Heel Brazilië aan de álcool

Ethanol is geen dwaas idee meer, zeggen ze in de opkomende economische macht Brazilië. Het is ruim de helft goedkoper dan olie. Veel auto’s rijden er al op biobrandstof. Maar ook ethanol heeft nadelen.

A farm worker cuts sugar-cane with a machete at the Sao Manoel plantation in Sao Manuel, Brazil, on Thursday, Nov. 22, 2007. Brazil's sugar-cane crop will rise to a record in 2008 as rising demand for ethanol made from the tropical plant encouraged planting. Photographer: Andrew Harrer/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Het was een onorthodox plan. Maar de wereldwijde oliecrises van de jaren zeventig dwong nu eenmaal ook het militaire bewind van Brazilië tot drastische en originele maatregelen. Voor de Brazilianen geen autoloze zondagen: dictator-generaal Giesel besloot om de ingezakte suikerrietindustrie van zijn land nieuw leven in te blazen. Zij moest alcohol gaan produceren, opdat daarmee de schaarse benzine kon worden aangelengd. Het werd een succes, in de jaren tachtig reed bijna heel Brazilië op ethanol – totdat de olieprijzen kelderden en benzine weer populair werd.

Opnieuw maakt Brazilië een ethanol-boom mee. Ethanol is hot nu de wereldolieprijzen tot nieuwe historische hoogtes zijn gestegen. Brazilianen herontdekken massaal álcool als goedkoop en ‘groen’ alternatief. In São Paulo rijdt 15 procent van alle voertuigen al op ethanol. En zeker 80 procent van de personenauto’s die nu op de markt komt is ‘flex’, dat wil zeggen dat ze zowel volledig op ethanol als op benzine kunnen rijden. Een keuze die in de jaren tachtig niet bestond.

„Ethanol is geen dwaas idee meer”, zegt topman Marcos Jank van Unica, een verbond van suikerproducenten in de zuid-oostelijke deelstaat São Paulo. Van de 17 miljard liter ethanol die Brazilië vorig jaar produceerde – dat is ruim eenderde van de totale wereldproductie – kwam meer dan de helft uit deze deelstaat. Een vat olie – zowel het Europese Brent als het Amerikaanse WTI – kost vandaag de dag meer dan 90 dollar, een vat ethanol nog niet de de helft daarvan: 35 dollar. „Suikerriet is een van de oudste gewassen van Brazilië, en nu gebruiken we het eigenlijk pas waarvoor het het meest geschikt is: als energiegewas”, zegt hij.

De meest vervuilende vervoermiddelen in de agglomeratie São Paulo – met ruim 19 miljoen inwoners de grootste stad van het zuidelijk halfrond – zijn de 13.000 dieselbussen en de ruim 120.000 motorkoeriers. Deze voertuigen moeten de komende jaren allemaal gaan lopen op ethanol. Jank: „Saab uit Zweden ontwikkelt een bus die op ethanol kan lopen. Yamaha uit Japan doet hetzelfde met motors.” Maar de belangrijkste ontwikkeling, voorspelt hij, wordt bio-elektriciteit. „Een deel van onze distilleerderijen draait hier al op. Nu produceren we nog voor het grootste deel suiker, met ethanol op de tweede plaats. Binnen tien jaar is dit eerst ethanol, dan bio-elektriciteit en dan pas suiker.”

Maar aan de groei zijn grenzen. Ethanol is minder ‘groen’ dan het zou kunnen zijn. Om de handmatige kap (60 procent van het totaal) makkelijker te maken, worden de rietvelden eerst afgebrand. Deze branden veroorzaken een reusachtige uitstoot van vervuilende stoffen. Zo hangt in de omgeving van de suikerrietplantages niemand zijn was buiten te drogen. „Rietkappers geven de voorkeur aan verbrand riet”, legt Clovis Mereilles uit in zijn kantoortje van Fundacentro, een overheidsinstituut dat onderzoek doet naar arbeidsomstandigheden in de landbouw. Met het branden verliest het riet zijn vlijmscherpe bladeren en worden slangen en ander ongedierte gedood. „Toch blijft ook het kappen met het afbranden zeer zware arbeid. Het is werk in de brandende zon. De roetdeeltjes vliegen in het rond. En wie honderden keren per uur dezelfde beweging maakt, wil wel eens onoplettend worden. Met een uiterst scherpe machete kost je dat zo een duim, of erger”, zegt Mereilles.

Het is seizoensarbeid en de rietkappers worden betaald per gekapte hoeveelheid. „Wie boven het gemiddelde kapt, kan het dubbele van het minimumloon ophalen”, zegt Mereilles. Nog steeds is er vanuit het arme noordoosten veel migratie wegens de suikerrietkap in São Paulo. „Daar wonen veel Afro-Brazilianen, en iedere plantagehouder weet: die kappen het snelst”, zegt hij.

Behalve het afbranden is er het probleem van de gedwongen arbeid. „Migranten worden door sommige bazen aan schulden geholpen en zodoende tot slavernij gedwongen. Dit gebeurt vooral op de kleine plantages, niet bij de grote jongens. Maar die nemen wel vaak weer van de kleinere af”, zegt Mereillers. Onder druk van Europese afnemers van ethanol wordt de gedwongen arbeid al sterk aangepakt. Mereilles: „Hetzelfde continent dat ons slavernij bracht, dwingt ons nu deze af te schaffen. Een nieuwe vorm van zachte kolonisatie. Maar nodig omdat de Braziliaanse rechtsstaat zelf zwak is.”

De ethanolindustrie staat onder druk om met het afbranden te stoppen en de oogst volledig te mechaniseren – waarmee ook de slavernij zou zijn uitgeroeid. Met de staat São Paulo heeft Unica vorig jaar afgesproken in 2017 de oogst volledig te hebben gemechaniseerd. Jank: „We hopen zelfs 2014 te halen. Nu hebben we nog niet voldoende kapmachines. Bovendien moeten we denken aan de zeker 800.000 kappers die werkloos zullen worden.”

Een tekort aan grond is er niet in het uitgestrekte Brazilië. Bijna nergens krijgen koeien zoveel ruimte als hier: veeteelt is er zeer extensief en daardoor inefficiënt. Dit begint de veesector ook in te zien en de suikerrietplantages die nu in Midden-Brazilië opkomen, staan steeds vaker op voormalige graasweiden. Prima ondergrond, zo blijkt. Jank: „Veel beter dan in het regenwoudklimaat: daar groeit suikerriet zo hard, dat het voor de productie van ethanol ongeschikt wordt.”

De grond die suikerriet inneemt is niet langer beschikbaar voor andere gewassen zoals soja. Dit succesgewas van Brazilië rukt ook overal op, onder andere richting regenwoud, met woudkap als gevolg. Jank: „Het werkelijke probleem met de woudkap is de illegale houthandel en de wetteloosheid in de Amazone. Op het punt van ontbossing zijn wij bereid onze ethanol te laten certificeren, mocht het dat voor Europa en de Verenigde Staten acceptabeler maken van ons te kopen.”

Brazilië produceert hoofdzakelijk voor de eigen markt. Amerika en Europa maken hun eigen ethanol uit respectievelijk maïs en bieten en tarwe. Zij schermen hun markten af met importheffingen en landbouwsubsidies tegen de goedkopere Braziliaanse variant. De Amerikaanse en Europese bezwaren (woudkap, slavernij, het afbranden) tegen suikerethanol, geven daarom enige wrevel bij de zelfbewuste, opkomende grootmacht Brazilië. Deze bezwaren zouden puur een afleidingsmanoeuvre zijn voor de westerse marktprotectie. Jank: „Hun opstelling is te begrijpen uit electorale motieven. Maar vreemd is wel dat ethanol door iedereen gezien wordt als een van de antwoorden op het broeikaseffect en dat afzonderlijke landen voor dit mondiale probleem vervolgens alleen met nationale ‘oplossingen’ komen.”

De VS moeten maar hun eigen maïsethanol blijven maken, zegt Jank, maar „slim is het niet” (zie: Suiker versus maïs). De VS en EU kunnen hun grond beter gebruiken om voedsel te produceren in plaats van er voedselgewassen te planten voor ethanol. Brazilië maar ook Afrika – tropische gebieden waar energiegewassen nu eenmaal beter groeien – produceren voor hen dan wel de ethanol. Dit, zegt Jank, is namelijk het enige waarachtige argument tegen ethanol: ethanol uit voedselgewassen zal de voedselsituatie ernstig bedreigen – wat de FAO deze week met alarmerende cijfers bevestigde. „Omdat suikerriet geen [primair] voedselgewas is, kent het dit gevaar niet.”