Energiewet schiet zijn doel voorbij

De regels die de Nederlandse overheid gebruikt om de bouw van energiezuinige nieuwbouwwoningen af te dwingen zijn aan herziening toe. Dat concludeert Milou Beerepoot uit een onderzoek waarop zij gisteren promoveerde aan de TU Delft.

De bouwsector is in de afgelopen tien jaar steeds energiezuiniger gaan bouwen, maar het is twijfelachtig of wet- en regelgeving daarbij heeft geholpen. De regelgeving heeft echte innovatie in de bouwsector zelfs belemmerd, meent Beerepoot. Vernieuwende energiebesparende technologieën zoals warmtepompen en zonneboilers zijn minder snel ingevoerd dan mogelijk was.

Ondanks deze ernstige bezwaren geldt de Nederlandse aanpak in Brussel als een schoolvoorbeeld. Het stellen van prestatie-eisen aan de energie-efficiëntie van elke nieuwbouwwoning is in 2003 verheven tot de norm in de Europese Unie.

Beerepoot bestudeerde 350 vergunningsaanvragen die bij Nederlandse gemeenten zijn ingediend sinds de invoering, in 1996, van de zogeheten energieprestatienorm, een kwantitatieve maat voor de energiezuinigheid van gebouwen. Zo kon ze zien wat de projectontwikkelaars deden om te voldoen aan de inmiddels drie keer aangescherpte norm. „De normen zijn opgesteld in samenwerking met de bouwsector”, zegt Beerepoot. „Energiebesparende technologie die de sector toch al zou toepassen wordt meegenomen, maar het voldoen aan de norm mag niet al te veel moeite kosten.”

De crux is dat bouwbedrijven zelf mogen weten hoe ze de vereiste energiezuinigheid realiseren: door te isoleren bijvoorbeeld, door efficiënt te ventileren, of door een efficiënte verwarmingsinstallatie te gebruiken. Een projectontwikkelaar die op één aspect goed scoort kan de efficiëntie elders laten lopen. „Dat zie je bijvoorbeeld met de stadsverwarming”, zegt Beerepoot. „Daarbij wordt bijvoorbeeld een hele wijk of stad verwarmd met restwarmte van een kolencentrale. Een nieuwbouwhuis met stadsverwarming voldoet makkelijk aan de energienorm en je ziet dat projectontwikkelaars dan geneigd zijn om bijvoorbeeld te besparen op de isolatie.” Een strengere norm zou bouwbedrijven kunnen dwingen tot vooruitstrevendheid, maar Beerepoot erkent dat dit politiek moeilijk haalbaar is.

De energienorm heeft volgens Beerepoot ook geleid tot een lock- in van bestaande technologie: „Elke nieuwe techniek heeft een kwaliteitsverklaring nodig. Dat is een drempel voor nieuwe technologie. Het betekent dat vernieuwingen die niet passen binnen het conventionele concept moeilijk voet aan de grond krijgen.”

Volgens Beerepoot zou het kunnen helpen als projectontwikkelaars niet alleen verantwoordelijk zijn voor de bouw, maar ook voor het beheer en de energierekening van een gebouw in de dertig jaar die daarop volgen.