Hij staat op, blijft zijn rivaal strak aankijken, knoopt zijn jasje dicht en stevent op hem af, tot een halve meter afstand.

Twee alfadiertjes bij de interruptiemicrofoons. Hansje, met priemende vinger, verwijt Jantje nu dat hij „wegsluipt als een dief in de nacht”. En Jantje maar weer: „U bent zeker niet de held, meneer Van Baalen.”

Het duurt even voordat ik de diepere lagen van deze wanstaltige sketch weet te duiden. Dan krijg ik twee beelden voor ogen: 1. Rita Verdonk, heldhaftig aan het roer van het schip Nederland. 2. De recente peilingen van Nova, waaruit bleek dat Verdonk vijf zetels bij de VVD wegkaapt, tweeënhalf bij de SP, en ook nog wat bij de PVV.

En 1 + 2 = dit mannetjesputtersgevecht. De drie partijen waar Rita in graast, begrijpen dat ze met heldhaftigheid de overlopende kiezers moeten herwinnen. Wat er ondertussen met onze soldaten gebeurt, is van secundair belang.

‘Wat is een held?’, vraagt romanschrijver W.F. Hermans in De Donkere Kamer van Damocles. ‘Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.’

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek ‘Art. 285b’.