Geneeskunde mag geen speeltje zijn

De KNMG moet duidelijk maken dat geneeskunde een academisch beroep is en dat artsen alleen reguliere geneeswijzen zouden mogen toepassen, vindt Cees Renckens.

Naar aanleiding van de strenge straffen die de medische tuchtrechter oplegde aan de artsen die wijlen Sylvia Millecam bijstonden, bezint de artsenorganisatie KNMG zich thans op haar standpunt betreffende de alternatieve geneeskunde. De oprichters van de Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst (NMG, thans KNMG) in 1849 hadden een sterke afkeer van kwakzalverij en wilden zich geheel baseren op (natuur)wetenschappelijke kennis. Over een der oprichters, Molewater (1813-1864), werd gezegd dat „tegen niets de pijlen van zijn vernuft zoo bijtend waren gerigt als tegen oppervlakkigheid, schijngeleerdheid en kwakzalverij”. De KNMG-afdeling Rotterdam accepteerde in 1897 een homeopathisch arts niet als lid en op politici als De Savornin Lohman en Kuyper, die in het begin van de twintigste eeuw de KNMG-kritiek op kwakzalvers toeschreven aan concurrentieoverwegingen, werd scherp gereageerd.

Dat alleen artsen geneeskunde zouden mogen beoefenen stond binnen de KNMG lange tijd niet ter discussie en de tolerantie van collega’s met een afwijkende praktijkvoering was gering. Dat veranderde toen in de jaren zeventig de zogeheten alternatieve geneeskunde opkwam, die zo’n maatschappelijk draagvlak kreeg dat de KNMG akkoord ging met wetswijziging waarbij geneeskunde een vrij beroep werd. Een handige zakenman die in het weekeinde een boekje doorneemt kan nu dankzij de wet BIG de maandag erna een praktijk als homeopaat of acupuncturist beginnen. Tegen de tientallen niet-artsen die Millecam tijdens haar lijdensweg met hun adviezen bijstonden lijkt juridisch optreden onhaalbaar: het OM seponeerde de aangifte die de Inspectie tegen enkelen van hen deed. Onbevoegdheid bestaat in het BIG-tijdperk niet meer.

Alternatieve artsen werd sinds de jaren tachtig binnen de KNMG ook niets meer in de weg gelegd. We zijn nu 25 jaar verder en is er binnen de geneeskunde de evidence based medicine (EBM) opgekomen, die krachtig bewijs eist van de werkzaamheid van allerlei behandelmethoden. Deze EBM is een pijnbank gebleken voor de gewone geneeskunde, maar een brandstapel voor de alternatieve. De samenleving heeft inmiddels een aantal excessen met dodelijke afloop gezien (iatrosofie, macrobiotiek, de casus-Millecam) en de bloeiperiode van de alternatieve geneeskunde lijkt wel voorbij.

Minister Hoogervorst maakte zich in 2005 zorgen over de capaciteiten van (homeopathische) artsen, die geloofden dat je met verdund water mensen kon genezen. De medische tuchtrechtrechter oordeelde in 2007 streng over de Millecam-artsen en noemde een van hen, die best KNMG-lid had kunnen zijn, een „gevaar voor de volksgezondheid”. En Europese regelgeving zal er volgend jaar vermoedelijk toe leiden dat op alternatieve geneeswijzen 19 procent BTW zal worden geheven, omdat men van mening is dat de medische betekenis ervan nihil is. Het weerhoudt intussen ziektekostenverzekeraars, zelfs zij die zich speciaal op de medische beroepsgroep richten als de UMC Zorgverzekering, er niet van om in hun aanvullende pakketten een koppelverkoop aan te bieden van werkzame aanvullingen met alternatieve geneeswijzen.

Tegen de achtergrond van deze signalen uit beroepsgroep en samenleving bezint de KNMG zich thans op actualisering van haar gedragsregels inzake de toelaatbaarheid van alternatieve geneeswijzen, door haar – welwillend, te welwillend – ‘complementaire geneeswijzen’ genoemd. Men zou verwachten dat zij, gezien de bevindingen van de EBM en het accurate oordeel van een minister, de tuchtrechter en de fiscus, nu gaat vaststellen dat geneeskunde weer een academisch beroep kan worden en dat artsen alleen reguliere geneeswijzen zouden mogen toepassen. Echter, recente uitlatingen van KNMG-prominenten doen het ergste vrezen. Zo staat de wet BIG binnen de KNMG niet eens ter discussie en tijdens de discussiebijeenkomsten worden alternatieve artsen zelfs als spreker gevraagd. Natuurlijk is het debat nog niet ten einde, maar er is geen helderziendheid voor nodig een voorspelling te doen: de KNMG-leiding zal trachten de kool en de geit te sparen. Artsen, die hun patiënten knollen voor citroenen verkopen zullen gewoon lid van de KNMG kunnen blijven.

Dr. C.N.M.Renckens is vrouwenarts en voorzitter Vereniging tegen de Kwakzalverij.