Grensoverschrijdend betalen moet goedkoper

De uitspraak van Kroes over Mastercard kan betekenen dat betalen over de grens goedkoper wordt. Maar betalen zal altijd geld blijven kosten.

De uitspraak van Neelie Kroes over Mastercard is een kerstcadeau voor Europese burgers, zeggen winkeliers. Toch zullen de cadeaus niet vóór Kerstmis goedkoper worden.

Eurocommissaris Kroes (Mededinging) eiste gistermiddag dat Mastercard stopt met het vaststellen van de vergoedingen die banken elkaar betalen voor het afwikkelen van grensoverschrijdende betalingen. Onder dreiging van een dwangsom van 3,5 procent van de dagomzet, geeft Kroes Mastercard maximaal zes maanden de tijd om daarmee op te houden.

Omdat het alleen over de grensoverschrijdende betalingen gaat, zal de uitspraak van Kroes geen aardverschuiving veroorzaken in de bankwereld. Het oordeel is bovendien in lijn met eerdere uitspraken van de Europese Commissie. Zo schikte de EU in 2002 een zaak met Visa over precies dezelfde (grensoverschrijdende) interbancaire vergoedingen. De afspraak was dat Visa de vergoedingen langzaam zou afbouwen totdat het bedrijf aan de Europese concurrentieregels zou voldoen. Deze afspraak loopt eind dit jaar af en de Commissie zei al eerder dat ze zich weer in deze zaak zou verdiepen.

Naar de uitspraak over Mastercard werd reikhalzend uitgekeken. Banken zijn blij dat ze weten waar ze aan toe zijn en winkeliers zien deze uitspraak als een regelrecht „kerstcadeau aan de Europese burger”, aldus het Platform Detailhandel, een belangenvereniging voor de detailhandel.

De uitspraak gaat alleen over de gevallen waarin iemand met bijvoorbeeld een Nederlandse pinpas in België betaalt. Maar dergelijke vergoedingen spelen bij iedere elektronische betaling. Zodra een klant elektronisch betaalt (met bijvoorbeeld een Mastercard-product, maar ook met pin) en hij heeft een andere bank dan de winkelier, dan betaalt de winkeliersbank een vergoeding aan de bank van de consument voor het overmaken van de betaling

Deze interbancaire vergoeding, de interchange fee, is op zich niet het probleem, grensoverschrijdend of niet, vindt de Europese Commissie. Maar het feit dat Mastercard bij zijn producten een ondergrens vaststelt voor de vergoedingen die banken elkaar onderling betalen, dat vindt de EU concurrentievervalsing.

Banken rekenen die vergoeding door aan winkeliers, waardoor hun prijzen stijgen. Als winkeliers met hun bank onderhandelen over de hoogte van de vergoedingen, wijst de bank eenvoudigweg naar de ondergrens die Mastercard ze heeft opgelegd. Het afschaffen daarvan vergroot de onderhandelingsruimte voor winkeliers en daarmee de concurrentie. Uiteindelijk kunnen dan de prijzen dalen, redeneert Kroes.

Bedrijven als Mastercard en Visa verdienen niet direct aan de interbancaire vergoedingen; ze halen geld binnen door hun betaalproducten in licentie te geven aan banken. In de licentieovereenkomst stelt Mastercard vervolgens wereldwijd tarieven vast die banken elkaar betalen.

Mastercard claimt dat de transactiekosten nodig zijn om innovatieve betaalproducten te ontwikkelen en om de veiligheid van betalingen te garanderen. Het bedrijf liet al snel na de persconferentie van Kroes weten dat het in beroep zal gaan tegen de uitspraak. „Deze beslissing kan leiden tot hogere kosten voor de creditcardhouder, tot minder elektronische betalingen en het zou de invoering van SEPA [Single European Payment System, red.] kunnen vertragen”, laat Mastercard op zijn site weten.

Secretaris Ilya Bruggeman van Platform Detailhandel noemt de vastgestelde interchange fees „de wortel van het kwaad”. „Mastercard veroorzaakt met de afgesproken vergoedingen hoge kosten die via de winkelier uit de zakken van consumenten worden geklopt.” Mastercard geeft zowel een creditcard (onder eigen naam) uit die het in licentie geeft aan banken zoals de Postbank en ABN Amro, als de Maestro, een veelgebruikt soort pinkaart.

Ook al dalen de kosten door de uitspraak van Kroes, betalen kost altijd geld. Een gemiddelde contante transactie aan de toonbank brengt 23 cent aan kosten met zich mee, voor een creditcardtransactie is dat 3,21 euro, zo blijkt uit een onderzoek naar betalingsverkeer in opdracht van De Nederlandsche Bank. Dat bedrag staat in schril contrast met de almaar dalende pinkosten: 27 cent. Voor bedrijven is pinnen, vooral door de veiligheid, het meest aantrekkelijke betaalmiddel.